Inventaris van het archief van mr. dr. C.P.M. Romme [levensjaren 1896-1980], 1928-1977

Identyfikator
2.21.144
Język opisu
holenderski
Daty
1 Jan 1934 - 31 Dec 1976
Poziom opisu
Zespół archiwalny
Źródło
Partner EHRI

Rozmiary i nośnik

19.4 meter; 116 inventarisnummers

Twórca(-y)

Zakres i treść

C.P.M. Romme was voorman van de KVP die met Drees in de naoorlogse jaren de Nederlandse politiek domineerde. Voor de Tweede Wereldoorlog was hij als jong Amsterdams gemeenteraadslid al een gedreven katholiek politicus. Na een hoogleraarschap in Tilburg werd hij in 1937 minister van Sociale Zaken in het vierde kabinet-Colijn. Streefde een actievere werkgelegenheidspolitiek na en kreeg bekendheid door zijn spaarregeling voor werklozen ('het kwartje van Romme'). Werd na de oorlog geen minister meer, waarbij mogelijk zijn wat omstreden rol in de oorlog (commissaris van een reclamebedrijf dat ook voor de Duitsers werkte) een rol speelde. Was tot 1961 fractieleider en werd toen staatsraad. Was tevens politiek commentator van 'de Volkskrant'.In het archief bevinden zich onder andere stukken uit de periode dat hij als hoogleraar te Tilburg werkte, stukken van zijn ministerschap waaronder stukken betreffende de werkloosheidsbestrijding, stukken over de Tweede Wereldoorlog, stukken betreffende zijn werkzaamheden namens en over de KVP en katholieke politiek in het algemeen, stukken over de Indonesische kwestie van 1945-1952, en stukken betreffende zijn werkzaamheden voor 'de Volkskrant'.

Warunki decydujące o udostępnieniu

niet openbaar

Informacje dotyczące procedury

  • This fonds has been selected by EHRI from the online service Wegwijzer Archieven WO2 at www.archievenwo2.nl based on the Dutch subject heading 'Jodenvervolging' attributed to file descriptions within the collection. Only file descriptions with subject heading 'Jodenvervolging' provided by the Wegwijzer Archieven WO2 have been included.

  • Nationaal Archief

Niniejszy opis pochodzi bezpośrednio z usystematyzowanych danych dostarczonych EHRI przez instytucję partnerską. Instytucja przechowująca zbiór uznaje ten opis za dokładne odzwierciedlenie zasobów archiwalnych, do których odwołuje się w momencie przekazywania danych.