<?xml version="1.0" ?>
<ead xmlns="urn:isbn:1-931666-22-9" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="urn:isbn:1-931666-22-9 http://www.loc.gov/ead/ead.xsd">
  <eadheader countryencoding="iso3166-1" dateencoding="iso8601" scriptencoding="iso15924" repositoryencoding="iso15511" relatedencoding="DC">
    <eadid>be-002125-be_a0510_0iii_0113</eadid>
    <filedesc>
      <titlestmt>
        <titleproper>Archief van de Nationale Bank van België met betrekking tot de na de Tweede Wereldoorlog uitgevoerde muntsanering.</titleproper>
      </titlestmt>
      <publicationstmt>
        <publisher>Archives générales du Royaume et Archives de l'État dans les Provinces / Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën</publisher>
        <address>
          <addressline>Rue de Ruysbroeck / Ruisbroekstraat 2</addressline>
          <addressline>1000</addressline>
          <addressline>Bruxelles / Brussel</addressline>
          <addressline>BE</addressline>
          <addressline>+32 2 513 76 80</addressline>
          <addressline>+32 2 513 76 81</addressline>
          <addressline>http://arch.arch.be</addressline>
          <addressline>Archives.generales@arch.be</addressline>
          <addressline>Algemeen.Rijksarchief@arch.be</addressline>
          <addressline>Belgium</addressline>
        </address>
      </publicationstmt>
      <notestmt>
        <note>
          <p>This encoded description is derived from structured data provided to EHRI by a partner institution but may differ in structure and/or content from its source. The collection holding institution considers this description as an accurate reflection of the archival holdings to which it refers at the moment of data transfer.</p>
        </note>
      </notestmt>
    </filedesc>
    <profiledesc>
      <creation>This file was exported automatically from the EHRI database administration tool and represents a work-in-progress.
        <date normal="20210102">2021-01-02T20:26:10.764Z</date>
      </creation>
      <langusage>
        <language langcode="nld">Dutch</language>
      </langusage>
    </profiledesc>
  </eadheader>
  <archdesc level="fonds">
    <did>
      <unitid>BE-A0510.0III.0113</unitid>
      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Archief van de Nationale Bank van België met betrekking tot de na de Tweede Wereldoorlog uitgevoerde muntsanering.</unittitle>
      <physdesc encodinganalog="3.1.5">4809 nrs. (545 s.m.).</physdesc>
      <repository>
        <corpname>Archives générales du Royaume et Archives de l'État dans les Provinces / Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën</corpname>
      </repository>
    </did>
    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
      <p><![CDATA[Relevant voor deze gids is voornamelijk de reeks dossiers in verband met de ruil, aangifte en neerlegging van biljetten door gerepatrieerden. Er zijn verschillende reeksen dossiers, variërend afhankelijk van het type dossier, de aard van de uiteindelijke beslissing, hoogte van het ingewisselde bedrag, … Het bestand bevat verschillende eigentijdse toegangen onder de vorm van lijsten (vb. op familienaam, op dossiernummer, …) en steekkaartensystemen, waardoor verschillende zoekstrategieën mogelijk worden. Merk op dat er enkel dossiers voorhanden zullen zijn voor degenen die daadwerkelijk Belgisch geld hebben aangegeven. In deze reeksen vinden we bijvoorbeeld Joden terug die de Shoah overleefd hebben, gerepatrieerd werden, en biljetten hebben neergelegd. Verder noteren we ook nog een reeks dossiers inzake aangifte en neerlegging van biljetten door personen in het buitenland – bijvoorbeeld Palestina-Transjordanië (nr. 1364), de Verenigde Staten (nr. 1349), Groot-Brittannië (nr. 1351), Zwitserland (nr. 1371), ...]]></p>
    </scopecontent>
    <otherfindaid encodinganalog="3.4.5">
      <p><![CDATA[G. LELOUP, Inventaris van het archief van de Nationale Bank van België met betrekking tot de na de Tweede Wereldoorlog uitgevoerde muntsanering, I 422, Brussel, ARA-AGR, 2008.]]></p>
    </otherfindaid>
    <dsc>
      <c01 level="series">
        <did>
          <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00000</unitid>
          <unittitle encodinganalog="3.1.2">Algemene beschrijving van het archief Nationale Bank van België met betrekking tot de na de Tweede Wereldoorlog doorgevoerde muntsanering</unittitle>
        </did>
        <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
          <p>
            <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
          </p>
        </processinfo>
        <c02 level="series">
          <did>
            <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00001</unitid>
            <unittitle encodinganalog="3.1.2">I. Dienst Onttrekking der biljetten</unittitle>
          </did>
          <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
            <p>
              <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
            </p>
          </processinfo>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00002</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">A. Algemeen</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00003</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Minuten van de uitgaande brieven</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1 - 48</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Minuten van de uitgaande brieven. 1 juni 1945 - 30 dec. 1958.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 juni 1945 - 20 juni 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>10</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">16 jan. 1946 - 23 feb. 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>11</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">26 feb. 1946 - 10 apr. 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>12</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">11 apr. 1946 - 3 mei 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>13</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">6 mei 1946 - 23 mei 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>14</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">24 mei 1946 - 20 juni 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>15</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">21 juni 1946 - 10 juli 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>16</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">11 juli 1946 - 24 juli 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>17</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 juli 1946 - 3 sep. 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>18</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 sep. 1946 - 31 okt. 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>19</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 nov. 1946 - 31 dec. 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>2</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">21 juni 1945 - 9 juli 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>20</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1947 - 18 mrt. 1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>21</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">19 mrt. 1947 - 31 mrt. 1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>22</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 apr. 1947 - 21 apr. 1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>23</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 apr. 1947 - 31 mei 1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>24</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 juni 1947 - 31 aug. 1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>25</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 sep. 1947 - 31 okt. 1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>26</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 nov. 1947 - 31 dec. 1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>27</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1948 - 29 feb. 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>28</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 mrt. 1948 - 31 mrt. 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>29</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 apr. 1948 - 15 juni 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">10 juli 1945 - 31 juli 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>30</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">16 juni 1948 - 31 aug. 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>31</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 sep. 1948 - 31 okt. 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>32</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 nov. 1948 - 31 dec. 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>33</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">3 jan. 1949 - 11 mrt. 1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>34</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">11 mrt. 1949 - 30 juni 1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>35</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 juli 1949 - 9 nov. 1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>36</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">9 nov. 1949 - 9 mrt. 1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>37</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">10 mrt. 1950 - 8 sep. 1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>38</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 sep. 1950 - 12 mrt. 1951.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>39</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">12 mrt. 1951 - 19 okt. 1951.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 aug. 1945 - 24 aug. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>40</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">19 okt. 1951 - 24 apr. 1952.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>41</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 apr. 1952 - 28 aug. 1952.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>42</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">28 aug. 1952 - 25 feb. 1953.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>43</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 feb. 1953 - 24 juli 1953.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>44</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 juli 1953 - 10 apr. 1954.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>45</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">12 apr. 1954 - 31 dec. 1954.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>46</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">3 jan. 1955 - 31 dec. 1955.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>47</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 jan. 1956 - 31 dec. 1956.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>48</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 jan. 1957 - 30 dec. 1958.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>5</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 aug. 1945 - 30 sep. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>6</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 okt. 1945 - 31 okt. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>7</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 nov. 1945 - 6 dec. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>8</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">7 dec. 1945 - 31 dec. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>9</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1946 - 15 jan. 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00004</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Briefwisseling</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00005</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Briefwisseling met andere diensten van de Nationale Bank van België</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>49 - 59</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met de andere diensten van de Nationale Bank van België 1944-1959.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>49</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>50</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>51</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Brugge.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>52</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Charleroi tot Geeraardsbergen [Geraardsbergen].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>53</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gent tot Kortrijk.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>54</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Louvière tot Luxembourg [Luxemburg].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>55</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Malmedy tot Mouscron [Moeskroen].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>56</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Namur [Namen] tot Oudenaarde.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>57</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Péruwelz tot Ronse.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>58</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Sint-Niklaas tot Tongeren.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>59</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Tournai [Doornik] tot Wavre [Waver].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00006</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Briefwisseling met banken</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>60 - 74</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met diensten van de Banque de la Société Générale de Belgique. 1944-1956.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>60</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>61</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>62</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Aywaille.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>63</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Basècles tot Burdinne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>64</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Celles tot Couvin.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>65</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Deinze tot Froidchapelle.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>66</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gavere tot Gullegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>67</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Habay-la-Neuve tot Kortrijk.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>68</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Louvière tot Lessines [Lessen].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>69</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Leuven tot Louveigné.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>70</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Mouscron [Moeskroen].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>71</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Namêche tot Quiévrain.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>72</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Rance tot Stockay.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>73</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Templeuve tot Turnhout.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>74</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Verlaine tot Zwevegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>75 - 85</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met de diensten van de Banque de Bruxelles. 1944-1955.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>75</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>76</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>77</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Burdinne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>78</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Celles tot Frasnes-lez-Buissenal.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>79</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gavere tot Kuurne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>80</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Hulpe [Terhulpen] tot Lessines [Lessen].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>81</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Leuven tot Looz [Borgloon].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>82</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>83</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oedelem tot Sysele [Sijsele].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>84</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Taintignies tot Turnhout.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>85</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Velaines tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>86 - 93</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met diensten van de Kredietbank voor Handel en Nijverheid. 1944-1955.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>86</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>87</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>88</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Avelgem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>89</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Bassevele tot Brugge.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>90</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Dadizele tot Hulste.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>91</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ichtegem tot Ninove.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>92</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oedelem tot Staden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>93</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Temse tot Zwevezele.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>94 - 95</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met kleinere banken in Brussel. 1944-1955.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>94</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Josse Allard tot Mutuelle Solvay.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>95</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Nagelmackers Fils et Cie. tot Westminster Foreign Bank.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>96 - 97</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met kleinere banken in Antwerpen. 1944-1955.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>96</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Algemene Hypotheek en Kredietkas tot Banque du Kongo belge.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>97</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque du Crédit Commercial tot Westminster Foreign Bank.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>98 - 101</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met kleinere banken in de provincie. 1944-1955.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>100</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Jean De Bieme tot Banque Nagelmackers Fils &amp; Co.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>101</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Populaire tot Westvlaamsch Beroepskrediet.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>98</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Algemeen Beroepskrediet tot Banque Commerciale de Liège.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>99</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Comptoir du Centre tot Crédit Populaire Liégois.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00007</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Briefwisseling met Postcheckdienst en postkantoren</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>102 - 103</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met de Postcheckdienst. 1944-1959.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>102</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1944-1951.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>103</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1952-1959.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>104 - 107</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met de postkantoren. 1944-1959.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>104</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Aalst tot Cul-des-Sarts.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>105</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Dadizele tot Jurbise.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>106</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Kalken tot Quivy-le-Petit.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>107</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Ramet tot Zwijnaerde [Zwijnaarde].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00008</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">d. Briefwisseling met nationale ministeries en openbare instellingen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>108</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met het Ministerie van Binnenlandse Zaken. 1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>109</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>110</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met het Ministerie van Defensie. 1945-1952.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>111</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met het Ministerie van Economische Zaken. 1944-1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>112 - 115</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met de centrale diensten het Ministerie van Financiën. 1944-1958.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>112</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1944-1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>113</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1946-1950.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>114</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1951-1954.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>115</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1955-1959.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>116</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met de kantoren der belasting op het kapitaal van het Ministerie van Financiën. 1948-1958.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>117</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met de kantoren der directe belastingen van het Ministerie van Financiën. 1945-1959.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>118</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met de kantoren der registratie en domeinen en de kantoren der successierechten van het Ministerie van Financiën. 1944-1954.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>119</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met het Ministerie van Justitie. 1944-1957.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling met de rechterlijke macht.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>120</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met het Ministerie van Nationale Opvoeding. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>121</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met het Ministerie van Openbare Werken en van Wederopbouw. 1944-1956.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>122</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met het Ministerie van Ravitaillering. 1945-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>123</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met het Ministerie van Verkeerswezen. 1944-1951.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>124</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met het Ministerie van Volksgezondheid. 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>125</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met de Dienst van het Sekwester. 1946-1956.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>126</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met de Dienst voor Onderlinge Hulpverlening. 1956-1957.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>127</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met de Warencentrale der Chemische Producten. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00009</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">e. Briefwisseling met lokale besturen en instellingen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>128</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met gemeentebesturen. 1944-1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>129</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met commissies van openbare onderstand. 1944-1958.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>130</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met kerkfabrieken. 1944-1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>131</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met plaatselijke nationale hulpcomités en plaatselijke bevrijdingscomités. 1944-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00010</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">f. Briefwisseling met private instellingen en personen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>132</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met religieuze gemeenschappen. 1944-1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>133 - 186</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met personen, bedrijven, werken en verenigingen. 1944-1959.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>133</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">AB-AL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>134</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">AM-AV.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>135</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BAA-BAY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>136</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BE-BL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>137</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BOC-BOY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>138</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BR-BU.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>139</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">CA-CE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>140</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">CH-CN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>141</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">COA-COO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>142</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">COP-CUY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>143</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DAB-DEB.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>144</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEC-DEF.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>145</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEG-DEK.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>146</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DELA-DELW.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>147</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEM-DEM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>148</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEN-DES.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>149</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DET-DI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>150</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DOB-DY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>151</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">E.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>152</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">F.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>153</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GAB-GEY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>154</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GHE-GOY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>155</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GRA-GY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>156</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">HAA-HEN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>157</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">HER-HU.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>158</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">I-J.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>159</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">K.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>160</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LAB-LAZ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>161</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LEB-LEY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>162</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LHO-LYS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>163</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MAA-MAQ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>164</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MAR-MAZ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>165</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MEB-MIS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>166</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MOD-MUY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>167</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">N.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>168</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">O.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>169</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">PAE-PEY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>170</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">PHE-PIT.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>171</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">PLA-QUI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>172</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">RA-RI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>173</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">RO-RY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>174</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SAB-SER.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>175</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SIC-SOY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>176</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">TA-TH.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>177</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SPA-SZT.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>178</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">TI-U.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>179</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANA-VANC.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>180</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDA-VANDY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>181</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDEN-VANDER.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>182</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANE-VANK.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>183</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANL-VANW.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>184</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VAA-VERPE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>185</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VERPL-VUY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>186</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">W-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00011</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">B. Ruil, aangifte en neerlegging van biljetten door personen</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00012</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Voorafgaande distributie van nieuwe biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>187</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten met opgave van de gemeenten en de aantallen er gevestigde banken of met opgave van de postkantoren, de aantallen in het postdistrict inbegrepen huizen en de aantallen in de postkantoren aanwezige loketten. [ca. 1944].</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>188</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten met opgave van de gemeenten, de aantallen er gevestigde postkantoren, de aantallen verdeelde bedragen aan nieuwe biljetten en de aantallen verdeelde zakken of kisten met nieuwe biljetten. [ca. 1944].</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>189</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ontvangstbewijzen en borderellen voor de terugname van de niet door de postkantoren gebruikte nieuwe biljetten. 14 november 1944 - 29 november 1944.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>190</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijst met opgave van de agentschappen van de Banque de la Société Générale de Belgique. [ca. 1944].</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00013</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Ruil voor een bedrag van 2.000 BEF (per persoon)</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>191 - 196</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model C van de bij diensten van de Nationale Bank van België geruilde biljetten. 1944.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>191</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model C werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren geruilde biljetten te registeren. De kolommen vermelden het nummer van de rantsoenkaart, de naam van de afleverende gemeente en het totaal omgewisseld bedrag. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met het nazicht van de optelling en van de inschrijving. Het totaal geruilde bedrag werd eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>192</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model C werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren geruilde biljetten te registeren. De kolommen vermelden het nummer van de rantsoenkaart, de naam van de afleverende gemeente en het totaal omgewisseld bedrag. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met het nazicht van de optelling en van de inschrijving. Het totaal geruilde bedrag werd eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>193</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Charleroi.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model C werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren geruilde biljetten te registeren. De kolommen vermelden het nummer van de rantsoenkaart, de naam van de afleverende gemeente en het totaal omgewisseld bedrag. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met het nazicht van de optelling en van de inschrijving. Het totaal geruilde bedrag werd eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>194</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Dendermonde tot Kortrijk.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model C werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren geruilde biljetten te registeren. De kolommen vermelden het nummer van de rantsoenkaart, de naam van de afleverende gemeente en het totaal omgewisseld bedrag. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met het nazicht van de optelling en van de inschrijving. Het totaal geruilde bedrag werd eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>195</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Louvière tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model C werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren geruilde biljetten te registeren. De kolommen vermelden het nummer van de rantsoenkaart, de naam van de afleverende gemeente en het totaal omgewisseld bedrag. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met het nazicht van de optelling en van de inschrijving. Het totaal geruilde bedrag werd eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>196</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oostende tot Wavre [Wavre].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model C werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren geruilde biljetten te registeren. De kolommen vermelden het nummer van de rantsoenkaart, de naam van de afleverende gemeente en het totaal omgewisseld bedrag. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met het nazicht van de optelling en van de inschrijving. Het totaal geruilde bedrag werd eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>197 - 215</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model C van de bij diensten van de Banque de la Société Générale de Belgique geruilde biljetten. 1944.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>197</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>198</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>199</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalter tot Aywaille.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>200</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Basècles tot Burdinne.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>201</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Celles tot Couvin.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>202</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Deinze tot Dour.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>203</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ecaussinnes-d'Enghien tot Froidchapelle.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>204</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gavere tot Gullegem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>205</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Habay tot Huy [Hoei].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>206</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ieper tot Kuurne.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>207</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Louvière tot Louveigné.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>208</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Middelkerke.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>209</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Moerbeke-Waas tot Mouscron [Moeskroen].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>210</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Namêche tot Overyssche [Overijse].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>211</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Pâturages tot Rumes.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>212</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Sint-Amandsberg tot Stockay Saint-Georges.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>213</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Templeuve tot Turnhout.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>214</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Verlaine tot Visé [Wezet].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>215</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Wacken [Wakken] tot Zwevegem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>216 - 231</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model C van de bij diensten van de Banque de Bruxelles geruilde biljetten. 1944.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>216</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>217</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>218</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Aywaille.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>219</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Barvaux tot Brugge.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>220</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Celles tot Couvin.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>221</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Damme tot Froidchapelle.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>222</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gavere tot Gullegem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>223</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Haacht tot Huy [Hoei].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>224</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ieper tot Kuurne.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>225</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Hulpe [Terhulpen] tot Leuze.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>226</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Libin tot Lokeren.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>227</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Mouscron [Moeskroen].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>228</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Nalinnes tot Quiévrain.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>229</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Rance tot Sysele [Sijsele].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>230</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Taintignies tot Turnhout.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>231</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Velaines tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>232 - 243</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model C van de bij diensten van de Kredietbank voor Handel en Nijverheid geruilde biljetten. 1944.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>232</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>233</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>234</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Avelgem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>235</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Beernem tot Brugge.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>236</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Dadizele tot Evergem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>237</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Geel tot Gullegem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>238</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Halle tot Izegem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>239</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Kapellen tot Loppem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>240</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Moorslede.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>241</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Nazareth tot Overijse.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>242</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Passchendale [Passendale] tot Turnhout.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>243</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Veurne tot Zwevezele.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>244 - 250</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model C van de bij kleinere banken in Brussel geruilde biljetten. 1944.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>244</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Josse Allard tot Banque Commerciale de Bruxelles.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>245</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Commerciale du Congo tot Comptoir du Centre.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>246</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Comptoir National d'Escompte de Paris tot Crédit du Nord belge.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>247</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque d'Escompte et de Travaux tot Nagelmackers Fils et Cie.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>248</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Paris et des Pays-Bas tot Société belge Crédit Industriel et Commercial.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>249</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Réports et de Dépots.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>250</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de la Société Financière Bruxelloise tot Van Mierlo et Co.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>251 - 254</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model C van de bij kleinere banken in Antwerpen geruilde biljetten. 1944.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>251</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Algemene Hypotheek en Kredietkas tot La Centrale Financière.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>252</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Commerce.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>253</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de la Compagnie Commerciale belge tot Banque G. et C. Kreglinger.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>254</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque J. Le Grelle tot Westminster Foreign Bank.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>255 - 261</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model C van de bij kleinere banken in de provincie geruilde biljetten. 1944.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>255</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Algemeen Beroepskrediet tot Banque de Commerce.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>256</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Commerciale de Liège tot Comptoir du Centre.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>257</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Copine tot Crédit du Nord belge.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>258</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Crédit Ostendais tot Banque Industrielle et Commerciale de Liège.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>259</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque J. Joire tot Middenstands Deposito- en Kredietkantoor van Mechelen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>260</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Nagelmackers Fils et Cie. tot Bank van Roeselare.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>261</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bank van Sint-Mariaburg tot Westvlaamsch Beroepskrediet.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>262</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model C van de bij de Postcheckdienst geruilde sommen. 1944.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>263 - 334</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model C van de bij de postkantoren geruilde biljetten. 1944.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>263</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoor Brussel 1.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>264</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Brussel 2 tot 6.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>265</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Brussel 8 tot 20.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>266</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Brusselse voorsteden, Anderlecht tot Forest [Vorst].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>267</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Brusselse voorsteden, Ixelles [Elsene] tot Molenbeek.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>268</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Brusselse voorsteden, Saint-Gilles[Sint-Gillis] tot Stockel [Stokkel].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>269</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Brusselse voorsteden, Uccle [Ukkel] tot Woluwe.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>270</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Aaigem tot Alveringem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>271</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Amay tot Anzegem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>272</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Antwerpen 1-17.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>273</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Appels tot Aywiers.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>274</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Baarle-Hertog tot Bazel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>275</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Beaufays tot Beringen 2.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>276</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Berlaar tot Bizet.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>277</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Blandain tot Booischot.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>278</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Boom tot Bovigny.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>279</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Bracquegnies tot Bressoux 2.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>280</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Broechem tot Buvrinnes.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>281</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Callenelle tot Charleroi 4.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>282</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Chassart tot Chimay.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>283</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Ciney tot Cul-des-Sarts.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>284</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Dadizele tot Deux-Acren.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>285</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Diegem tot Dworp.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>286</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Eben-Emael tot Ensival.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>287</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Eppegem tot Ezemaal.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>288</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Falaën tot Fleurus.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>289</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Flobecq [Vloesberg] tot Froyennes.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>290</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Galmaarden tot Genly.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>291</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoor Gent 1.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>292</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Gent 2-12.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>293</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Gentbrugge 1 tot Givry.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>294</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Glabbeek-Zuurbemde tot Gyzegem [Gijzegem].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>295</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Haacht tot Harmignies.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>296</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Hasselt tot Herenthout.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>297</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Herfelingen tot Hingene.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>298</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Hoboken 1 tot Hyon-Ciply.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>299</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Ichtegem tot Izel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>300</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Jabbeke tot Jurbise.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>301</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Kain tot Knokke.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>302</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Koekelare tot Kwaremont.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>303</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Laarne tot Lauwe.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>304</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Lebbeke tot Les Waleffes.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>305</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Leuven tot Linkebeek.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>306</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Liège [Luik] 1-13.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>307</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Lobbes tot Luttre.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>308</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Maaseik tot Marcinelle.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>309</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Maredret tot Mechelen-aan-de-Maas.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>310</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Meenen [Menen] tot Méry.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>311</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Meslin-l'Evêque tot Mons-lez-Liège.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>312</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Montegnée tot Musson.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>313</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Naast tot Nevele.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>314</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Niel tot Noville-Taviers.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>315</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Obaix-Buzet tot Oostvleteren.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>316</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Oplinter tot Overysche [Overijse].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>317</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Paal tot Ploegsteert.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>318</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Poelkapelle tot Quiévrain.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>319</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Ramsel tot Rivière.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>320</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Rochefort tot Rupelmonde.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>321</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Saint-Amand tot Schilde.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>322</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Schoonaarde tot Sinaai.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>323</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Sint Amands tot Sint-Lievens-Houtem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>324</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Sint-Maria-Horebeke tot Souvret.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>325</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Spa tot Sugny.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>326</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Taintignies tot Thy-le-Château.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>327</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Tiegem tot Turnhout.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>328</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Val-Saint-Lambert tot Vezin.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>329</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Viane-Moerbeke tot Vresse-sur-Semois.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>330</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Waarschoot tot Wavre [Waver].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>331</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Weelde tot Wihéries.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>332</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Wijchmaal tot Wuustwezel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>333</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Yves-Gomezée tot Zingem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>334</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Zolder tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>335 - 338</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model C van de door de gerepatrieerden bij de postkantoren geruilde biljetten. 1945.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>335</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Aalst tot Dworp.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>336</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Edegem tot Kortrijk.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>337</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Ladeuze tot Quaregnon.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>338</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Rance tot Zwynaarde [Zwijnaarde].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00014</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">3. Aangifte en neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 BEF</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00015</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Archiefbescheiden van algemene aard</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>339</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Register van de ontvangen inschrijvingsboeken model A en de ontvangen aangifteformulieren. 1945-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze stukken werden gebruikt om de ontvangen inschrijvingsboeken model A en/of de ontvangen aangifteformulieren te registreren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>340</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de ontvangen inschrijvingsboeken model A, de ontvangen aangifteformulieren en de totalen der neergelegde bedragen. [ca. 1947-1948].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze stukken werden gebruikt om de ontvangen inschrijvingsboeken model A en/of de ontvangen aangifteformulieren te registreren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00016</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Inschrijvingsboeken model A van de aangiftes en neerleggingen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>341 - 344</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model A van de bij de diensten van de Nationale Bank van België aangegeven en neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>341</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>342</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>343</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Liège [Luik].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>344</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Marche-en-Famenne tot Wavre [Waver].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>345 - 356</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model A van de bij de diensten van de Banque de la Société Générale de Belgique aangegeven en neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>345</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>346</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>347</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Aywaille.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>348</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Bassenge tot Brugge.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>349</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Celles tot Evergem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>350</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Feluy-Arquennes tot Gullegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>351</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Hal [Halle] tot La Louvière.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>352</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Lanaken tot Louveigné.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>353</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>354</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oostende tot Rumes.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>355</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Sint-Amandsberg tot Turnhout.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>356</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Verlaine tot Zwevegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>357 - 365</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model A van de bij de diensten van de Banque de Bruxelles aangegeven en neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>357</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>358</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>359</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Burdinne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>360</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Celles tot Froidchapelle.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>361</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gavere tot Huy [Hoei].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>362</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ieper tot Lokeren.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>363</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>364</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oedelem tot Sysele [Sijsele].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>365</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Tamines tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>366 - 371</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model A van de bij de diensten van de Kredietbank voor Handel en Nijverheid aangegeven en neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>366</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>367</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>368</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalter tot Evergem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>369</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Geel tot Kuurne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>370</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Lanaken tot Overijsche [Overijse].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>371</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Passchendale [Passendale] tot Zwevezele.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>372 - 374</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model A van de bij de kleinere banken in Brussel aangegeven en neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>372</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Josse Allard tot Garanty Trust Company of New York.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>373</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Hallet et Co tot Banque Privée de Belgique.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>374</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Réports et de Dépots tot Westminster Foreign Bank.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>375 - 376</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model A van de bij de kleinere banken in Antwerpen aangegeven en neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>375</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Amsterdamsche Bank voor België tot Banque de Crédit Commercial.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>376</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Crédit Lyonnais tot Westminster Foreign Bank.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>377 - 379</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model A van de bij de kleinere banken in de provincies aangegeven en neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>377</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Algemeen Beroepskrediet tot Comptoir du Centre.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>378</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Crédit Commercial tot Banque de Jumet-Roux.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>379</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bank voor 't Land van Dendermonde tot Westvlaamsch Beroepskrediet.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>380</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model A van de bij de Postcheckdienst aangegeven en neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>381 - 418</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model A van de bij de postkantoren aangegeven en neergelegde sommen. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>381</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoor Brussel 1.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>382</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Brussel 2-20.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>383</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Brusselse voorsteden, Anderlecht tot Koekelberg.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>384</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Brusselse voorsteden, Laeken [Laken] tot Woluwe.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>385</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Aaigem tot Antoing.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>386</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Antwerpen 1-18.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>387</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Anvaing tot Aywiers.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>388</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Baarle-Hertog tot Beyne-Heusay.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>389</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Bierset-Awans tot Bovigny.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>390</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Bracquegnies tot Buvrinnes.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>391</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Callenelle tot Cul-des-Sarts.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>392</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Dadizele tot Dworp.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>393</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Eben-Emael tot Ezemaal.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>394</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Falaën tot Froyennes.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>395</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Galmaarden tot Gent 12.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>396</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Gentbrugge tot Gullegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>397</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Haacht tot Havré.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>398</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Hechtel tot Heyd.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>399</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Hillegem tot Hyon-Ciply.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>400</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Ichtegem tot Jurbise.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>401</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Kain tot Kwaremont.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>402</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Laarne tot Le Vieux Campinaire.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>403</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Libin tot Luttre.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>404</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Maaseik tot Mazy.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>405</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Mechelen 1 tot Meux.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>406</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Micheroux tot Musson.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>407</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Naast tot Noville-Taviers.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>408</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Obaix-Buzet tot Overpelt.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>409</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Paal tot Quiévrain.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>410</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Ramet tot Rupelmonde.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>411</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Saint Amand tot Seraing 4.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>412</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren 's Gravenvoeren tot Sint-Truiden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>413</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Sirault tot Sugny.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>414</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Taillis-Pré tot Turnhout.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>415</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Val-Saint-Lambert tot Vresse-sur-Semois.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>416</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Waarschoot tot Wervik.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>417</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Wespelaar tot Wuustwezel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>418</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Yves-Gomezée tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model A werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België, de banken of de postkantoren aangegeven en neergelegde biljetten te registeren wanneer de bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank waren. De kolommen vermelden het volgnummer, het aangegeven bedrag, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en de datum van vereffening. De vermelding van de woorden "in speciën" in de laatste kolom duidt aan dat het bijkomend vrijgegeven bedrag van 3.000 Belgische frank tijdens de neerlegging onmiddellijk in nieuwe biljetten was omgeruild. De aantekeningen op de omslagen wijzen erop dat de dienst Ontrekking der biljetten belast was met de afpunting van de aangiftes, de identificatie van de niet neergelegde bedragen, het nazicht van de overdracht en het nazicht van de inschrijving. Het totaal aangegeven en neergelegde bedrag, het aantal neerleggingen en de datum van vereffening werden eveneens op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00017</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Aangifteformulieren gevolgd door neerlegging (specimina)</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>419 - 430</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de bij de hoofdzetel van de Nationale Bank van België in Brussel aangegeven en neergelegde biljetten.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>419</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>420</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">B.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>421</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">C-G.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>422</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">H-I.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>423</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">J-K.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>424</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">L-M.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>425</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">N-O.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>426</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Q-R.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>427</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">S-T.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>428</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">U-V, X.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>429</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">W.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>430</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Verplaatste borderellen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>431 - 434</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de bij het agentschap Aalst van de Banque de la Société Generale de Belgique aangegeven en neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>431</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">I 1-1100.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>432</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">J 1-1372.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>433</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">K 1-495.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>434</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">R 1-165.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>435 - 439</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de bij de postkantoren van Ans aangegeven en neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>435</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ans 1, 1-199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>436</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ans 1, 200-399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>437</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ans 1, 400-570.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>438</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ans 2, 1-300.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>439</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ans 2, 301-656.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De aangifteformulieren vermelden de naam, de voornamen, de woonplaats, de geboorteplaats en -datum, het nummer van de identiteitskaart van de aangever, de aanduiding van het aantal biljetten van 100, 500, 1.000 en 10.000 Belgische frank in het bezit van de aangever, de verklaring dat de aangegeven biljetten eigendom van de aangever zijn of aan een door de aangever aangeduide derde behoren, de datum van de aangifte en tot slot de handtekening van de aangever. Deze formulieren zijn - met uitzondering van de onderstaande specimina - vernietigd omdat deze al bij al weinig informatie bevatten en door hun omvang en ordening moeilijk te raadplegen waren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het bestand.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00018</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">d. Aangifteformulieren niet gevolgd door neerlegging</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>440</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de bij de diensten van de Nationale Bank van België aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>441 - 444</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de bij de diensten van de Banque de la Société Générale de Belgique aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>441</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>442</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>443</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalter tot Louveigné.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>444</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Zwevegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>445 - 448</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de bij de diensten van de Banque de Bruxelles aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>445</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>446</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>447</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aartrijke tot Louvain [Leuven].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>448</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maeseyck [Maaseik] tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>449 - 452</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de bij de diensten van de Kredietbank voor Handel en Nijverheid aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>449</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>450</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>451</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Kuurne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>452</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Lanaken tot Zwevegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>453</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de bij de kleinere banken in Brussel aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>454</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de bij de kleinere banken in Antwerpen aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>455</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de bij de kleinere banken in de provincies aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>456 - 464</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de bij de postkantoren aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>456</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Brussel 1-20.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>457</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Brusselse voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>458</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Aalst tot Burdinne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>459</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Callenelle tot Evergem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>460</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Fallais tot Horrues.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>461</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Houdeng tot Liment.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>462</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Lincent tot Nylen [Nijlen].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>463</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Obourg tot Sint-Niklaas.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>464</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Sint-Pauwels tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden samen met de bijhorende lijsten en brief-wisseling in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00019</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">4. Aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.000 BEF</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00020</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Inschrijvingsboeken model B van de aangiftes</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>465 - 469</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model B van de bij de diensten van de Nationale Bank van België aangegeven biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>465</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>466</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>467</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Gent.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>468</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Hasselt tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>469</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oostende tot Wavre [Waver].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>470 - 483</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model B van de bij de diensten van de Banque de la Société Générale de Belgique aangegeven biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>470</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>471</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>472</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Aywaille.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>473</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Basècles tot Burvinnes.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>474</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Celles tot Dour.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>475</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ecaussinnes-d'Enghien tot Froidchapelle.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>476</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gavere tot Gullegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>477</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Hasselt tot Kuurne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>478</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Louvière tot Louveigné.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>479</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Mouscron [Moeskroen].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>480</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Namêche tot Quiévrain.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>481</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Rance tot Stockay.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>482</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Tamise [Temse] tot Turnhout.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>483</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Verlaine tot Zwevegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>484 - 495</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model B van de bij de diensten van de Banque de Bruxelles aangegeven biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>484</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>485</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>486</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Aywaille.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>487</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Barvaux tot Burdinne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>488</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Celles tot Esneux.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>489</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Fexhe-le-Haut-Clocher tot Gent.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>490</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Haacht tot Kuurne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>491</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Hulpe [Terhulpen] tot Lokeren.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>492</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>493</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oedelem tot Ruddervoorde.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>494</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Saint-Ghislain tot Turnhout.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>495</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Velaine tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>496 - 504</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model B van de bij de diensten van de Kredietbank voor Handel en Nijverheid aangegeven biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>496</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>497</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>498</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Brugge.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>499</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Deerlijk tot Gullegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>500</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Halle tot Kuurne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>501</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Lanaken tot Mol.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>502</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Nazareth tot Rykevorsel [Rijkevorsel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>503</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Scheldewindeke tot Turnhout.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>504</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Veurne tot Zwevezele.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>505 - 509</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model B van de bij de kleinere banken in Brussel aangegeven biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>505</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Josse Allard tot Comptoir Belgo-Hollandais.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>506</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Comptoir du Centre tot Crédit du Nord belge.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>507</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque d'Escompte et de Travaux tot F. M. Philippson et Co.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>508</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Prêts et de Dépots tot Banque de Réports et de Dépots.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>509</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Société belge de Banque tot Westminster Foreign Bank.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>510 - 512</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model B van de bij de kleinere banken in Antwerpen aangegeven biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>510</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Amsterdamsche Bank voor België tot Hypothecaire Beleggings- en Depositokas.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>511</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">La Centrale Financière tot Crédit Lyonnais.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>512</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Diamantaire Anversoise tot Westminster Foreign Bank.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>513 - 517</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model B van de bij de kleinere banken in de provincies aangegeven biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>513</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Algemeen Beroepskrediet tot Banque Commerciale de Liège.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>514</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Comptoir du Centre tot Crédit du Nord belge.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>515</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Crédit Ostendais tot Banque J. Joire.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>516</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Jumet-Roux tot Banque Populaire de Verviers.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>517</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bank van Roeselare tot Westvlaamsch Beroepskrediet.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>518</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model B van de bij de Postcheckdienst aangegeven biljetten. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>519 - 551</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model B van de bij de postkantoren aangegeven biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>519</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Brussel 1-20.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>520</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Aaigem tot Antoing.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>521</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Antwerpen 1-18.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>522</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Baarle-Hertog tot Berchem-Sainte-Agathe [Sint-Agatha-Berchem].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>523</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Berendrecht tot Bonsecours.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>524</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Booischot tot Buvrinnes.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>525</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Callenelle tot Cul-des-Sarts.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>526</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Dadizele tot Dworp.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>527</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Eben-Emael tot Ezemaal.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>528</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Falaën tot Froyennes.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>529</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Galmaarden tot Genval.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>530</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Gérouville tot Gullegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>531</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Haacht tot Havré.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>532</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Hechtel tot Heyd.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>533</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Hillegem tot Hyon-Ciply.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>534</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Ichtegem tot Jurbise.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>535</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Kain tot Kwaremont.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>536</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Laarne tot Le Vieux Campinaire.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>537</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Libin tot Luttre.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>538</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Maaseik tot Mazy.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>539</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Mechelen 1 tot Meux.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>540</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Micheroux tot Musson.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>541</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Naast-Noville tot Taviers.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>542</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Obaix-Buzet tot Overpelt.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>543</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Paal tot Quiévrain.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>544</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Ramsel tot Rupelmonde.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>545</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Saintes tot Sibry.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>546</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Sint-Amandsberg tot Sysele [Sijsele].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>547</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Taintignies tot Ukkel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>548</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Val-Saint-Lambert tot Vresse-sur-Semois.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>549</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Waarschoot tot Wervik.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>550</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Wespelaar tot Wytschate [Wijtschate].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>551</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Yves-Gomezée tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De inschrijvingsboeken model B werden gebruikt om de via de Nationale Bank van België of de banken aangegeven bedragen te registeren wanneer deze bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank lagen. De kolommen vermelden alleen een volgnummer en het aangegeven bedrag. Het totaal aangegeven bedrag werd op de omslag genoteerd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00021</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Lijsten B van de neerleggingen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>552 - 557</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de diensten van de Nationale Bank van België neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>552</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>553</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>554</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Brugge.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>555</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Charleroi tot Ieper.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>556</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Kortrijk tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>557</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oostende tot Wavre [Waver].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>558 - 594</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de diensten van Banque de la Société Générale de Belgique neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>558</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>559</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>560</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Anderlues.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>561</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ans tot Aywaille.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>562</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Basècles tot Bertrix.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>563</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Beselare tot Bouillon.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>564</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Boussu tot Burdinne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>565</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Celles tot Charleroi.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>566</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Chênée tot Couvin.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>567</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Deinze tot Desselgem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>568</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Diest tot Dour.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>569</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ecaussinnes-d'Enghien tot Evergem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>570</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Feluy-Arquennes tot Froidchapelle.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>571</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gavere tot Genk.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>572</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gent.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>573</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Genval tot Gullegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>574</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Habay tot Hemiksem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>575</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Héron tot Huy [Hoei].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>576</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ieper tot Kuurne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>577</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Louvière tot Leopoldsburg.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>578</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Lessines [Lessen] tot Lichtervelde.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>579</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Liège [Luik] tot Louveigné.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>580</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Melle.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>581</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Merbes-le-Château tot Momignies.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>582</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Mons [Bergen] tot Mouscron [Moeskroen].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>583</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Namêche tot Nandrin.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>584</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Nederbrakel tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>585</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oostende tot Overyssche [Overijse].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>586</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Pâturages tot Quiévrain.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>587</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Rance tot Rumes.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>588</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Saint-Ghuislain tot Sivry.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>589</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Soignies [Zinnik] tot Stockay.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>590</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Templeuve tot Tongeren.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>591</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Torhout tot Turnhout.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>592</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Verlaine tot Visé [Wezet].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>593</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Wakken tot Wetteren.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>594</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Wevelgem tot Zwevegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>595 - 625</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de diensten van de Banque de Bruxelles neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>595</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>596</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>597</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Antoing.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>598</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Antwerpen tot Aywaille.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>599</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Barvaux tot Bléharies.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>600</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Booischot tot Burdinne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>601</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Celles tot Châtelet.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>602</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Chênée tot Couvin.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>603</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Damme tot Dudzele.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>604</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Eekloo [Eeklo] tot Fléron.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>605</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Fleurus tot Froidchapelle.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>606</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gavere tot Gent.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>607</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gistel tot Gullegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>608</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Haacht tot Hasselt.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>609</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Herentals tot Huy [Hoei].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>610</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ieper tot Kuurne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>611</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Hulpe [Terhulpen] tot Lessines [Lessen].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>612</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Leuven tot Lichtervelde.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>613</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Liège [Luik] tot Lokeren.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>614</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Merksem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>615</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Messines [Mesen] tot Mouscron [Moeskroen].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>616</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Nalinnes tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>617</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oedelem tot Overyssche [Overijse].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>618</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Pecq tot Quiévrain.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>619</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Rance tot Sint-Truiden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>620</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Seneffe tot Sysele [Sysele].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>621</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Taintignies tot Tienen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>622</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Tongeren tot Turnhout.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>623</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Velaines tot Visé [Wezet].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>624</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Walcourt tot Wuustwezel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>625</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Zaventem tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>626 - 644</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de diensten van de Kredietbank voor Handel en Nijverheid neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>626</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>627</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>628</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Adinkerke.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>629</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Antwerpen tot Avelgem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>630</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Bassevelde tot Brugge.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>631</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Dadizele tot Evergem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>632</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Geel tot Gent.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>633</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gistel tot Hasselt.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>634</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Heist-aan-Zee tot Hulste.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>635</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ichtegem tot Kuurne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>636</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Lanaken tot Loppem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>637</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Moorslede.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>638</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Nazareth tot Ninove.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>639</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oedelem tot Overysche [Overijse].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>640</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Passendale tot Ryckevorsel [Rijkevorsel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>641</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Scheldewindeke tot Staden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>642</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Temse tot Vinkt.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>643</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Waasmunster tot Wuustwezel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>644</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Zaventem tot Zwevezele.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>645 - 654</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de kleinere banken in Brussel neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>645</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Josse Allard tot Caisse des Règlements Privés.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>646</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Centrale tot Comptoir Belgo-Hollandais.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>647</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Comptoir du Centre tot Comptoir National d'Escompte de Paris.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>648</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Crédit Communal.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>649</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Crédit Général tot Banque J. Joire.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>650</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque H. Lambert tot Banque de Paris et des Pays-Bas.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>651</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">F. M. Philippson et Co tot Banque Privée de Belqique.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>652</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Reports et de Dépots.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>653</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Société Belge de Banque tot Société Française de Banque et de Dépôts.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>654</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Société Hollandaise de Banque tot Westminster Foreign Bank.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>655 - 659</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de kleinere banken in Antwerpen neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>655</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Algemene Hypotheek- en Kredietkas tot Antwerpsche Volkskas.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>656</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque d'Anvers tot Centrale Financière.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>657</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Commerce.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>658</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de la Compagnie Commerciale Belge tot Banque Joseph J. Legrelle.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>659</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lloyds &amp; National Provincial Foreign Bank tot Westminster Foreign Bank.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>660 - 671</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de kleinere banken in de provincie neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>660</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Algemeen Beroepskrediet tot L'Ardenne Bancaire.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>661</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Belgische Hypotheekmaatschappij en Spaarkas.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>662</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Bordu et Co tot Caisse Tirlemontoise de Dépôts.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>663</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Eug. Chanteux tot Banque Commerciale de Liège.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>664</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Comptoir du Centre.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>665</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Copine tot Belgische Zee- en Binnenvaart Kredietmaatschappij.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>666</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Crédit du Nord Belge tot O. de Schaetzen et Co.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>667</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque J. Drèze tot André Joire et Co.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>668</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque J. Joire tot Bank voor 't Land van Dendermonde.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>669</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Liège tot Banque Populaire.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>670</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bank van Roeselare.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>671</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bank van Sint-Mariaburg tot Westvlaamsch Beroepskrediet.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>672 - 694</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de diensten van de Centrale Kas voor Landbouwkrediet van de Belgische Boerenbond neergelegde biljetten. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>672</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Algemene lijsten.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>673</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Algemene lijsten met opgave per Raifeissenkas.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>674</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Leuven.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>675</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Aalst tot Beerzel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>676</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Begijnendijk tot Blanden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>677</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Bocholt tot Comines Ten Brielen [Komen ten Brielen].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>678</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Deerlijk tot Evergem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>679</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Galmaarden tot Hasselt.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>680</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Hechtel tot Hoogstraten.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>681</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Horpmaal tot Kaulille.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>682</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Keerbergen tot Kwaremont.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>683</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Laar tot Lissewege.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>684</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Loenhout tot Marke.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>685</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Mechelen tot Moerkerke.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>686</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Moerzeke tot Ninove.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>687</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Noorderwijk tot Overpelt.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>688</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Paal tot Reppel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>689</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Retie tot Scherpenheuvel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>690</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Schoten tot Strombeek-Bever.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>691</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Temse tot Veurne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>692</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Viane tot Wervik.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>693</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Wespelaar tot Wuustwezel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>694</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Zaffelare tot Zwevegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de banken opgestelde lijsten B werden gebruikt om de neergelegde bedragen te registreren. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs en het bedrag van de neerlegging. De stempels op de lijsten wijzen er op dat de lijsten B vergeleken werden met de inschrijvingsboeken B. Daarnaast vermeldt een aan elke lijst gehechte nota van de dienst Ontrekking der biljetten zowel de aantallen ontvangstbewijzen voorzien van goed voor vereffening als de aantallen ontvangsbewijzen ingehouden voor verder onderzoek én de desbetreffende bedragen.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00022</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Opgaven van de neerleggingen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>695 - 702</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Opgaven van de neerleggingen van biljetten de bij de diensten van de Nationale Bank van België. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>695</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>696</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>697</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Eekloo [Eeklo].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>698</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Geeraardsbergen [Geraardsbergen] tot Kortrijk.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>699</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Louvière tot Liège [Luik].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>700</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Marche-en-Famenne tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>701</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oostende tot Soignies [Zinnik].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>702</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Tienen tot Wavre [Waver].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>703 - 728</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Opgaven van de neerleggingen van biljetten bij de diensten van Banque de la Société Générale de Belgique. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>703</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>704</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>705</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Ans.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>706</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Antoing tot Aywaille.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>707</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Basècles tot Blankenberge.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>708</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Bléharies tot Burdinne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>709</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Celles tot Couvin.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>710</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Deinze tot Dour.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>711</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ecausinnes-d'Enghien tot Evergem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>712</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Feluy tot Froidchapelle.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>713</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gavere tot Gent.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>714</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Genval tot Gullegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>715</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Habay tot Heule.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>716</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Hoegaarden tot Kuurne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>717</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Louvière tot Leuven.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>718</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Leuze tot Louveigné.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>719</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Meulebeke.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>720</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Micheroux tot Mouscron [Moeskroen].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>721</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Namêche tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>722</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oostende tot Puurs.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>723</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Quevaucamps tot Sint-Kwintens-Lennik.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>724</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Sint-Niklaas tot Stockay.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>725</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Templeuve tot Tongeren.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>726</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Torhout tot Turnhout.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>727</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Verlaine tot Waregem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>728</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Waremme [Borgworm] tot Zwevegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>729 - 753</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Opgaven van de neerleggingen van biljetten bij de diensten van de Banque de Bruxelles. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>729</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>730</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>731</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Antoing.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>732</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Antwerpen tot Aywaille.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>733</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Barvaux tot Bléharies.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>734</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Boisschot-Herselt [Booischot-Herselt] tot Burdinne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>735</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Celles tot Châtelet.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>736</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Chênée tot Couvin.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>737</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Damme tot Esneux.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>738</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Fallais tot Froidchapelle.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>739</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gavere tot Gent.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>740</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Gistel tot Hasselt.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>741</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Herentals tot Huy [Hoei].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>742</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ieper tot Kuurne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>743</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Hulpe [Terhulpen] tot Leuze.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>744</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Libin tot Lokeren.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>745</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Meulestede.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>746</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Micheroux tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>747</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oedelem tot Overysche [Overijse].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>748</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Pecq tot Ruddervoorde.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>749</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Saint-Ghislan tot Sysele [Sijsele].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>750</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Taintignies tot Turnhout.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>751</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Velaines tot Visé [Wezet].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>752</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Walcourt tot Wuustwezel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>753</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Zaventem tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>754 - 767</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Opgaven van de neerleggingen van biljetten bij de diensten van de Kredietbank voor Handel en Nijverheid. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>754</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>755</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Brussel en voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>756</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Avelgem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>757</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Bassevelde tot Brugge.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>758</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Dadizele tot Evergem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>759</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Geel tot Hasselt.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>760</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Heist-aan-Zee tot Hulste.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>761</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Ichtegem tot Kuurne.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>762</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Lanaken tot Loppem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>763</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Maaseik tot Moorslede.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>764</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Nazareth tot Overysche [Overijse].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>765</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Passchendale tot Swevezele [Zwevezele].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>766</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Temsche [Temse] tot Watervliet.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>767</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Wervik tot Zwevegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>768 - 774</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Opgaven van de neerleggingen van biljetten bij de kleinere banken in Brussel. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>768</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Josse Allard tot Banque Commerciale de Bruxelles.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>769</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Commerciale du Kongo tot Comptoir National d'Escompte de Paris.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>770</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Crédit Communal de Belgique.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>771</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque du Crédit Général tot Banque H. Lambert.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>772</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lloyds &amp; National Provincial Foreign Bank tot Banque Privée de Belgique.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>773</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Reports et de Dépôts.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>774</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Société Belge de Banque tot Westminster Foreign Bank.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>775 - 778</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Opgaven van de neerleggingen van biljetten bij de kleinere banken in Antwerpen. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>775</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Algemene Hypotheek en Kredietkas tot Caisse Anversoise de Reports et Crédit.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>776</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Caisse Hypothécaire Anversoise tot Banque de Commerce.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>777</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de la Compagnie Commerciale de Belgique tot Banque Italo-Belge.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>778</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Frédéric Jacobs tot Westminster Foreign Bank.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>779 - 787</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Opgaven van de neerleggingen van biljetten bij de kleinere banken in de provincies. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>779</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Algemeen Beroepskrediet tot Belgische Hypotheekmaatschappij en Spaarkas.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>780</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Bossu et Co tot Banque Eug. Chanteux.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>781</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque des Classes Moyennes tot Comptoir du Centre.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>782</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Copine tot Crédit Lyonnais.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>783</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Crédit Maritime et Fluvial de Belgique tot Banque Dubois.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>784</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Fabri et Co tot Banque de Jumet-Roux.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>785</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bank voor 't Land van Dendermonde tot Banque Nagelmackers Fils et Cie.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>786</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque Populaire de Huy tot Bank van Sint Mariaburg.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>787</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Société Francaise de Banque et de Dépôts tot Westvlaamsch Beroepskrediet.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>788 - 793</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Opgaven van de neerleggingen van biljetten bij de Centrale Kas voor Landbouwkrediet van de Belgische Boerenbond. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>788</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Leuven.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>789</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Aalst tot Esschen-Wildert [Essen-Wildert].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>790</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Everberg tot Kontich.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>791</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Korbeek-Dyle [Korbeek-Dijle] tot Nevele.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>792</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Nieuwenhove tot Sint-Margriete-Houtem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>793</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Raifeissenkassen Sint-Maria-Horebeke tot Zwevegem.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00023</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">d. Recapitulatiestaten van de neerleggingen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>794 - 801</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Recapitulatiestaten van de neergelegde biljetten. 1944-1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>794</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Nationale Bank van België.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de dienst Onttrekking der biljetten opgestelde recapitulatiestaten dienden een algemeen overzicht te bieden. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en het totaal neergelegd bedrag.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>795</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de la Société Générale de Belgique.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de dienst Onttrekking der biljetten opgestelde recapitulatiestaten dienden een algemeen overzicht te bieden. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en het totaal neergelegd bedrag.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>796</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Bruxelles.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de dienst Onttrekking der biljetten opgestelde recapitulatiestaten dienden een algemeen overzicht te bieden. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en het totaal neergelegd bedrag.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>797</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Kredietbank voor Handel en Nijverheid.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de dienst Onttrekking der biljetten opgestelde recapitulatiestaten dienden een algemeen overzicht te bieden. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en het totaal neergelegd bedrag.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>798</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Kleinere banken in Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de dienst Onttrekking der biljetten opgestelde recapitulatiestaten dienden een algemeen overzicht te bieden. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en het totaal neergelegd bedrag.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>799</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Kleinere banken in Antwerpen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de dienst Onttrekking der biljetten opgestelde recapitulatiestaten dienden een algemeen overzicht te bieden. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en het totaal neergelegd bedrag.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>800</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Kleinere banken in de provincies.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de dienst Onttrekking der biljetten opgestelde recapitulatiestaten dienden een algemeen overzicht te bieden. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en het totaal neergelegd bedrag.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>801</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Centrale Kas voor Landbouwkrediet van de Belgische Boerenbond.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de dienst Onttrekking der biljetten opgestelde recapitulatiestaten dienden een algemeen overzicht te bieden. De kolommen vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, de datum van de neerlegging, het neergelegd bedrag en het totaal neergelegd bedrag.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00024</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">e. Aangifteformulieren niet gevolgd door neerlegging</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>802</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van bij de diensten van de Nationale Bank van België aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>803</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van bij de diensten van de Banque de la Société Générale de Belgique aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>804</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van bij de diensten van de Banque de Bruxelles aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>805</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van bij de diensten van de Kredietbank voor Handel en Nijverheid aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>806</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van bij de kleinere banken in Brussel en Antwerpen aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>807</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van bij de kleinere banken in de provincies aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>808 - 812</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van bij de postkantoren aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944-1946.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>808</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postcheckdienst, postkantoren Brussel 1-20, postkantoren Brusselse voorsteden.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>809</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Aartrijke tot Dour.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>810</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Edingen tot Luttre.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>811</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Maaseik tot Stambruges.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>812</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Postkantoren Tavier tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>813</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van bij het Consulaat-Generaal der Nederlanden te Brussel aangegeven biljetten, niet gevolgd door neerlegging. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren werden in afzonderlijke reeksen bewaard omdat ze nog door een laattijdige neerlegging gevolgd konden worden.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00025</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">f. Archiefbescheiden met betrekking tot beheer bijzondere rekeningen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>814 - 817</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de overdracht van de nog niet vereffende bijzondere rekeningen door de banken aan de Nationale Bank van België. 1946-1947.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>814</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de la Société Générale de Belgique.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze stukken handelen over het beheer, de overdracht en de vereffening van bijzondere rekeningen. Vermoedelijk ontving de dienst Onttrekking der biljetten deze stukken van de andere diensten van de Nationale Bank van België om van de stand van zaken op de hoogte te blijven.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>815</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Bruxelles.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze stukken handelen over het beheer, de overdracht en de vereffening van bijzondere rekeningen. Vermoedelijk ontving de dienst Onttrekking der biljetten deze stukken van de andere diensten van de Nationale Bank van België om van de stand van zaken op de hoogte te blijven.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>816</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Kredietbank voor Handel en Nijverheid.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze stukken handelen over het beheer, de overdracht en de vereffening van bijzondere rekeningen. Vermoedelijk ontving de dienst Onttrekking der biljetten deze stukken van de andere diensten van de Nationale Bank van België om van de stand van zaken op de hoogte te blijven.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>817</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Centrale Kas voor Landbouwkrediet Belgische Boerenbond en kleinere banken.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze stukken handelen over het beheer, de overdracht en de vereffening van bijzondere rekeningen. Vermoedelijk ontving de dienst Onttrekking der biljetten deze stukken van de andere diensten van de Nationale Bank van België om van de stand van zaken op de hoogte te blijven.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>818</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vereffening van de bijzondere rekeningen die door de banken aan de Nationale Bank van België zijn overgedragen. 1946-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze stukken handelen over het beheer, de overdracht en de vereffening van bijzondere rekeningen. Vermoedelijk ontving de dienst Onttrekking der biljetten deze stukken van de andere diensten van de Nationale Bank van België om van de stand van zaken op de hoogte te blijven.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>819 - 823</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bijzondere rekeningen die door de diensten van de Nationale Bank van België aan de Postcheckdienst zijn overgedragen. 1947-1950.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>819</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze stukken handelen over het beheer, de overdracht en de vereffening van bijzondere rekeningen. Vermoedelijk ontving de dienst Onttrekking der biljetten deze stukken van de andere diensten van de Nationale Bank van België om van de stand van zaken op de hoogte te blijven.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>820</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze stukken handelen over het beheer, de overdracht en de vereffening van bijzondere rekeningen. Vermoedelijk ontving de dienst Onttrekking der biljetten deze stukken van de andere diensten van de Nationale Bank van België om van de stand van zaken op de hoogte te blijven.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>821</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Eekloo [Eeklo].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze stukken handelen over het beheer, de overdracht en de vereffening van bijzondere rekeningen. Vermoedelijk ontving de dienst Onttrekking der biljetten deze stukken van de andere diensten van de Nationale Bank van België om van de stand van zaken op de hoogte te blijven.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>822</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Geeraardsbergen [Geraardsbergen] tot Mouscron [Moeskroen].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze stukken handelen over het beheer, de overdracht en de vereffening van bijzondere rekeningen. Vermoedelijk ontving de dienst Onttrekking der biljetten deze stukken van de andere diensten van de Nationale Bank van België om van de stand van zaken op de hoogte te blijven.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>823</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Namur [Namen] tot Wavre [Waver].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze stukken handelen over het beheer, de overdracht en de vereffening van bijzondere rekeningen. Vermoedelijk ontving de dienst Onttrekking der biljetten deze stukken van de andere diensten van de Nationale Bank van België om van de stand van zaken op de hoogte te blijven.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>824</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake het beheer van de bijzondere rekeningen die op naam van of voor rekening van de weerstandsgroeperingen zijn geopend. 1949-1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze stukken handelen over het beheer, de overdracht en de vereffening van bijzondere rekeningen. Vermoedelijk ontving de dienst Onttrekking der biljetten deze stukken van de andere diensten van de Nationale Bank van België om van de stand van zaken op de hoogte te blijven.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00026</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">5. Laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerlegging</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00027</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Lijsten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>825 - 833</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij de diensten van de Nationale Bank van België. 1944-1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>825</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde lijsten vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, het kantoor van de aangifte, het bedrag van de neerlegging en de naam van de aangever. De aantekeningen wijzen erop dat deze lijsten door de dienst Onttrekking der biljetten werden nagezien.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>826</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde lijsten vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, het kantoor van de aangifte, het bedrag van de neerlegging en de naam van de aangever. De aantekeningen wijzen erop dat deze lijsten door de dienst Onttrekking der biljetten werden nagezien.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>827</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Charleroi.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde lijsten vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, het kantoor van de aangifte, het bedrag van de neerlegging en de naam van de aangever. De aantekeningen wijzen erop dat deze lijsten door de dienst Onttrekking der biljetten werden nagezien.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>828</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Dendermonde tot Gent.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde lijsten vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, het kantoor van de aangifte, het bedrag van de neerlegging en de naam van de aangever. De aantekeningen wijzen erop dat deze lijsten door de dienst Onttrekking der biljetten werden nagezien.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>829</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Hasselt tot Kortrijk.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde lijsten vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, het kantoor van de aangifte, het bedrag van de neerlegging en de naam van de aangever. De aantekeningen wijzen erop dat deze lijsten door de dienst Onttrekking der biljetten werden nagezien.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>830</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Louvière tot Liège [Luik].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde lijsten vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, het kantoor van de aangifte, het bedrag van de neerlegging en de naam van de aangever. De aantekeningen wijzen erop dat deze lijsten door de dienst Onttrekking der biljetten werden nagezien.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>831</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Marche-en-Famenne tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde lijsten vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, het kantoor van de aangifte, het bedrag van de neerlegging en de naam van de aangever. De aantekeningen wijzen erop dat deze lijsten door de dienst Onttrekking der biljetten werden nagezien.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>832</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oostende tot Ronse.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde lijsten vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, het kantoor van de aangifte, het bedrag van de neerlegging en de naam van de aangever. De aantekeningen wijzen erop dat deze lijsten door de dienst Onttrekking der biljetten werden nagezien.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>833</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Sint-Niklaas tot Wavre [Waver].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde lijsten vermelden het nummer van het ontvangstbewijs, het kantoor van de aangifte, het bedrag van de neerlegging en de naam van de aangever. De aantekeningen wijzen erop dat deze lijsten door de dienst Onttrekking der biljetten werden nagezien.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00028</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Processen-verbaal</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>834 - 845</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij de hoofdzetel van de Nationale Bank van België in Brussel. 17 nov. 1944 - 17 okt. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>834</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>835</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">18 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>836</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">20 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>837</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">21 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>838</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>839</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>840</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">24 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>841</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 nov. 1944 - 27 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>842</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">28 nov. 1944 - 30 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>843</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 dec. 1944 - 7 dec. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>844</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">8 dec. 1944 - 31 dec. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>845</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 jan. 1945 - 27 okt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>846 - 853</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij de Bijbank van de Nationale Bank van België in Antwerpen. 17 nov. 1944 - 18 sep. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>846</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1844.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>847</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">18 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>848</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">20 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>849</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">21 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>850</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>851</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 nov. 1944 - 24 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>852</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 nov. 1944 - 30 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>853</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 dec. 1944 - 18 sep. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>854 - 855</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Aalst. 17 nov. 1944 - 25 okt. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>854</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 30 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>855</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 dec. 1944- 25 okt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>856</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Arlon [Aarlen]. 17 november 1944 - 2 augustus 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>857</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Ath [Aat]. 17 november 1944 - 5 februari 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>858</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Boom. 17 november 1944 - 30 september 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>859 - 861</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Brugge. 17 nov. 1944 - 1 okt. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>859</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 22 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>860</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 nov. 1944 - 30 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>861</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 dec. 1944 - 31 okt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>862 - 865</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Charleroi. 17 nov. 1944 - 31 okt. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>862</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 20 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>863</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">21 nov. 1944 - 23 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>864</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">24 nov. 1944 - 30 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>865</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 dec. 1944 - 31 okt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>866</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Dendermonde. 17 november 1944 - 30 januari 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>867</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Dinant. 17 november 1944 - 5 oktober 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>868</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Eekloo [Eeklo]. 17 november 1944 - 19 oktober 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>869</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Geeraardsbergen [Geraardsbergen]. 17 november 1944 - 21 juni 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>870 - 872</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Gent. 17 nov. 1944 - 13 okt. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>870</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 22 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>871</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 nov. 1944 - 30 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>872</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 dec. 1944 - 13 okt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>873 - 874</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Hasselt. 17 nov. 1944 - 5 februari 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>873</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 22 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>874</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 nov. 1944 - 5 februari 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>875 - 876</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Huy [Hoei]. 4 nov. 1944 - 31 okt. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>875</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 nov. 1944 - 20 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>876</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">21 nov. 1944 - 31 okt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>877</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Ieper. 17 november 1944 - 29 maart 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>878 - 879</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Kortrijk. 17 nov. 1944 - 23 okt. 1945</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>878</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 21 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>879</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 nov. 1944 - 23 okt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>880 - 881</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in La Louvière. 17 nov. 1944 - 3 okt. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>880</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 21 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>881</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 nov. 1944 - 3 okt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>882</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Leuven. 17 november 1944 - 21 september 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>883 - 888</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Liège [Luik]. 17 nov. 1944 - 29 okt. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>883</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 20 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>884</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">21 nov. 1944 - 22 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>885</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 nov. 1944 - 24 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>886</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 nov. 1944 - 30 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>887</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 dec. 1944 - 9 dec. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>888</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">11 dec. 1944 - 29 okt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>889</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Marche-en-Famenne. 17 november 1944 - 10 juli 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>890 - 891</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Mechelen. 17 nov. 1944 - 25 mei 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>890</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 21 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>891</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 nov. 1944 - 25 mei 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>892 - 893</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Mons [Bergen]. 17 nov. 1944 - 3 okt. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>892</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 22 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>893</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 nov. 1944 - 3 okt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>894</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Mouscron [Moeskroen]. 17 november 1944 - 29 oktober 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>895 - 896</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Namur [Namen]. 17 nov. 1944 - 21 jan. 1946.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>895</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 21 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>896</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 nov. 1944 - 21 jan. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>897</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Neufchâteau. 17 november 1944 - 5 september 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>898 - 899</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Oostende. 17 nov. 1944 - 25 sep. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>898</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 22 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>899</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 nov. 1944 - 25 sep. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>900</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Oudenaarde. 17 november 1944 - 5 april 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>901</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Péruwelz. 17 november 1944 - 4 mei 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>902</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Philippeville. 17 november 1944 - 13 augustus 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>903</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Roeselare. 17 november 1944 - 13 april 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>904</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Ronse. 17 november 1944 - 15 februari 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>905</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Sint-Niklaas. 17 november 1944 - 26 april 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>906</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Soignies [Zinnik]. 17 november 1944 - 27 juni 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>907</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Tienen. 17 november 1944 - 12 februari 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>908</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Tongeren. 17 november 1944 - 28 september 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>909</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Tournai [Doornik]. 17 november 1944 - 22 juni 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>910</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Turnhout. 17 november 1944 - 21 september 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>911</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Veurne. 17 november 1944 - 26 april 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>912 - 913</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Verviers. 18 nov. 1944 - 19 okt. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>912</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">18 nov. 1944 - 22 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>913</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 nov. 1944 - 19 okt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>914</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Processen-verbaal van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Wavre [Waver]. 17 november 1944 - 2 mei 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. De door de verschillende diensten van de Nationale Bank van België opgestelde processen-verbaal vermelden de naam en voornaam van de aangever, het adres, het kantoor waar de aangifte gedaan werd, het nummer van de aangifte en de verklaring van de aangever voor de laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging. Vaak zijn handgeschreven verklaringen of brieven in bijlage toegevoegd. De aantekeningen op de processen-verbaal wijzen er op dat de dienst Onttrekking der biljetten belast was met hun nazicht en vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00029</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Aangifteformulieren</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>915 - 916</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij de hoofdzetel van de Nationale Bank van België in Brussel. 17 nov. 1944 - 30 mrt. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>915</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 23 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>916</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">24 nov. 1944 - 30 mrt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>917</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij de Bijbank van de Nationale Bank van België in Antwerpen. 17 november 1944 - 11 september 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>918</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Aalst. 17 november 1944 - 9 februari 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>919</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Arlon [Aarlen]. 17 november 1944 - 25 juli 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>920</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Ath [Aat]. 17 november 1944 - 8 december 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>921</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Boom. 17 november 1944 - 14 oktober 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>922</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Brugge. 17 november 1944 - 9 februari 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>923</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Charleroi. 17 november 1944 - 17 december 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>924</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Dendermonde. 17 november 1944 - 30 januari 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>925</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Dinant. 17 november 1944 - 5 oktober 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>926</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Eekloo [Eeklo]. 17 november 1944 - 9 december 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>927</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Geeraardsbergen [Geraardsbergen]. 17 november 1944 - 12 mei 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>928</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Gent. 17 november 1944 - 29 oktober 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>929</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Hasselt. 17 november 1944 - 5 februari 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>930</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Huy [Hoei]. 17 november 1944 - 24 mei 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>931</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Ieper. 17 november 1944 - 6 januari 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>932</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Ieper 17 november 1944 - 6 januari 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>933</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Kortrijk. 17 november 1944 - 23 oktober 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>934</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in La Louvière. 17 november 1944 - 9 juli 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>935</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Leuven. 17 november 1944 - 26 december 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>936</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Liège [Luik]. 17 november 1944 - 12 oktober 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>937</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Marche-en-Famenne. 17 november 1944 - 11 augustus 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>938</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Mechelen. 17 november 1944 - 18 juni 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>939</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Mons [Bergen]. 17 november 1944 - 1 augustus 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>940</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Mouscron [Moeskroen]. 17 november 1944 - 2 oktober 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>941</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Namur [Namen]. 17 november 1944 - 24 mei 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>942</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Oostende. 17 november 1944 - 25 juli 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>943</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Oudenaarde. 17 november 1944 - 30 oktober 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>944</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Neufchâteau. 17 november 1944 - 14 juli 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>945</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Nivelles [Nijvel]. 17 november 1944 - 20 juni 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>946</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Péruwelz. 17 november 1944 - 22 december 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>947</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Philippeville. 17 november 1944 - 1 mei 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>948</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Roeselare. 17 november 1944 - 13 april 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>949</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Ronse. 17 november 1944 - 26 december 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>950</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Soignies [Zinnik]. 17 november 1944 - 13 april 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>951</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Sint-Niklaas. 17 november 1944 - 26 april 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>952</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Tienen. 17 november 1944 - 1 februari 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>953</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Tongeren. 17 november 1944 - 28 september 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>954</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Tournai [Doornik]. 17 november 1944 - 21 juni 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>955</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Turnhout. 17 november 1944 - 13 augustus 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>956</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Verviers. 16 november 1944 - 19 oktober 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>957</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Veurne. 17 november 1944 - 25 april 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>958</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij het agentschap van de Nationale Bank van België in Wavre [Waver]. 17 november 1944 - 6 februari 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Deze aangifteformulieren handelen enkel over neerlegging van bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00030</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">d. Archiefbescheiden met betrekking tot onderzoek Comité van hoger beroep</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>959 - 960</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de door het Comité van Hoger Beroep aanvaarde of geweigerde laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>959</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stand op 31 mei 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze archiefbescheiden handelen over de beslissingen van het Comité van hoger beroep, dat belast was met het onderzoek van de niet tijdige neerleggingen die na de wettelijke termijnen doch vóór 1 januari 1945 waren verricht.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>960</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stand op 31 oktober 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze archiefbescheiden handelen over de beslissingen van het Comité van hoger beroep, dat belast was met het onderzoek van de niet tijdige neerleggingen die na de wettelijke termijnen doch vóór 1 januari 1945 waren verricht.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>961</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de vereffening van de door het Comité van Hoger Beroep aanvaarde laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen. 1946-1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>962</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de aan het Comité van Hoger Beroep voorgelegde laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00031</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">6. Vaststelling van overschotten en tekorten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>963</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agenda van de uitgaande brieven aan de agentschappen inzake de vaststelling van overschotten in de bij de banken en de postkantoren neergelegde biljetten. 1944-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>964</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Minuten van de uitgaande brieven aan de agentschappen inzake de vaststelling van overschotten in de bij de banken en de postkantoren neergelegde biljetten. 1944-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>965</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vaststelling van overschotten en tekorten in de bij de diensten van de Centrale Kas voor Landbouwkrediet van de Belgische Boerenbond neergelegde biljetten. 1945-1950.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>966</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vaststelling en vereffening van de door de banken gedragen kasverschillen als gevolg van de verrichtingen in het kader van de muntsanering. 1944-1956.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00032</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">7. Valse, beschadigde en gestolen biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>967</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vondsten en inbeslagnames van valse biljetten. 1944-1949.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>968</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten en tabellen van de gevonden en inbeslaggenomen valse biljetten. 1944-1953.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>969</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake het onderzoek en de vereffening van de beschadigde biljetten. 1944-1947.</unittitle>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>970</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de inbeslagnames van gestolen biljetten van 10.000 BEF. 1945-1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Elk gezinshoofd diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, volgden de aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij deze laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de aangifte en neerlegging van bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank enerzijds en de aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 10.0000 Belgische frank anderzijds: de hogere bedragen werden strenger gecontroleerd. Niet alle verrichtingen gebeurden binnen de voorziene termijnen of volgens het boekje, wat verklaart waarom er ook sprake is van laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerleggingen. Verder werden er tijdens of na afloop van de ruil, aangifte en neerlegging van de biljetten zowel overschotten als tekorten vastgesteld. Tot slot zijn er er ook tal van valse, beschadigde of gestolen biljetten opgedoken: de valse en gestolen biljetten werden in beslag genomen, de beschadigde (geheel of gedeeltelijk) vereffend. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00033</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">C. Aangifte en neerlegging van biljetten door openbare en gelijkgestelde instellingen</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00034</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Algemeen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>971 - 974</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Minuten van de uitgaande brieven betreffende de aangifte, vereffening en neerlegging van biljetten door openbare en gelijkgestelde instellingen. dec. 1944 - aug. 1945.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>971</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">dec. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>972</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">jan. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>973</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">feb. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>974</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">mrt. 1945 - aug. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>975</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Répertoire", lijst van de aangifte van biljetten door openbare en gelijkgestelde instellingen (volgnummer 1-14.078). 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>976</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Indicateur", lijst van de aangifte van biljetten door openbare en gelijkgestelde instellingen (volgnummer 1-15.009). 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze lijst vermeldt het volgnummer, de naam en het adres van de instelling en het aangegeven bedrag aan oude biljetten.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>977 - 992</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Steekkaarten van de overschrijving en vereffening van de door openbare en gelijkgestelde instellingen aangegeven biljetten. 1944-1945.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>977</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Aalbeke tot Aywiers.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>978</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Baaigem tot Bouwel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>979</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Bouge tot Bruxelles [Brussel].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>980</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Callenelle tot Durbuy.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>981</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Durnal tot Gedinne.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>982</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Geel tot Harzé.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>983</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Hasselt tot Izier.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>984</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Jabbeke tot Leopoldsburg.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>985</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Le Roux tot Marenne.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>986</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Mariembourg tot My.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>987</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Naast tot Overysche [Overijse].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>988</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Paal tot Rymenam [Rijmenam].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>989</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Saint-Amand tot Somzée.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>990</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Sorée tot Ursel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>991</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Val-Meer tot Weelde.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>992</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Weerde tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans het volgnummer, de naam van de instelling, de datum en het bedrag van de overschrijving op een postchequerekening en de datum en het bedrag van de vereffening.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>993</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Listes récapitulatives. Indications agences réceptrices B.A.T.", lijst van de aangifte en neerlegging van biljetten door openbare en gelijkgestelde instellingen bij de diensten van de Nationale Bank van België (volgnummer 1-14.080). 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze lijst vermeldt het volgnummer, het aangegeven bedrag aan oude biljetten, de datum van de neerlegging van de oude biljetten en de vermelding van de dienst van de Nationale Bank van België waar de biljetten zijn neergelegd.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>994</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Listes récapitulatives (Brouillons de Baets)", concept van de lijst van de aangifte, vereffing en neerlegging van biljetten door openbare en gelijkgestelde instellingen (volgnummer 1-14.099). 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze lijst vermeldt het volgnummer, het aangegeven bedrag aan oude biljetten, de datum van de overschrijving op de postchequerekening, de datum van de neerlegging van de oude biljetten en de naam van de instelling.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>995</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Listes récapitulatives (Brouillons Van Rompaey)", concept van de lijst van de aangifte, vereffing en neerlegging van biljetten door openbare en gelijkgestelde instellingen (volgnummer 1-15.009, 20.000). 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze lijst vermeldt het volgnummer, de naam van de instelling, het aangegeven bedrag aan oude biljetten, de datum van de overschrijving op de postchequerekening, de datum van de neerlegging van de oude biljetten.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>996</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Listes définitives" of "Samenvattende opgave der aangiften van biljetten oud model door de rekenplichtigen van openbare inrichtingen en gelijkgestelden gedaan krachtens art. 6 der besluitwet 6.10.1944", net van de lijst van de aangifte, vereffing en neerlegging van biljetten door openbare en gelijkgestelde instellingen (volgnummer 1-15.009, 20.000). 1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze lijst vermeldt het volgnummer, de naam van de instelling, het bedrag aan oude biljetten, de datum van de overschrijving op de postchequerekening, de datum van de neerlegging van de oude biljetten.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00035</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Aangifte en vereffening van de oude biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>997 - 1110</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de aangifte en vereffening van de biljetten door openbare en gelijkgestelde instellingen. 1944-1952.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1000</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van het Ministerie van Economische Zaken in Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1001</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van het Ministerie van Financiën in Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1002</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van het Ministerie van Justitie in Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1003</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van het Ministerie van Koloniën in Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1004</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van het Ministerie van Nationale Opvoeding in Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1005</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van het Ministerie van Openbare Werken in Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1006</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van het Ministerie van Ravitaillering in Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1007</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van het Ministerie van Tewerkstelling in Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1008</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van het Ministerie van Verkeerswezen in Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1009</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1010</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van de Regie voor Telegrafie en Telefonie.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1011</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1012</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Brusselse voorsteden, Anderlecht tot Molenbeek.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1013</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Brusselse voorsteden, Sint-Gillis tot Woluwe.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1014</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Antwerpen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1015</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Aaigem tot Alsemberg.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1016</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Andenne tot Anzegem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1017</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Appels tot Astene.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1018</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Ath [Aat] tot Aywiers.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1019</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Baaigem tot Bassilly.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1020</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Bastogne tot Bekkevoort.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1021</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Belgrade tot Berloz.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1022</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Berneau tot Beyne-Heusay.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1023</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Bienne-lez-Happart tot Bolinnes.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1024</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Bomal tot Bourlers.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1025</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Boussoit tot Broekom.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1026</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Brugge tot Buzet.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1027</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Callenelle tot Chapon-Seraing.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1028</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Charleroi tot Chênée.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1029</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Chéoux tot Cognelée.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1030</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Cointe-Sclessin tot Cul-des-Sarts.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1031</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Dadizele tot Deux-Rys.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1032</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Dhuy tot Dinez.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1033</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Dion tot Dourbes.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1034</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Dranouter tot Dworp.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1035</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Eben-Emael tot Eghezée.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1036</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Eigenbilsen [Eigenbilzen] tot Emptinne.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1037</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Engelmanshoven tot Erwetegem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1038</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Escanaffles tot Ezemaal.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1039</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Falaën tot Fleurus.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1040</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Flobecq [Vloesberg] tot Foy-Notre-Dame.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1041</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Fraipont tot Furnaux.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1042</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Gaasbeek tot Gentinnes.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1043</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Gent.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1044</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Genval tot Gozée.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1045</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Grâce-Berleur tot Gutschoven.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1046</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Haacht tot Ham-sur-Sambre.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1047</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Hamipre tot Hanzinne.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1048</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Harchies tot Havré.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1049</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Heelenbosch [Helen-Bos] tot Herk-Sint-Lambert.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1050</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Hermalle-sous-Argenteau tot Heyd.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1051</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Hillegem tot Hotton.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1052</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Houdemont tot Huise.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1053</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Huissignies tot Hyon-Ciply.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1054</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Ichtegem tot Izier.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1055</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Jabbeke tot Juseret.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1056</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Kaaskerke tot Kemzeke.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1057</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Kerkhove tot Knokke.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1058</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Kobbegem tot Kwaadmechelen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1059</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Laarne tot Lavoir.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1060</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Lebbeke tot Leopoldsburg.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1061</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Le Roeulx tot Leval-Trahegnies.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1062</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Libin tot Ligny.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1063</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Liège [Luik].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1064</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Lille tot Lixhe.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1065</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Lobbes tot Luythaegen [Luithagen].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1066</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Maarke-Kerkem tot Mannekensvere.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1067</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Maransart tot Marcinelle.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1068</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Marcq-lez-Enghien tot Mazy.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1069</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Méan tot Melveren.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1070</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Membach tot Meux.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1071</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Michelbeke tot Monceau-sur-Sambre.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1072</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Mons [Bergen] tot Moortsele.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1073</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Mopertingen tot Mussy-la-Ville.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1074</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Naast tot Nazareth.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1075</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Nechin tot Nieuwrode.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1076</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Nil-Saint-Vincent tot Nylen [Nijlen].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1077</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Obaix tot Oordegem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1078</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Oostakker tot Opwyk [Opwijk].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1079</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Orbais tot Overysche [Overijse].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1080</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Paal tot Silenrieux.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1081</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Piéton tot Puurs.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1082</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Quaregnon tot Quiévrain.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1083</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Rachecourt tot Rixensart.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1084</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Robechies tot Romsée.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1085</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Rondu tot Rutten.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1086</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Saint-Amand tot Saint-Jean-Geest.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1087</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Saint-Léger tot Saint-Vaast.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1088</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Saintes tot Schoten.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1089</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Schriek tot Serville.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1090</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in 's Gravenwezel tot Sint-Kwintens-Lennik.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1091</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Sint-Lambrechts-Herk tot Sint-Ulriks-Kapelle.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1092</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Sirault tot Solre-sur-Sambre.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1093</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Sombreffe tot Spy.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1094</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Stabroek tot Surlemez.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1095</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Taintignies tot Teuven.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1096</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Theux tot Tisselt.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1097</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Toernich tot Tourinnes-Saint-Lambert.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1098</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Tournai [Doornik] tot Turnhout.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1099</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Uitbergen tot Velzeke-Ruddershove.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1100</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Verlaine tot Vieux-Waleffe.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1101</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Villance tot Vivy.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1102</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Vlamertinge tot Vyle-et-Tharoul.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1103</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Waanrode tot Wanzele.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1104</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Warcoing tot Watripont.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1105</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Waudrez tot Wervik.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1106</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Wespelaar tot Wihogne.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1107</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Wilderen tot Wytschaete [Wijtschate].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1108</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Xhendelesse tot Yvoir.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1109</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Zaffelaere tot Zingem.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1110</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">instellingen in Zoerle tot Parwijs tot Zwyndrecht [Zwijndrecht].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>997</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken in Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>998</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>999</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">diensten van het Ministerie van Defensie in Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat voornamelijk stukken uit de periode 1944-1945.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00036</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">3. Overschrijving van de aangegeven bedragen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1111 - 1121</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Relevé des virements des B.N.T. aux CCP", lijsten van de overschrijving van de aangegeven bedragen op de postchequerekening van openbare en gelijkgestelde instellingen.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1111</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Vlaamse" instellingen, 1-2.689.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze lijst vermeldt het rekeningnummer, het bedrag, de naam van de instelling, het volgnummer en de datum van de overschrijving. Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1112</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Vlaamse" instellingen, 2.690-6.113.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze lijst vermeldt het rekeningnummer, het bedrag, de naam van de instelling, het volgnummer en de datum van de overschrijving. Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1113</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Vlaamse" instellingen, 6.114-9.947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze lijst vermeldt het rekeningnummer, het bedrag, de naam van de instelling, het volgnummer en de datum van de overschrijving. Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1114</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Vlaamse" instellingen, 9.948-15.001.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze lijst vermeldt het rekeningnummer, het bedrag, de naam van de instelling, het volgnummer en de datum van de overschrijving. Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1115</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Franse" instellingen, 1-2.689.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze lijst vermeldt het rekeningnummer, het bedrag, de naam van de instelling, het volgnummer en de datum van de overschrijving. Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1116</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Franse" instellingen, 2.690-5.702.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze lijst vermeldt het rekeningnummer, het bedrag, de naam van de instelling, het volgnummer en de datum van de overschrijving. Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1117</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Franse" instellingen, 5.703-7.611.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze lijst vermeldt het rekeningnummer, het bedrag, de naam van de instelling, het volgnummer en de datum van de overschrijving. Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1118</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Franse" instellingen, 7.612-11.955.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze lijst vermeldt het rekeningnummer, het bedrag, de naam van de instelling, het volgnummer en de datum van de overschrijving. Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1119</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Franse" instellingen, 11.956-13.755.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze lijst vermeldt het rekeningnummer, het bedrag, de naam van de instelling, het volgnummer en de datum van de overschrijving. Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1120</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Diverse "Vlaamse" en "Franse" instellingen, uiteenlopende volgnummers.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze lijst vermeldt het rekeningnummer, het bedrag, de naam van de instelling, het volgnummer en de datum van de overschrijving. Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1121</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Diverse "Vlaamse" en "Franse" instellingen, uiteenlopende volgnummers.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze lijst vermeldt het rekeningnummer, het bedrag, de naam van de instelling, het volgnummer en de datum van de overschrijving. Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00037</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">4. Neerlegging van de oude biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1122 - 1147</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Versements Billets Anciens", stortingsborderellen van de door openbare en gelijkgestelde instellingen neergelegde biljetten. 1944-1945.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1122</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-500.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1123</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">501-1.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1124</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.001-1.500.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1125</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.501-2.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1126</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.001-2.500.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1127</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.501-3.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1128</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">3.001-3.500.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1129</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">3.501-4.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1130</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">4.001-4.500.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1131</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">4.501-5.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1132</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">5.001-5.500.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1133</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">5.501-6.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1134</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">6.001-6.500.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1135</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">6.501-7.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1136</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">7.001-7.500.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1137</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">7.501-8.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1138</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">8.001-8.500.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1139</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">8.501-9.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1140</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">9.001-9.500.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1141</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">9.501-10.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1142</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">10.001-10.500.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1143</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">10.501-11.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1144</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">11.001-11.500.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1145</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">11.501-12.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1146</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">12.001-13.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1147</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">13.000-15.008.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toegang: Deze worden ontsloten door de hoger vermelde lijsten en steekkaarten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1148</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de door openbare en gelijkgestelde instellingen neergelegde biljetten bij de diensten van de Nationale Bank van België. 1944-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1149 - 1154</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de door openbare en gelijkgestelde instellingen neergelegde biljetten bij de diensten van de Nationale Bank van België. 1944-1950.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1149</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1150</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1151</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Charleroi.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1152</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Dendermonde tot Ieper.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1153</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Kortrijk tot Philippeville.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1154</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Roeselare tot Wavre [Waver].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00038</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">5. Aangifte door niet in aanmerking komende werken en verenigingen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1155</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aangifte van biljetten door werken en verenigingen. 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1156</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model A van de door werken en verenigingen aangegeven biljetten voor bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 BEF. 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1157</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken model B van de door werken en verenigingen aangegeven biljetten voor bedragen hoger dan 10.000 BEF. 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1158</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van werken en verenigingen voor bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 BEF. 1944.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1159</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van werken en verenigingen voor bedragen hoger dan 10.000 BEF. 1944.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1160</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijst van de door werken en verenigingen aangegeven, maar nog niet neergelegde biljetten. [ca. 1945].</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de openbare of aan deze gelijkgestelde instellingen was een afzonderlijke procedure voorzien. Deze instellingen dienden hun aangifte per aangetekend schrijven aan de Nationale Bank van België in Brussel over te maken, waarna deze de gewone, vrije rekening van de instelling met het aangegeven bedrag zou crediteren. Pas daarna dienden de biljetten en de bijhorende stortingsborderel bij de Nationale Bank van België neergelegd te worden. Sommige werken en verenigingen zouden hun aangifte rechtstreeks naar de Nationale Bank van België opsturen, zonder dat ze het karakter van openbare instelling bezaten: deze zouden per brief verwittigd worden dat hun aangifte goed ontvangen was, maar dat ze hun biljetten volgens de standaardprocedure dienden neer te leggen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00039</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">D. Bijzondere ruil, aangifte en neerleg­ging van biljetten bij de Nationale Bank van België</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00040</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Bij de hoofdzetel te Brussel</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1161 - 1170</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de bijzondere ruil van biljetten. 9 okt. 1944 - 2 dec. 1947.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1161</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">9 okt. 1944 - 15 nov. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze dossiers handelen niet alleen over de toegestane bijzondere ruil van biljetten door personen voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, maar ook over de bijzondere integrale ruil van hogere bedragen door weer­stands­bewegingen, werken en verenigingen, schippers, gerepatrieerden, de administratie van de Belgische regering in Londen...]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1162</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">16 nov. 1944 - 7 dec. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze dossiers handelen niet alleen over de toegestane bijzondere ruil van biljetten door personen voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, maar ook over de bijzondere integrale ruil van hogere bedragen door weer­stands­bewegingen, werken en verenigingen, schippers, gerepatrieerden, de administratie van de Belgische regering in Londen...]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1163</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">9 dec. 1944 - 13 jan. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze dossiers handelen niet alleen over de toegestane bijzondere ruil van biljetten door personen voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, maar ook over de bijzondere integrale ruil van hogere bedragen door weer­stands­bewegingen, werken en verenigingen, schippers, gerepatrieerden, de administratie van de Belgische regering in Londen...]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1164</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">15 jan. 1945 - 19 feb. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze dossiers handelen niet alleen over de toegestane bijzondere ruil van biljetten door personen voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, maar ook over de bijzondere integrale ruil van hogere bedragen door weer­stands­bewegingen, werken en verenigingen, schippers, gerepatrieerden, de administratie van de Belgische regering in Londen...]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1165</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">20 feb. 1945 - 30 mrt. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze dossiers handelen niet alleen over de toegestane bijzondere ruil van biljetten door personen voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, maar ook over de bijzondere integrale ruil van hogere bedragen door weer­stands­bewegingen, werken en verenigingen, schippers, gerepatrieerden, de administratie van de Belgische regering in Londen...]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1166</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">3 apr. 1945 - 23 mei 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze dossiers handelen niet alleen over de toegestane bijzondere ruil van biljetten door personen voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, maar ook over de bijzondere integrale ruil van hogere bedragen door weer­stands­bewegingen, werken en verenigingen, schippers, gerepatrieerden, de administratie van de Belgische regering in Londen...]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1167</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">24 mei 1945 - 20 sep. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze dossiers handelen niet alleen over de toegestane bijzondere ruil van biljetten door personen voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, maar ook over de bijzondere integrale ruil van hogere bedragen door weer­stands­bewegingen, werken en verenigingen, schippers, gerepatrieerden, de administratie van de Belgische regering in Londen...]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1168</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 sep. 1945 - 31 mei 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze dossiers handelen niet alleen over de toegestane bijzondere ruil van biljetten door personen voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, maar ook over de bijzondere integrale ruil van hogere bedragen door weer­stands­bewegingen, werken en verenigingen, schippers, gerepatrieerden, de administratie van de Belgische regering in Londen...]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1169</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 juni 1946 - 17 dec. 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze dossiers handelen niet alleen over de toegestane bijzondere ruil van biljetten door personen voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, maar ook over de bijzondere integrale ruil van hogere bedragen door weer­stands­bewegingen, werken en verenigingen, schippers, gerepatrieerden, de administratie van de Belgische regering in Londen...]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1170</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">16 jan. 1947 - 2 dec. 1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze dossiers handelen niet alleen over de toegestane bijzondere ruil van biljetten door personen voor een bedrag van 2.000 Belgische frank per persoon, maar ook over de bijzondere integrale ruil van hogere bedragen door weer­stands­bewegingen, werken en verenigingen, schippers, gerepatrieerden, de administratie van de Belgische regering in Londen...]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1171 - 1176</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake bijzondere aangiftes en neerleggingen van biljetten voor bedragen lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank. 17 nov. 1944 - 16 nov. 1946.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1171</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 21 dec. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1172</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 dec. 1944 - 11 jan. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1173</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">12 jan. 1945 - 31 jan. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1174</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 feb. 1945 - 16 mrt. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1175</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 mrt. 1945 - 28 dec. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1176</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1946 - 16 nov. 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1177 - 1180</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de bijzondere aangiftes en neerleggingen voor bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank. 17 nov. 1944 - 13 aug. 1948.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1177</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 30 dec. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1178</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 jan. 1945 - 15 feb. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1179</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">16 feb. 1945 - 30 mei 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1180</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 juni 1945 - 13 aug. 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00041</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Bij de Bijbank te Antwerpen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1181 - 1184</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen van biljetten. 1944-1948.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1181</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ruil voor een bedrag lager dan 2.000 Belgische frank.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1182</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Neerleggingen voor een bedrag lager dan of gelijk aan 10.000 Belgische frank.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1183</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Neerleggingen voor een bedrag hoger dan 10.000 Belgische frank.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1184</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Neerleggingen door werken en verenigingen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00042</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">3. Bij de agentschappen in de provincies</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1185 - 1226</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen van biljetten. 1944-1948.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1185</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aalst.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1186</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Arlon [Aarlen].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1187</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ath [Aat].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1188</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Boom.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1189</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Brugge.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1190</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Charleroi.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1191</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dendermonde.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1192</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dinant.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1193</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Eekloo [Eeklo].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1194</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Geeraardsbergen [Geraardsbergen].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1195</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Gent.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1196</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hasselt.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1197</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Huy [Hoei].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1198</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ieper.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1199</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Kortrijk.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1200</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Leuven.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1201</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Liège [Luik].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1202</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">La Louvière.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1203</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Luxembourg [Luxemburg].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1204</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Malmedy.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1205</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Marche-en-Famenne.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1206</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Mechelen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1207</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Mons [Bergen].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1208</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Mouscron [Moeskroen].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1209</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Namur [Namen].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1210</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Neufchâteau.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1211</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1212</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Oostende.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1213</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Oudenaarde.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1214</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Péruwelz.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1215</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Philippeville.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1216</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Roeselare.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1217</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ronse.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1218</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Sint-Niklaas.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1219</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Soignies [Zinnik].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1220</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Tienen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1221</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Tongeren.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1222</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Tournai [Doornik].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1223</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Turnhout.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1224</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Verviers.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1225</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Veurne.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1226</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Wavre [Waver].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Deze dossiers handelen over de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen na machtiging door het Ministerie van Financiën of door de Nationale Bank van België. Ze zijn geordend per dienst van de Nationale Bank van België en omvatten doorgaans een opgave van de neerleggingen, de aangifteformulieren en allerhande briefwisseling. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00043</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">E. Ruil, aangifte en neerlegging van biljetten in de Oostkantons</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="file">
              <did>
                <unitid>1227</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">Nota betreffende de economische en monetaire toestand van de kantons Eupen en Malmedy in september 1944. 29 september 1944.</unittitle>
                <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
              </did>
              <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Voor de ruil, aangifte en neerlegging van biljetten in de Oostkantons werd een afzonderlijke procedure ingevoerd omdat dit gebied tijdens de oorlog opnieuw door Duitsland was aangehecht en de Belgische frank er door de Reichsmark was vervangen. Dit onderdeel behoorde tot het takenpakket van de dienst Muntsanering voor de tijdens de bezetting onder Duits administratief regime geplaatste regio's van het Ministerie van Financiën, wat verklaart waarom er in dit archief slechts weinig stukken over terug te vinden zijn. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: 2 exemplaren.]]></p>
              </scopecontent>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00044</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">F Aangifte en neerlegging van biljetten door personen in het buitenland</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00045</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Algemeen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1228</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vereffening van de in het buitenland aangegeven en neergelegde biljetten. 1945-1950.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1229</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de neerleggingen van biljetten in het buitenland die op 13 september 1948 nog bij het Ministerie van Financiën berustten voor onderzoek. 1948.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1230</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de neerleggingen van biljetten in het buitenland die op 20 januari 1955 nog bij het Ministerie van Financiën berustten voor onderzoek. 1955.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1231</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de neerleggingen van biljetten in het buitenland die op 31 december 1956 nog bij het Ministerie van Financiën berustten voor onderzoek. 1956.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1232</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vondsten van nieuwe biljetten en schatkistbons tussen de in het buitenland aangegeven en neergelegde biljetten. 1946-1948.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00046</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Frankrijk</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00047</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Algemeen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1233</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de organisatie van de aangifte en neerlegging van biljetten in Frankrijk. 1945-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1234</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Carnets de liquidations", lijsten van de in Frankrijk aangegeven en neergelegde biljetten en hun vereffening. 1947-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze lijsten vermelden voor elke Franse bankinstelling het door de bank zelf gebruikte volgnummer, het door de Nationale Bank van België gebruikte volgnummer, het door het Ministerie van Financiën gebruikte volgnummer, de naam en voornaam van de betrokkene, het aangegeven en neergelegd bedrag, de datum/data van de vereffening en het hangend bedrag.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00048</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Banque de France</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1235</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aangifte en neerlegging van biljetten bij de Banque de France. 1947-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1236</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de Banque de France aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1237 - 1241</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van bij de Banque de France aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1237</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Abbéville tot Lille [Rijsel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1238</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Limoges tot Rodez.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1239</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschap Roubaix.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1240</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Rouen tot Vincennes.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1241</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Belgische gevangenen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00049</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Banque Belge pour l'Étranger</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1242</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aangifte en neerlegging van biljetten bij de Banque Belge pour l'Étranger. 1946-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1243</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de Banque Belge pour l'Étranger aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1244</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van de bij de Banque Belge pour l'Étranger aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00050</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">d. Banque Nationale pour le Commerce et l'Industrie</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1245</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aangifte en neerlegging van biljetten bij de Banque Nationale Pour le Commerce et l'Industrie. 1946-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1246</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de Banque Nationale Pour le Commerce et l'Industrie aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1247 - 1249</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van de bij de Banque Nationale Pour le Commerce et l'Industrie aangegeven en neergelegde biljetten.1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1247</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1248</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">501-1.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1249</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.001-2.527.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00051</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">e. Caisse Centrale des Banques Populaires</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1250</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aangifte en neerlegging van biljetten bij de Caisse Centrale des Banques Populaires. 1946-1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1251</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van de bij de Caisse Centrale des Banques Populaires aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00052</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">f. Chambre des Courtiers en valeurs</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1252</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aangifte en neerlegging van biljetten bij de Chambre des Courtiers en valeurs. 1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1253</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van de bij de Chambre des Courtiers en valeurs aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00053</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">g. Chambre Syndicale des Agents de Change</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1254</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aangifte en neerlegging van biljetten bij de Chambre Syndicale des Agents de Change. 1947-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1255</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten en aangifteformulieren van de bij de Chambre Syndicale des Agents de Change aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00054</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">h. Comptoir Nationale d'Escompte de Paris</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1256</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de aangifte en de neerlegging van biljetten bij de Comptoir Nationale d'Escompte de Paris. 1947-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1257</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de Comptoir Nationale d'Escompte de Paris aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1258 - 1260</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van de bij de Comptoir Nationale d'Escompte de Paris aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1258</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-430.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1259</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">F1-F430.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1260</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">F431-F860.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00055</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">i. Crédit Commercial de France</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1261</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aangifte en neerlegging van biljetten bij de Crédit Commercial de France. 1946-1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1262</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van de bij de Crédit Commercial de France aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00056</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">j. Crédit du Nord</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1263</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aangifte en neerlegging van biljetten bij de Crédit du Nord. 1946-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1264</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de Crédit du Nord aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1265 - 1277</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van bij de Crédit du Nord aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1265</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-1.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1266</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.001-1.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1267</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.501-2.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1268</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.001-2.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1269</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.501-3.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1270</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3.001-3.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1271</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3.501-4.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1272</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">4.001-4.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1273</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">4.501-5.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1274</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">5.001-5.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1275</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">5.501-6.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1276</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">6.001-6.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1277</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">6.501-6.813.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00057</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">k. Crédit Lyonnais</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1278</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aangifte en neerlegging van biljetten bij de Crédit Lyonnais. 1946-1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1279</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de door Belgen bij de Crédit Lyonnais aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1280 - 1283</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten en aangifteformulieren van de bij de Crédit Lyonnais aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1280</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Agen 151 tot Grenoble 114.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1281</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen H 408 tot Nice 122.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1282</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Paris [Parijs], A 401 tot ZU 470.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1283</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Pau 153 tot XB 453.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1284</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Diverse agentschappen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00058</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">l. Société Générale de Crédit Industriel et Commercial</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1285</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de aangifte en de neerlegging van biljetten bij de Société Générale de Crédit Industriel et Commercial. 1946-1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1286</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de Société Générale de Crédit Industriel et Commercial aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1287</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van de bij de Société Générale de Crédit Industriel et Commercial aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00059</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">m. Société Générale pour favoriser le Commerce et l'Industrie de France</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1288</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de aangifte en neerlegging van biljetten bij de Société Générale pour favoriser le Commerce et l'Industrie de France. 1947-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1289 - 1296</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van bij de Société Générale pour favoriser le Commerce et l'Industrie aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1289</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1290</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">501-1.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1291</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.001-1.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1292</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.501-2.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1293</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.001-2.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1294</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.501-3.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1295</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3.001-3.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1296</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3.501-3.950.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00060</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">n. Banken verbonden aan de Association Professionnele des Banques en France</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1297</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de aangifte en neerlegging van biljetten bij de aan de Association Professionnele des Banques en France verbonden banken. 1946-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1298</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bij de Banque Scalbert aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1299 - 1300</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van bij de Banque Scalbert aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1299</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Volgnummer 2-500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1300</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Volgnummer 501-1.387.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1301</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijst van de bij de Ste. Nanceienne de Crédit Industriel et de Dépôts aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1302</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van bij de Ste. Nanceienne de Crédit Industriel et de Dépôts aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1303</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van de bij de overige aan de Association Professionnele des Banques en France verbonden banken aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00061</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">o. Laattijdige aangifte en neerlegging bij Franse banken</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1304</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de laattijdige, voor 13 september 1948 ingediende aangifte en neerlegging van biljetten bij Franse banken. 1946-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1305</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren van de laattijdige, voor 13 september 1948 ingediende aangifte en neerlegging van biljetten bij Franse banken. 1945-1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1306</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de laattijdige, na 13 september 1948 ingediende aangifte en neerlegging van biljetten bij Franse banken. 1948-1960.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00062</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">3. Nederland</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1307</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Documentation", dossier inzake de inzameling en ontvangst van de in Nederland gebruikte aangifteformulieren. 1945-1952.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1308</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Carnets de liquidations", lijsten van de in Nederland aangegeven en neergelegde biljetten en hun vereffening. 1947-1948.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze lijsten vermelden voor elke zending het in Nederland gebruikte volgnummer, het door de Nationale Bank van België gebruikte volgnummer, het door het Ministerie van Financiën gebruikte volgnummer, de naam en voornaam van de betrokkene, het aangegeven en neergelegd bedrag, de datum/data van de vereffening en het hangend bedrag.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1309</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vereffening van de bij Nederlandse banken neergelegde Belgische biljetten. 1946-1956.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1310 - 1325</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voor bij Nederlandse banken aangegeven en neergelegde biljetten. 1945.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1310</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Eerste zending, eerste schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1311</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Eerste zending, tweede schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1312</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Eerste zending, derde schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1313</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Tweede zending, eerste schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1314</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Tweede zending, tweede schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1315</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Tweede zending, derde schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1316</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Derde zending.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1317</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Vierde zending, eerste schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1318</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Vierde zending, tweede schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1319</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Vierde zending, derde schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1320</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Vijfde zending, eerste schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1321</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Vijfde zending, tweede schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1322</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Vijfde zending, derde schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1323</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Zesde zending, eerste schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1324</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Zesde zending, tweede schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1325</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Zesde zending, derde schrift.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1326</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Laattijdige aangifteformulieren.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00063</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">4. Groothertogdom Luxemburg</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1327</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aangifte en neerlegging van biljetten in het Groothertogdom Luxemburg en hun overdracht door de Caisse generale de l'Etat de Luxembourg. 1947-1951.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00064</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">5. Overige landen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1328</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Feuilles de liquidation pays divers", lijsten van de in diverse landen aangegeven en neergelegde biljetten en hun vereffening. 1946-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze lijsten vermelden het gebruikte volgnummer, de naam en voornaam van de betrokkene, het aangegeven en neergelegd bedrag, de datum/data van de vereffening, het geweigerd bedrag en het hangend bedrag.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1329 - 1379</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de aangifte en neerlegging van biljetten in diverse landen. 1946-1951.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1349</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Etats-Unis [Verenigde Staten].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1351</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Grande Bretagne [Groot-Brittannië].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1364</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Palestine-Transjordanie [Palestina-Transjordanië].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De buiten het grondgebied gevestigde personen dienden de in hun bezit zijnde Belgische biljetten aan te geven en neer te leggen bij de Belgische consulaten of bij door het Ministerie van Financiën aangeduide personen. Daarnaast werden er afzonderlijke procedures ingevoerd voor die landen waar er grotere aantallen Belgische biljetten circuleerden (Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Belgisch Kongo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi) en voor het Groothertogdom Luxemburg, dat samen met België één muntunie vormde. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00065</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">G. Inkoop van effecten van de lening Muntsanering</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00066</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Algemeen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1380 - 1388</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de bewegingen van de rekening "Trésor Public - compte spécial destiné au rachat des titres de l'Emprunt de l'Assainissement Monétaire en vertu du loi du 14 octobre 1945 - article 5 § 2". 1946-1956.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1380</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1381</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1382</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1383</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1384</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1385</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1951.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1386</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1952.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1387</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1953-1954.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1388</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1955-1956.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00067</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Inkoop in uitvoering van het Ministerieel Besluit van 17 oktober 1946.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00068</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Inkoop voor een bedrag lager dan 1.000 BEF</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1389 - 1394</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten met aanvragen van postassignaties voor de vereffening van effecten van de Muntsaneringslening die berusten bij de diensten van de Nationale Bank van België. 1947.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1389</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1390</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1391</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Gent.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1392</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Hasselt tot Luxembourg [Luxemburg].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1393</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Malmedy tot Philippeville.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1394</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Roeselare tot Wavre [Waver].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1395 - 1400</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten met aanvragen van postassignaties voor de vereffening van effecten van de Muntsaneringslening die berusten bij de diensten van de Nationale Bank van België, met kennisgeving van debet door de Postcheckdienst. 1947.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1395</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1396</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1397</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Gent.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1398</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Hasselt tot Luxembourg [Luxemburg].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1399</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Malmedy tot Philippeville.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1400</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Roeselare tot Wavre [Waver].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00069</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Inkoop van een bedrag hoger dan 1.000 BEF</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1401 - 1408</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten met opgave van het bij de diensten van de Nationale Bank van België ingekocht kapitaal, over te schrijven op spaarboekjes bij de Algemene Spaar- en Lijfrentekas in Brussel, een postkantoor of een agentschap van de Nationale Bank van België. 1947.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1401</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1402</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1403</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Charleroi.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1404</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Dendermonde tot Ieper.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1405</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Kortrijk tot Luxembourg [Luxemburg].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1406</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Malmedy tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1407</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oostende tot Soignies [Zinnik].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1408</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Tienen tot Wavre [Waver].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00070</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">3. Inkoop in uitvoering van het Ministerieel Besluit van 17 oktober 1946, 6 mei 1947, 7 mei 1947, 5 februari 1948, 4 december 1948, 30 november 1949 en 10 maart 1950 of inkoop na een administratieve beslissing</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1409 - 1412</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de inkoop van effecten van de Muntsaneringslening. 1948-1950.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1409</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1410</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1411</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1412</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1413</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Opgave en staten van de inkoop van effecten van de Muntsaneringslening ten gunste van personen die de leeftijd van 65 jaar bereikt hebben. 1947-1948.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1414</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Opgave en staten van de inkoop van effecten van de Muntsaneringslening van vereffende erfenissen. 1947-1948.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00071</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">4. Inkoop in uitvoering van het Koninklijk Besluit van 20 december 1951.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>1415 - 1424</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de inkoop van effecten van de Muntsaneringslening. 1952-1961.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1415</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1952 (eerste schijf).</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1416</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1953 (tweede schijf).</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1417</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1954 (derde schijf).</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1418</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1955 (vierde schijf).</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1419</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1956 (vijfde schijf).</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1420</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1957 (zesde schijf).</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1421</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1958 (zevende schijf).</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1422</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1959 (achtste schijf).</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1423</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1960 (negende schijf).</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1424</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1961 (tiende schijf).</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.Het in bankbiljetten gedeponeerde bedrag diende op een bijzondere rekening gestort te worden en vervolgens onderverdeeld te worden in 40% tijdelijk onbeschikbare vermogens en 60% geblokkeerde vermogens. De 60% definitief geblokkeerde vermogens werden in 1945 omgezet in niet verhandelbare effecten van de "Lening Muntsanering" (LMS) - "Emprunt d'Assainissement Monétaire" (EAM), een obligatie die vanaf 1 januari 1946 een intrest van 3,5% jaar zou opleveren. Vervolgens werden de opbrengsten van een aantal bijzondere belastingen gebruikt om op basis van verschillende ministeriële besluiten de effecten van de muntsaneringslening in te kopen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00072</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">H. Verantwoording aan het Rekenhof</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00073</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Algemeen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1425</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Tabellen en lijsten voor overmaking aan het Rekenhof. [ca. 1948-1957].</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze omvatten een "Tabel met indeling der stortingen biljetten oud model. Stand op 13 september 1948", een "Tabel met bedragen toekomende aan de schatkist in uitvoering der bepalingen des besluitwetten in verband met de munthervorming. Stand op 15 september 1948", een "Vergelijkende tabel van de voorlopige opgave en de uiteindelijke opgave en rechtvaardiging der verschillen. Stand op 13 september 1948" en een "Algemene afrekening der bedragen toekomend aan de schatkist ingevolge verrichtingen der munthervorming. Stand op 15 juni 1957". Deze omvatten elk op hun beurt een aantal verklarende tabellen en lijsten. Omvang en uiterlijke vorm: 3 exemplaren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1426</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de opmaak van de tabellen en lijsten voor overmaking aan het Rekenhof. 1948-1949.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1427</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten met opgave van de indeling der stortingen biljetten oud model bij de diensten van de Nationale Bank van België. [ca. 1948].</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1428</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Concept van de tabellen met opgave van de rekening "biljetten oude type". [ca. 1944-1948].</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1429</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Net van de tabellen met opgave van de rekening "biljetten oude type". [ca. 1948].</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00074</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Verantwoording van specifieke posten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00075</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Bewijsstukken voor ruil van incasso der banken</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1430</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Samenvattende opgaven van het incasso van de banken op 7 oktober 1944. [ca. 1944-1945].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1431 - 1437</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake het incasso van de banken op 7 oktober 1944. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1431</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de la Société Générale de Belgique.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1432</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Bruxelles.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1433</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Kredietbank voor Handel en Nijverheid.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1434</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Centrale Kas voor Landbouwkrediet van de Belgische Boerenbond.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1435</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Kleinere in Brussel gevestigde banken.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1436</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Kleinere in Antwerpen gevestigde banken.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1437</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Kleinere in de provincies gevestigde banken.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1438</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met betrekking tot de inzameling van gegevens over het incasso van de banken. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00076</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Bewijsstukken voor ruil voor een bedrag van 2.000 BEF door personen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1439</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten met opgave van de door de banken aan de diensten van de Nationale Bank van België overgedragen biljetten, ontvangen naar aanleiding van de ruil voor 2.000 Belgische frank door personen. [ca. 1945-1946].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1440</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten met opgave van de door de postkantoren aan de diensten van de Nationale Bank van België overgedragen biljetten, ontvangen naar aanleiding van de ruil voor 2.000 Belgische frank door personen. [ca. 1945-1946].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00077</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Bewijsstukken voor aangifte en neerlegging door personen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1441</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten met opgave van de door de banken aan de diensten van de Nationale Bank van België overgedragen biljetten, ontvangen naar aanleiding van de aangifte en neerlegging door personen. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1442</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten met opgave van de totalen bij de banken aangegeven en neergelegde biljetten voor bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank. 1442. [ca. 1950].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1443</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten met opgave van de door de postkantoren aan de diensten van de Nationale Bank van België overgedragen biljetten, ontvangen naar aanleiding van de aangifte en neerlegging door personen [ca. 1950].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00078</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">d. Bewijsstukken voor laattijdige, onregelmatige, aanvullende neerlegging</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1444 - 1452</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen bij de diensten van de Nationale Bank van België. 1944-1945.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1444</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1445</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1446</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Charleroi.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1447</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Dendermonde tot Gent.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1448</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Hasselt tot Kortrijk.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1449</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen La Louvière tot Liège [Luik].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1450</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Marche-en-Famenne tot Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1451</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oostende tot Ronse.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1452</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Sint-Niklaas tot Wavre [Waver].</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00079</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">e. Bewijsstukken voor bijzondere ruil , aangifte of neerlegging</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1453</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen van biljetten bij de hoofdzetel van de Nationale Bank van België in Brussel. [ca. 1944-1948].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1454</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken van de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen van biljetten bij de Bijbank in Antwerpen en de agentschappen in de provincies. [ca. 1944-1948].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00080</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">f. Bewijsstukken voor neerlegging Ministerieel Besluit van 28 maart 1945</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1455</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Inschrijvingsboeken van de laattijdige aanvragen voor aangifte van biljetten bij de diensten van de Nationale Bank van België. 1945-1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1456</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en naamlijsten van de administratie Thesaurie inzake de door het Comité van hoger beroep aanvaarde aangifte van biljetten bij de hoofdzetel van de Nationale Bank van België in Brussel. 1945-1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1457</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de opening van bijzondere rekeningen voor de door het Comité van hoger beroep aanvaarde laattijdige aanvragen voor de aangifte van biljetten. 1945-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1458</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aan het Comité van hoger beroep voorgelegde laattijdige aanvragen voor de aangifte van biljetten, waarvoor (nog) geen beslissing was genomen. 1945-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00081</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">g. Bewijsstukken voor ruil incasso der openbare en gelijkgestelde instellingen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1459</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Listes définitives" of "Samenvattende opgave der aangiften van biljetten oud model door de rekenplichtigen van openbare inrichtingen en gelijkgestelden gedaan krachtens art. 6 der besluitwet 6.10.1944", net van de lijst van de aangifte, vereffing en neerlegging van biljetten door openbare en gelijkgestelde instellingen (volgnummer 1-15.009, 20.000). 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze lijst vermeldt het volgnummer, de naam van de instelling, het bedrag aan oude biljetten, de datum van de overschrijving op de postchequerekening, de datum van de neerlegging van de oude biljetten.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00082</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">h. Bewijsstukken voor ruil, aangifte en neerlegging door gerepatrieerden</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1460</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de bijzondere ruil, aangiftes en neerleggingen van biljetten door de gerepatrieerden bij de diensten van de Nationale Bank van België. [ca. 1946-1948].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00083</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">i. Bewijsstukken voor onderzoek en vereffening beschadigde biljetten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1461</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijst van de onderzochte en vereffende beschadigde biljetten. [ca. 1949].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00084</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">j. Bewijsstukken voor ruil door geallieerde legers</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1462</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de ruil van biljetten door de betaalmeesters van de geallieerde legers bij de diensten van de Nationale Bank van België. 1944-1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1463 - 1466</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de ruil van biljetten door de betaalmeesters van de geallieerde legers bij de hoofdzetel van de Nationale Bank van België in Brussel. 10 okt. 1944 - 17 nov. 1947.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1463</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">10 okt. 1944 - 29 dec. 1944 (nr. 1).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1464</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3 jan. 1944 - 31 mei 1946 (nr. 2).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1465</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">10 okt. 1944 - 26 apr. 1945 (nr. 3).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1466</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">5 mei 1945 - 17 nov. 1947 (nr. 4).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00085</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">k. Bewijsstukken voor ruil, aangifte en neerlegging in de Oostkantons</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1467</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de ruil, aangifte en neerlegging van biljetten in de Oostkantons. [ca. 1945-1949].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00086</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">l. Bewijsstukken voor neerlegging in het buitenland</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1468</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de neerleggingen van biljetten in het buitenland met samenvattende opgave op 13 september 1948. 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1469</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de neerleggingen van biljetten in het buitenland met samenvattende opgave op 31 december 1956. [ca. 1957].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00087</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">m. Bewijsstukken voor neerlegging door het Groothertogdom Luxemburg</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1470</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de neerlegging van biljetten door het Groothertogdom Luxemburg. [ca. 1948].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00088</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">n. Bewijsstukken voor ruil incasso der bepaalde buitenlandse nationale banken</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1471</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de ruil van het incasso van de nationale banken van Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië en de Unie van Socialistische Sovjet-Republieken (USSR). 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00089</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">o. Bewijsstukken voor neerlegging door de Banque de France</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1472</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de neerlegging van biljetten door de Banque de France. 1944-1946, 1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00090</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">p. Bewijsstukken voor vastgestelde overschotten van biljetten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1473</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vaststelling van overschotten bij het nazicht van de door de banken en postkantoren afgegeven biljetten. [ca. 1948].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00091</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">q. Bewijsstukken voor vastgestelde tekorten van biljetten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1474</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vaststelling van tekorten bij het nazicht van de door de banken en postkantoren afgegeven biljetten. [ca. 1944-1950].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00092</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">r. Bewijsstukken voor neerlegging biljetten Société Générale de Belgique</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1475</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de neerlegging van biljetten van de Société Générale de Belgique. [ca. 1947].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00093</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">s. Bewijsstukken voor geweigerde en teruggestorte biljetten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1476</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de weigering en terugstorting van biljetten door het Ministerie van Financiën. [ca. 1948].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00094</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">t. Bewijsstukken voor uitbetaalde biljetten zonder voorlegging</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1477</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de uitbetaling van biljetten zonder hun voorlegging. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00095</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">u. Bewijsstukken voor geweigerde neerleggingen van biljetten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1478</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Tabellen met opgave van de door het Ministerie van Financiën geweigerde neerleggingen van biljetten. [ca. 1945-1953].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1479</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de door het Ministerie van Financiën geweigerde neerleggingen van biljetten. 1945-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00096</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">v. Bewijsstukken voor overschotten en tekorten van biljetten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1480</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vaststelling van overschotten en tekorten bij het nazicht van de door de banken en postkantoren afgegeven biljetten. 1944-1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00097</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">w Bewijsstukken voor krediet saldo speciale rekening bij de postkantoren</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1481</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake het krediet saldo van de speciale rekening "Biljetten oud-model" bij de postkantoren. 1946-1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00098</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">x. Bewijsstukken voor nog neer te leggen biljetten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1482</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de nog door de banken en postkantoren bij de Nationale Bank van België neer te leggen biljetten. 1948-1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00099</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">y. Bewijsstukken voor vernietiging van biljetten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1483</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vernietiging van de biljetten. 1945-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1484</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de verificatie van de tijdens het Ardennenoffensief vernietigde biljetten. 1944-1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat onder meer de inschrijvingsboeken A van de postkantoren van Bourcy-Longvilly, Givroulle (Flamierge), La Roche-en-Ardenne, Manhay, Poix en Saint-Hubert.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00100</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">z. Diverse stukken van de dienst Hoofdkas</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1485 - 1488</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten met dagelijkse opgave van de ontvangstbewijzen van de bij de dienst Hoofdkas neergelegde biljetten. 3 nov. 1944 - 1948.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1485</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3 nov. 1944 - 16 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1486</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 30 dec. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1487</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 jan. 1945 - 31 juli 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1488</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 aug. 1945 - 1948.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1489</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de onderzochte en vereffende beschadigde biljetten. 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1490</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de teruggestorte biljetten. 1945-1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1491</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de tussen de dienst Onttrekking der biljetten en de dienst Hoofdkas vastgestelde verschillen tussen de bedragen aan neergelegde biljetten. 1944-1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1492</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten met opgave van de stand van de bij de dienst Hoofdkas geopende individuele bijzondere rekeningen in maart 1945. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1493</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de berekening van de door de effecten van de muntsanerings­lening opgebrachte intresten, te vergoeden aan de titularissen van de bij de dienst Hoofdkas geopende rekeningen. 1946-1953.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1494</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de toepassing van de belasting op het kapitaal op de bij de dienst Hoofdkas geopende bijzondere rekeningen. 1946-1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Onttrekking der biljetten aan de circulatie vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1944-1960 belast met de controle en verificatie van de in het kader van de muntsanering uit circulatie genomen Belgische biljetten in België en het buitenland. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.De onttrekking van de biljetten aan de circulatie werd aan het Rekenhof verantwoord door de voorlegging van een aantal tabellen en lijsten én van de bijhorende, per verantwoordingspost geordende bewijsstukken. De indeling van deze posten is gebaseerd op de indeling die in de tabellen en lijsten wordt gehanteerd en wijkt om die reden af van de elders in de inventaris gehanteerde indeling. Voorts duiken er ook nieuwe, nog niet aan bod gekomen onderdelen op omdat uitvoeringsstukken van de dienst Onttrekking der biljetten integraal als bewijsstukken opgenomen werden of omdat bewijsstukken van andere diensten van de Nationale Bank van België of van het Ministerie van Financiën afkomstig zijn. Tot slot bevat de laatste subrubriek stukken van de dienst Hoofdkas, die geen duidelijk verband met de andere bewijsstukken vertonen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
        </c02>
        <c02 level="series">
          <did>
            <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00101</unitid>
            <unittitle encodinganalog="3.1.2">II. Dienst Repatriëring</unittitle>
          </did>
          <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
            <p>
              <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
            </p>
          </processinfo>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00102</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">A. Algemeen</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>1495 - 1512</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">Minuten van de uitgaande brieven. 1 jan. 1949 - 25 aug. 1960.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1495</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1949 - 7 mrt. 1949.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1496</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">7 mrt. 1949 - 30 juni 1949.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1497</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 juli 1949 - 14 dec. 1949.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1498</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">15 dec. 1949 - 28 apr. 1950.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1499</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">29 apr. 1950 - 25 sept. 1950.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1500</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 sept. 1950 - 8 mrt. 1951.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1501</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">8 mrt. 1951 - 17 nov. 1951.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1502</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">19 nov. 1951 - 11 aug. 1952.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1503</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">11 aug. 1952 - 13 feb. 1953.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1504</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">13 feb. 1953 - 18 feb. 1954.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1505</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">18 feb. 1954 - 27 mei 1955.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1506</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">11 jan. 1957 - 17 mei 1957.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1507</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 mei 1957 - 23 mei 1957.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1508</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 mei 1957 - 31 mei 1957.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1509</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">31 mei 1957 - 10 jan. 1957.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1510</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">31 mei 1957 - 17 juni 1957.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1511</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 juni 1957 - 13 feb. 1958.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1512</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">18 feb. 1958 - 25 aug. 1960.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00103</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">B. Financieel beheer</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>1513 - 1529</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">Kasboeken. 15 mrt. 1945 - 21 okt. 1959.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1513</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">15 mrt. 1945 - 12 mei 1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1514</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">14 mei 1945 - 30 juni 1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1515</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 juli 1945 - 22 aug. 1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1516</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 aug. 1945 - 10 okt. 1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1517</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">11 okt. 1945 - 1 dec. 1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1518</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">3 dec. 1945 - 24 jan. 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1519</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 jan. 1946 - 23 mrt. 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1520</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 mrt. 1946 - 22 mei 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1521</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 mei 1946 - 13 juli 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1522</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">15 juli 1946 - 5 sept. 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1523</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">6 sept. 1946 - 28 okt. 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1524</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">29 okt. 1946 - 31 dec. 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1525</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1947 - 10 mrt. 1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1526</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">11 mrt. 1947 - 18 juni 1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1527</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">20 juni 1947 - 27 okt. 1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1528</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">28 okt. 1947 - 30 okt. 1948.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>1529</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 nov. 1948 - 21 okt. 1959.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 deel</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="file">
              <did>
                <unitid>1530</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen stukken en minuten van uitgaande stukken aan de dienst Algemene Boekhouding of de dienst Hoofdkas. 1946-1955.</unittitle>
                <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
              </did>
              <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
              </scopecontent>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00104</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">C. Materieel beheer</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="file">
              <did>
                <unitid>1531</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de bestelling van kantoormateriaal. 1945-1949.</unittitle>
                <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
              </did>
              <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
              </scopecontent>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00105</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">D. Ruil, aangifte en neerlegging van biljetten door gerepatrieerden</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00106</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Algemeen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00107</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Steekkaartensystemen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1532 - 1585</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Rapatriement Fichier Général - Repatriëring Algemene Steekkaartenkast", steekkaarten van de dossiers A en B. [ca.1945-1960].</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1532</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-BAEK.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1533</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BAEL-BEK.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1534</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BEL-BLOQ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1535</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BLOR-BOUQ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1536</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BOUR-BUD.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1537</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BUE-CASS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1538</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">CAST-CLER.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1539</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">CLES-CORNE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1540</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">CORNI-DAP.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1541</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DAR-DEBUD.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1542</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEBUE-DEGBO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1543</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEGEE-DELAS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1544</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DELAT-DEMEV.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1545</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEMEY-DEQ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1546</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DER-DESQ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1547</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DESR-DEWIN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1548</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEWIS-DOUM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1549</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DOUN-DUT.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1550</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DUV-FIF.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1551</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">FIG-GAR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1552</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GAS-GJE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1553</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GLA-GROP.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1554</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GROS-HEIM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1555</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">HEIN-HOE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1556</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">HOF-JACO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1557</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">JACQ-JZY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1558</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">KAA-LAC.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1559</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LAD-LEBO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1560</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LEBR-LEQ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1561</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LER-LOU.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1562</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LOV-MARH.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1563</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MARI-MEL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1564</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MEM-MOLK.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1565</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MOLL-NID.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1566</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">NIE-PAR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1567</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">PAS-PIER.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1568</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">PIES-PROS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1569</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">PROT-RH.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1570</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">RI-RO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1571</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">RU-SCHON.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1572</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SCHOO-SMES.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1573</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SMET-STOQ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1574</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">STOR-THOL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1575</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">THOM-VALE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1576</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VALF-VANDEM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1577</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDENA-VANDENE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1578</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDENF-VANDR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1579</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDU-VANHOUT.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1580</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANHOUTT-VANOY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1581</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANP-VEH.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1582</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VEI-VERLINDEN K.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1583</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VERLINDEN L-VLAZ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1584</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VLE-WH.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1585</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">WI-ZY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, de geboortedatum, het adres en het volgnummer van het individuele dossier A of B. Bij het volgnummer wordt voor een dossier A een "A" genoteerd, voor een dossier B een "B" of niets. Een steekkaart met een "S" en een volgnummer verwijst dan weer naar de lijsten en stukken die in het dossier inzake de sekwestratie van biljetten terug te vinden zijn.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1586 - 1589</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Rapatriement Fichier M.F. - Repatriëring Steekkaartenkast M.F.", steekkaarten van de aan het Ministerie van Financiën voorgelegde dossiers B. [ca. 1945-1960].</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1586</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-DEM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. Toelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en voornaam van de gerepa-trieerde, het adres, het neergelegd bedrag aan Belgische frank en/of Reichsmark en de referentie van de aan het Ministerie van Financiën verstuurde brief ("CE" of "ER" + volgnummer + datum). Na ontvangst van het antwoord werd bovenaan het gestempelde nummer van de lijst tot aanvaarding of het handgeschreven nummer van het individuele geweigerde dossier B toegevoegd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1587</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEN-LAN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. TToelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en voornaam van de gerepa-trieerde, het adres, het neergelegd bedrag aan Belgische frank en/of Reichsmark en de referentie van de aan het Ministerie van Financiën verstuurde brief ("CE" of "ER" + volgnummer + datum). Na ontvangst van het antwoord werd bovenaan het gestempelde nummer van de lijst tot aanvaarding of het handgeschreven nummer van het individuele geweigerde dossier B toegevoegd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1588</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LAP-SPE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. TToelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en voornaam van de gerepa-trieerde, het adres, het neergelegd bedrag aan Belgische frank en/of Reichsmark en de referentie van de aan het Ministerie van Financiën verstuurde brief ("CE" of "ER" + volgnummer + datum). Na ontvangst van het antwoord werd bovenaan het gestempelde nummer van de lijst tot aanvaarding of het handgeschreven nummer van het individuele geweigerde dossier B toegevoegd.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1589</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SPI-ZY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. TToelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en voornaam van de gerepa-trieerde, het adres, het neergelegd bedrag aan Belgische frank en/of Reichsmark en de referentie van de aan het Ministerie van Financiën verstuurde brief ("CE" of "ER" + volgnummer + datum). Na ontvangst van het antwoord werd bovenaan het gestempelde nummer van de lijst tot aanvaarding of het handgeschreven nummer van het individuele geweigerde dossier B toegevoegd. (3) Steekkaarten van door het Ministerie van Financiën aanvaarde dossiers B]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1590 - 1593</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Rapatriement Dépôts Acceptés M.F. - Repatriëring Aanvaarde Neerleggingen M.F.", steekkaarten van door het Ministerie van Financiën aanvaarde dossiers B. [ca. 1945-1960].</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1590</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-DEQ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. TToelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, het volgnummer van het dossier B, de datum en het nummer van de ingekomen brief van het Ministerie van Financiën ("Listes Ministère de Finances" of "LMF") en het aanvaard bedrag in Belgische frank en/of Reichsmark.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1591</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DER-LA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. TToelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, het volgnummer van het dossier B, de datum en het nummer van de ingekomen brief van het Ministerie van Financiën ("Listes Ministère de Finances" of "LMF") en het aanvaard bedrag in Belgische frank en/of Reichsmark.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1592</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LE-ST.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. TToelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, het volgnummer van het dossier B, de datum en het nummer van de ingekomen brief van het Ministerie van Financiën ("Listes Ministère de Finances" of "LMF") en het aanvaard bedrag in Belgische frank en/of Reichsmark.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1593</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SU-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. TToelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, het volgnummer van het dossier B, de datum en het nummer van de ingekomen brief van het Ministerie van Financiën ("Listes Ministère de Finances" of "LMF") en het aanvaard bedrag in Belgische frank en/of Reichsmark.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1594 - 1597</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Rapatriement Dépôts Liquidés M.F. - Repatriëring Vereffende Neerleggingen M.F.", steekkaarten van de vereffende dossiers B. [ca. 1945-1960].</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1594</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-DEV.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. TToelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, in de linkerbovenhoek het volgnummer van het dossier B, in de rechterbovenhoek het nummer van de borderel en/of de bladzijde van de borderel voor de vereffening via een postassignatie (bij vermelding "AP"), het nummer van de folio of de lijst voor de vereffening via een postoverschrijving (bij vermelding "liq.") of het nummer van de folio "Mulhouse" (bij vermelding "Mulhouse" of "Mul.") en het vereffend bedrag in Belgische frank en/of Reichsmark.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1595</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEW-MAR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. TToelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, in de linkerbovenhoek het volgnummer van het dossier B, in de rechterbovenhoek het nummer van de borderel en/of de bladzijde van de borderel voor de vereffening via een postassignatie (bij vermelding "AP"), het nummer van de folio of de lijst voor de vereffening via een postoverschrijving (bij vermelding "liq.") of het nummer van de folio "Mulhouse" (bij vermelding "Mulhouse" of "Mul.") en het vereffend bedrag in Belgische frank en/of Reichsmark.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1596</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MAS-VANDEU.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. TToelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, in de linkerbovenhoek het volgnummer van het dossier B, in de rechterbovenhoek het nummer van de borderel en/of de bladzijde van de borderel voor de vereffening via een postassignatie (bij vermelding "AP"), het nummer van de folio of de lijst voor de vereffening via een postoverschrijving (bij vermelding "liq.") of het nummer van de folio "Mulhouse" (bij vermelding "Mulhouse" of "Mul.") en het vereffend bedrag in Belgische frank en/of Reichsmark.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1597</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDEV-ZY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. TToelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, in de linkerbovenhoek het volgnummer van het dossier B, in de rechterbovenhoek het nummer van de borderel en/of de bladzijde van de borderel voor de vereffening via een postassignatie (bij vermelding "AP"), het nummer van de folio of de lijst voor de vereffening via een postoverschrijving (bij vermelding "liq.") of het nummer van de folio "Mulhouse" (bij vermelding "Mulhouse" of "Mul.") en het vereffend bedrag in Belgische frank en/of Reichsmark.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1598 - 1599</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Rapatriement Dépôts Réfusés M.F. - Repatriëring Geweigerde Neerleggingen M.F.", steekkaarten van door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B. [ca. 1945-1960].</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1598</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-MAS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. TToelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, het volgnummer van het dossier B, de datum en het nummer van de de ingekomen brief van het Ministerie van Financiën ("Listes Ministère de Finances" of "LMF") en het geweigerd bedrag in Belgische frank en/of Reichsmark.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1599</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MAT-ZY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Steekkaarten van de dossiers A en B. TToelichting: Een steekkaart vermeldt doorgaans de familienaam en de voornaam van de gerepa-trieerde, het volgnummer van het dossier B, de datum en het nummer van de de ingekomen brief van het Ministerie van Financiën ("Listes Ministère de Finances" of "LMF") en het geweigerd bedrag in Belgische frank en/of Reichsmark.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00108</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Naamlijsten en lijsten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1600 - 1647</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Naamlijsten van de dossiers A met alfabetische ordening op familienaam. [ca 1960].</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1600</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-104.000, A-GI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1601</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-104.000, GI-RIB.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1602</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-104.000, RIC-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1603</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">104.184-200.500, A-DEB.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1604</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">104.184-200.500, DEB-HEN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1605</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">104.184-200.500, HEN-PIR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1606</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">104.184-200.500, PIR-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1607</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">200.501-354.500, A-DEG.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1608</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">200.501-354.500, DEG-LAR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1609</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">200.501-354.500, LAR-STEU.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1610</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">200.501-354.500, STEU-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1611</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">354.551-421.500, A-GHI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1612</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">354.551-421.500, GHI-VAL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1613</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">354.551-421.500, VAN-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1614</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">422.001-478.500, A-FROI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1615</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">422.001-478.500, FROID-NEER.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1616</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">422.001-478.500, NEET-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1617</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">478.501-702.600 en 736.001-747.600, A-CUY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1618</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">478.501-702.600, 736.001-747.600, CUY-EB.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1619</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">478.501-702.600, 736.001-747.600, EC-IB.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1620</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">478.501-702.600, 736.001-747.600, IC-LOO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1621</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">478.501-702.600, 736.001-747.600, LOO-QUI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1622</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">478.501-702.600, 736.001-747.600, QUI-VAES.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1623</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">478.501-702.600, 736.001-747.600, VAES-VAN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1624</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">478.501-702.600, 736.001-747.600, VAN-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1625</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">702.601-736.000, A-CLEM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1626</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">702.601-736.000, CLEM-DEPR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1627</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">702.601-736.000, DEPR-HIRS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1628</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">702.601-736.000, HIRS-MUYL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1629</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">702.601-736.000, MUYL-VANCA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1630</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">702.601-736.000, VANCA-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1631</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">474.601-768.600, A-EB.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1632</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">474.601-768.600, EC-MASS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1633</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">474.601-768.600, MASS-T.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1634</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">474.601-768.600, T-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1635</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">768.601-788.966, A-D.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1636</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">768.601-788.966, E-LAC.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1637</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">768.601-788.966, LAC-RY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1638</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">768.601-788.966, RZ-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1639</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">70.001-70.398, 800.001-807.500, 850.001-857.800, A-DEFO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1640</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">70.001-70.398, 800.001-807.500, 850.001-857.800, DEFO-HOR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1641</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">70.001-70.398, 800.001-807.500, 850.001-857.800, HOR-RYZ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1642</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">70.001-70.398, 800.001-807.500, 850.001-857.800, S-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1643</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">807.500-812.200, 857.801-867.200, A-FUC.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1644</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">807.500-812.200 en 857.801-867.200, FUD-OTTE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1645</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">807.500-812.200 en 857.801-867.200, OTTE-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1646</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">867.201-869.000, A-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1647</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">869.001-869.300, A-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier A en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1648 - 1659</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Naamlijsten van de dossiers B met alfabetische ordening op familienaam. [ca 1960].</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1648</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-62.091, A-BRE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1649</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-62.091, BRE-CY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1650</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-62.091, CZ-DECA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1651</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-62.091, DECA-DYL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1652</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-62.091, DYO-GYS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1653</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-62.091, GYS-KUS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1654</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-62.091, KUS-L.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1655</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-62.091, M-NYS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1656</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-62.091, NYS-RYP.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1657</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-62.091, RYP-VAD.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1658</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-62.091, VAD-VANQUA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1659</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-62.091, VANQUA-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1660 - 1727</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Naamlijsten van de dossiers A met ordening op volgnummer. [ca. 1960].</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1660</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-11.398.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1661</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">11.401-63.900.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1662</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">63.904-75.300.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1663</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">75.302-86.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1664</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">86.601-99.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1665</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">99.601-103.904.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1666</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">104.002-118.200.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1667</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">118.202-132.997.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1668</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">134.002-145.194.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1669</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">145.203-157.725.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1670</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">158.002-170.297.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1671</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">170.303-190.505.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1672</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">190.508-200.498.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1673</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">200.052-212.700.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1674</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">212.702-228.297.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1675</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">228.301-243.994.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1676</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">244.010-292.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1677</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">292.401-333.700.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1678</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">333.704-354.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1679</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">354.525-371.498.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1680</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">371.501-384.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1681</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">384.503-405.503.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1682</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">405.504-421.497.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1683</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">422.056-435.298.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1684</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">435.301-449.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1685</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">449.502-462.648.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1686</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">462.653-478.195.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1687</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">478.501-491.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1688</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">492.004-505.200.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het volgnummer van het dossier B en een later in handschrift toegevoegde onbekende cijfercode.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1689</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">505.202-524.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1690</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">524.002-542.798.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1691</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">542.801-561.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1692</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">562.002-581.450.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1693</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">581.452-595.997.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1694</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">597.001-600.000 en 700.000-702.600.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1695</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">702.600-707.800.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1696</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">707.801-711.800.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1697</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">711.801-715.800.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1698</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">715.802-719.800.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1699</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">719.801-723.600.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1700</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">723.601-727.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1701</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">727.601-731.450.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1702</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">731.451-736.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1703</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">736.001-739.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1704</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">739.001-743.400.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1705</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">743.401-747.600.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1706</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">747.601-752.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1707</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">752.001-756.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1708</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">756.401-760.600.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1709</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">760.001-764.600.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1710</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">764.601-768.600.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1711</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">768.601-772.800.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1712</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">772.801-779.398.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1713</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">779.401-785.800.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1714</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">785.801-788.959.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1715</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">800.001-802.300.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1716</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">802.301-804.900.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1717</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">804.901-807.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1718</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">807.501-810.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1719</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">810.501-812.200.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1720</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">850.001-852.900.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1721</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">852.901-855.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1722</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">855.501-857.800.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1723</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">857.801-860.900.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1724</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">860.901-863.800.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1725</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">863.801-866.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1726</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">866.001-867.200.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1727</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">867.201-869.622.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1728 - 1743</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Naamlijsten van de dossiers B met ordening op volgnummer. [ca. 1960].</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1728</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">149-7.947.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1729</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">7.950-12.938.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1730</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">12.939-16.621.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1731</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17.153-21.315.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1732</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">21.316-25.480.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1733</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">25.481-29.645.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1734</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">29.646-33.810.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1735</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">33.811-37.974.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1736</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">37.976-41.411.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1737</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">41.412-44.841.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1738</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">44.842-48.243.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1739</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">48.244-51.668.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1740</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">51.669-55.098.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1741</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">55.099-58.528.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1742</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">58.529-62.091.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, het nummer van het dossier A, de geboortedatum en de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden].]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1743</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">70.001-70.398.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden] en het nummer van het dossier B. (3) Naamlijsten met chronologische ordening op geboortedatum]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1744 - 1797</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Naamlijsten van de dossiers A en B met chronologische ordening op geboortedatum. [ca. 1960].</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1744</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 nov. 1852 - 6 okt. 1885.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1745</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">7 okt. 1885 - 26 nov. 1890.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1746</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">26 nov. 1890 - 4 mrt. 1894.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1747</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">5 mrt. 1894 - 12 mei 1896.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1748</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">13 mei 1896 - 16 feb. 1898.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1749</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">15 feb. 1898 - 14 aug. 1899.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1750</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">14 aug. 1899 - 31 dec. 1900.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1751</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1901 - 31 dec. 1901.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1752</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1902 - 23 jan. 1903.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1753</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">24 jan. 1903 - 26 jan. 1904.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1754</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">27 jan. 1904 - 31 dec. 1904.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1755</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1905 - 4 okt. 1905.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1756</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">5 okt. 1905 - 1 aug. 1906.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1757</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 aug. 1906 - 1 apr. 1907.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1758</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 apr. 1907 - 31 dec. 1907.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1759</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1908 - 12 aug. 1908.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1760</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">13 aug. 1908 - 24 apr. 1909.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1761</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 apr. 1909 - 31 dec. 1909.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1762</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1910 - 2 aug. 1910.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1763</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3 aug. 1910 - 2 mrt. 1911.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1764</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3 mrt. 1911 - 4 sep. 1911.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1765</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">5 sep. 1911 - 7 apr. 1912.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1766</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">7 apr. 1912 - 8 nov. 1912.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1767</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">8 nov. 1912 - 2 juni 1913.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1768</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3 juni 1913 - 31 dec. 1913.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1769</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1914 - 3 juli 1914.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1770</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3 juli 1914 - 23 jan. 1915.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1771</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">24 jan. 1915 - 20 aug. 1915.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1772</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">21 aug. 1915 - 24 apr. 1916.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1773</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">24 apr. 1916 - 8 feb. 1917.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1774</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">8 feb. 1917 - 21 okt. 1917.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1775</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 okt. 1917 - 24 juli 1918.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1776</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 juli 1918 - 25 mrt. 1919.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1777</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">26 mrt. 1919 - 9 okt. 1919.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1778</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">10 okt. 1919 - 31 dec. 1919.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1779</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1920 - 4 apr. 1920.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1780</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 apr. 1920 - 14 juli 1920.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1781</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">14 juli 1920 - 15 nov. 1920.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1782</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">16 nov. 1920 - 8 mrt. 1921.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1783</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">8 mrt. 1921 - 6 juli 1921.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1784</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">6 juli 1921 - 15 nov. 1921.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1785</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">15 nov. 1921 - 15 mrt. 1922.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1786</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">15 mrt. 1922 - 17 juli 1922.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1787</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 juli 1922 - 26 nov. 1922.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1788</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">26 nov. 1922 - 22 mrt. 1923.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1789</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 mrt. 1923 - 16 juli 1923.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1790</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">16 juli 1923 - 20 nov. 1923.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1791</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">20 nov. 1923 - 24 mrt. 1924.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1792</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">24 mrt. 1924 - 1 aug. 1924.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1793</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 aug. 1924 - 12 dec. 1924.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1794</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">12 dec. 1924 - 22 sep. 1925.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1795</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 sep. 1925 - 22 juli 1927.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1796</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 juli 1927 - 9 apr. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1797</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Zonder geboortedatum.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de geboortedatum, de cijfercode voor de desbetreffende categorie gerepatrieerden [0: vluchtelingen (voornamelijk mei 1940), 1: krijgsgevangenen, 2: politiek gevangenen (wegens politieke, religieuze of raciale reden), 3: verplicht tewerkgestelden, 4: vrijwillig tewerkgestelden, 6: gedeporteerden, 7: vijandelijke gerepatrieerden, 8: overige gerepatrieerden (?), 9: geëvacueerden], het nummer van het dossier A of B en een onbekende cijfercode. Het nummer van een dossier B wordt steeds voorafgegaan door de letters "CR".(4) Lijsten der neerleggingen en omwisselingen met ordening op volgnummer]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>1798 - 1813</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de dossiers B met opgave van de door de gerepatrieerden uitgevoerde neerleggingen en omwisselingen met ordening op volgnummer. [ca. 1960].</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1798</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">149-7114.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1799</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">7.115-11.272.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1800</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">11.273-15.437.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1801</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">15.438-18.816.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1802</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">18.817-22.148.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1803</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22.149-26.313.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1804</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">26.314-29.645.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1805</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">29.646-32.977.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1806</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">32.978-37.142.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1807</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">37.143-41.411.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1808</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">41.442-44.841.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1809</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">44.842-48.243.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1810</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">48.244-52.353.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1811</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">52.355-55.784.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1812</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">55.785-58.528.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>1813</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">58.529-62.135.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(1) Naamlijsten met alfabetische ordening op familienaam. Toelichting: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, het aantal personen, de neergelegde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken, het totaal neergelegd bedrag in Marken, de omgewisselde bedragen in Reichsmark, Military Marks of Lagermarken en het neergelegd bedrag in Belgische frank. Een * na het totaal neergelegd bedrag in Marken wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * vóór het neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een volledige of een gedeeltelijke weigering, een * na een niet vermeld neergelegd bedrag in Belgische frank wijst op een neergelegd bedrag lager dan 1.000 Belgische frank.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00109</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Diverse archiefbescheiden</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>1814</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Situation diverses", stukken betreffende de behandeling, verificatie en vereffening van de door gerepatrieerden neergelegde biljetten. 1946-1953.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00110</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Ruil voor bedragen lager dan of gelijk aan 2.000 BEF</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00111</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Dossiers A</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00112</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Ontvangstbewijzen (specimina)</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3016</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ontvangstbewijzen van omgewisselde bedragen in Belgische frank of Reichsmark. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Dit zijn de ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark) die niet in het desbetreffende dossier A zijn opgenomen. Deze ontvangstbewijzen zijn - met uitzondering van dit specimen - vernietigd omdat deze per 100.000 nummers gegroepeerd waren en daarbinnen niet op volgnummer geordend waren, onmogelijk nog te herordenen waren én in feite informatie bevatten die ook in de andere stukken van het dossier A terug te vinden zijn.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00113</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">3. Ruil, aangifte en neerlegging voor bedragen hoger dan 2.000 BEF; onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging; aanvullende ruil, aangifte en neerlegging</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00114</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Dossiers B</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00116</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Naamlijsten voor onregelmatige of aanvullende neerleggingen</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3644 - 3652</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Relevé nominatif R/III", naamlijsten voor de onregelmatige of aanvullende neerlegging van oude Belgische biljetten bij de diensten van de Nationale Bank van België. 1945-1948.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3644</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">0-6 (6 feb. 1945 - 28 apr. 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3645</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">7-10 (30 apr. 1945 - 26 mei 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3646</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">11-15 (28 mei 1945 - 30 juni 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3647</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">16-20 (2 juli 1945 - 8 aug. 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3648</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">21-24 (3 aug. 1945 - 8 sep. 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3649</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">25-30 (3 sep. 1945 - 20 okt. 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3650</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">31-45 (15 okt. 1945 - 2 feb. 1946).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3651</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">46-58 (28 jan. 1946 - 28 sep. 1946).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3652</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">59-79 (30 sep. 1946 - 24 aug. 1948).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3653 - 3666</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Relevé nominatif R/III", naamlijsten voor de onregelmatige of aanvullende neerlegging van oude Duitse biljetten bij de diensten van de Nationale Bank van België. 1945-1949.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3653</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-5 (9 feb. 1945 - 21 apr. 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3654</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">6-10 (23 apr. 1945 - 26 mei 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3655</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">11-12 (28 mei 1945 - 9 juni 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3656</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">13-14. (11 juni 1945 - 23 juni 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3657</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">15-16 (25 juni 1945 - 6 juli 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3658</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17-18 (9 juli 1945 - 20 juli 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3659</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">19-21 (16 juli 1945 - 18 aug. 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3660</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22-25 (20 aug. 1945 - 15 sep. 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3661</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">26-30 (17 sep. 1945 - 21 okt. 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3662</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">31-36 (22 okt. 1945 - 1 dec. 1945).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3663</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">37-53 (3 dec. 1945 - 27 apr. 1946).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3664</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">54-58 (29 apr. 1946 - 28 sep. 1946).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3665</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">59-70 (28 sep. 1946 - 10 okt. 1947).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3666</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">71-79 (4 okt. 1947 - 27 okt. 1949).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3667</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Relevé nominatif R/III", naamlijsten voor de onregelmatige of aanvullende neerlegging van oude Belgische en Duitse biljetten bij de diensten van de Nationale Bank van België. 1948-1952.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze door de verschillende diensten opgestelde naamlijsten vermelden de datum, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, een nummer van de neerlegging, het bedrag en het later toegevoegd volgnummer van het dossier B.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00117</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">d. Archiefbescheiden met betrekking tot voorlegging</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3668</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de voorlegging aan het Ministerie van Financiën van formulieren van door de gerepatrieerden neergelegde biljetten ("annexes au déclarations B"). 1948-1957.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00118</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">e. Archiefbescheiden met betrekking tot aanvaarding en vereffening</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3669 - 3677</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven van het Ministerie van Financiën met machtiging tot aanvaarding van de neergelegde oude Belgische en Duitse biljetten. 1 juli 1945-1964.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3669</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 juli 1945 - 30 nov. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën aanvaarde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3670</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 dec. 1945 - 31 dec. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën aanvaarde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3671</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1946 - 28 feb. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën aanvaarde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3672</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 mrt. 1946 - 30 apr. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën aanvaarde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3673</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 mei 1946 - 29 juni 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën aanvaarde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3674</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 juli 1946 - 31 aug. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën aanvaarde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3675</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 sep. 1946 - 31 dec. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën aanvaarde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3676</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1947.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën aanvaarde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3677</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1948-1964.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën aanvaarde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3678 - 3679</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Borderellen tot een gezamenlijke cheque bij de Postcheckdienst voor de vereffening van de neergelegde oude Belgische biljetten via een postassignatie. 1945-1949.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3678</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">XVII, 21-100.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(2) Borderellen voor de vereffening via postassignatie. Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres en het te vereffenen bedrag. Het nummer van de borderel is doorgaans in de rechterbovenhoek genoteerd, het (regelmatig ontbrekende) nummer van de bladzijde bovenaan. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B. Toelichting: Bevat de bladzijden 283-1.504 en een aantal niet genummerde bladzijden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3679</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">101-192.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(2) Borderellen voor de vereffening via postassignatie. Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres en het te vereffenen bedrag. Het nummer van de borderel is doorgaans in de rechterbovenhoek genoteerd, het (regelmatig ontbrekende) nummer van de bladzijde bovenaan. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.Toelichting: Bevat de bladzijden 2.008-2.928 en een aantal niet genummerde bladzijden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3680 - 3682</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Borderellen tot een gezamenlijke cheque bij de Postcheckdienst voor de vereffening van de neergelegde oude Duitse biljetten via een postassignatie. 1946-1958.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3680</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-75.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres en het te vereffenen bedrag. Het nummer van de borderel is doorgaans in de rechterbovenhoek genoteerd, het (regelmatig ontbrekende)nummer van de bladzijde bovenaan. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B. Toelichting: Bevat de bladzijden 161-1.231 en een aantal niet genummerde bladzijden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3681</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">76-150.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres en het te vereffenen bedrag. Het nummer van de borderel is doorgaans in de rechterbovenhoek genoteerd, het (regelmatig ontbrekende)nummer van de bladzijde bovenaan. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B. Toelichting: Bevat de bladzijden 1.231-2.308 en een aantal niet genummerde bladzijden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3682</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">151-300.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres en het te vereffenen bedrag. Het nummer van de borderel is doorgaans in de rechterbovenhoek genoteerd, het (regelmatig ontbrekende)nummer van de bladzijde bovenaan. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B. Toelichting: Bevat de bladzijden 2.309-2.933 en een aantal niet genummerde bladzijden.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3683 - 3686</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Borderellen tot een gezamenlijke cheque bij de Postcheckdienst voor de vereffening van oude Belgische en Duitse biljetten via een postassignatie, voorzien van de stempel van de Postcheckdienst. 18 mrt. 1945 - 7 feb. 1962.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3683</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">18 mrt. 1945 - 28 mei 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres en het te vereffenen bedrag. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3684</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 juni 1946 - 28 sep. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres en het te vereffenen bedrag. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3685</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 okt. 1946 - 26 aug. 1947.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres en het te vereffenen bedrag. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3686</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">6 sep. 1947 - 7 feb. 1962.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres en het te vereffenen bedrag. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B. (3) Folio's en lijsten voor de vereffening via een postoverschrijving]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3687 - 3690</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Folio's voor de vereffening van de neergelegde oude Belgische biljetten via een postoverschrijving. [ca. 1945-1950].</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3687</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-50.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het taalregime ("V" voor "Vlaams" of "F" voor "Français"), het adres, (indien van toepassing) het totale bedrag, het te vereffenen bedrag en (indien van toepassing) de bedragen voor de tijdelijk en definitief geblokeerde rekeningen. Het nummer van de borderel is doorgaans op de omslag in de rechterbovenhoek genoteerd. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3688</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">51-100.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het taalregime ("V" voor "Vlaams" of "F" voor "Français"), het adres, (indien van toepassing) het totale bedrag, het te vereffenen bedrag en (indien van toepassing) de bedragen voor de tijdelijk en definitief geblokeerde rekeningen. Het nummer van de borderel is doorgaans op de omslag in de rechterbovenhoek genoteerd. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3689</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">101-150.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het taalregime ("V" voor "Vlaams" of "F" voor "Français"), het adres, (indien van toepassing) het totale bedrag, het te vereffenen bedrag en (indien van toepassing) de bedragen voor de tijdelijk en definitief geblokeerde rekeningen. Het nummer van de borderel is doorgaans op de omslag in de rechterbovenhoek genoteerd. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3690</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">151-197.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het taalregime ("V" voor "Vlaams" of "F" voor "Français"), het adres, (indien van toepassing) het totale bedrag, het te vereffenen bedrag en (indien van toepassing) de bedragen voor de tijdelijk en definitief geblokeerde rekeningen. Het nummer van de borderel is doorgaans op de omslag in de rechterbovenhoek genoteerd. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3691 - 3692</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Concept van de lijsten voor de vereffening van de neergelegde oude Belgische biljetten via een postoverschrijving. 1945-1950.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3691</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-100.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres (indien van toepassing) het totale bedrag, het te vereffenen bedrag en (indien van toepassing) de bedragen voor de tijdelijk en definitief geblokeerde rekeningen. Het nummer van de lijst is doorgaans in de rechterbovenhoek genoteerd. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3692</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">101-197.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres (indien van toepassing) het totale bedrag, het te vereffenen bedrag en (indien van toepassing) de bedragen voor de tijdelijk en definitief geblokeerde rekeningen. Het nummer van de lijst is doorgaans in de rechterbovenhoek genoteerd. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3693 - 3695</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Net van de lijsten voor de vereffening van de neergelegde oude Belgische biljetten via een postoverschrijving. 1945-1950.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3693</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-75.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres (indien van toepassing) het totale bedrag, het te vereffenen bedrag en (indien van toepassing) de bedragen voor de tijdelijk en definitief geblokeerde rekeningen. Het nummer van de lijst is doorgaans in de rechterbovenhoek genoteerd. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3694</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">76-125.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres (indien van toepassing) het totale bedrag, het te vereffenen bedrag en (indien van toepassing) de bedragen voor de tijdelijk en definitief geblokeerde rekeningen. Het nummer van de lijst is doorgaans in de rechterbovenhoek genoteerd. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3695</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">126-197.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres (indien van toepassing) het totale bedrag, het te vereffenen bedrag en (indien van toepassing) de bedragen voor de tijdelijk en definitief geblokeerde rekeningen. Het nummer van de lijst is doorgaans in de rechterbovenhoek genoteerd. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3696</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Folio's voor de vereffening van de neergelegde oude Duitse biljetten via een postoverschrijving. 1947-1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het taalregime ("V" voor "Vlaams" of "F" voor "Français"), het adres, (indien van toepassing) het totale bedrag, het te vereffenen bedrag en (indien van toepassing) de bedragen voor de tijdelijk en definitief geblokeerde rekeningen. Het nummer van de borderel werd doorgaans op de omslag en in de rechterbovenhoek genoteerd. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3697</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten voor de vereffening van de neergelegde oude Duitse biljetten via een postoverschrijving. 1946-1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze vermelden het volgnummer van het dossier B, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres (indien van toepassing) het totale bedrag, het te vereffenen bedrag en (indien van toepassing) de bedragen voor de tijdelijk en definitief geblokeerde rekeningen. Het nummer van de lijst is doorgaans in de rechterbovenhoek genoteerd. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de vereffende dossiers B.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00119</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">f. Archiefbescheiden met betrekking tot weigering</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3698 - 3705</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven van het Ministerie van Financiën met machtiging tot weigering van de neerlegging van oude Belgische en Duitse biljetten. 11 aug. 1945-1957.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3698</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">11 aug. 1945 - 30 nov. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3699</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 dec. 1945 - 29 jan. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3700</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 feb. 1946 - 30 mrt. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3701</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 apr. 1946 - 31 mei 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3702</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 juni 1946 - 31 juli 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3703</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 aug. 1946 - 30 dec. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3704</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1947.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3705</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1948-1957.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3706</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven van het Ministerie van Financiën met machtiging tot weigering van de neerlegging van oude Belgische en Duitse biljetten, mét (mogelijke) teruggave van de biljetten. 1946-1956.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

(2) Dossiers B geweigerd]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3707 - 3910</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers B inzake neerleggingen voor een bedrag hoger dan 2.000 Belgische frank, geweigerd door het Ministerie van Financiën. [1945-1958].</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3707</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">100.000-100.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3708</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">100.200-100.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3709</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">100.400-100.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3710</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">100.600-100.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3711</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">100.700-100.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3712</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">100.800-100.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3713</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">101.000-101.099.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3714</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">101.100-101.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3715</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">101.200-101.299.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3716</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">101.300-101.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3717</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">101.500-101.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3718</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">101.700-101.899.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3719</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">101.900-102.099.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3720</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">102.100-102.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3721</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">102.200-102.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3722</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">102.400-102.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3723</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">102.600-102.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3724</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">103.000-103.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3725</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">103.500-103.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3726</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">103.800-103.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3727</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">104.000-104.299.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3728</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">104.300-104.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3729</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">104.500-104.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3730</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">104.800-104.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3731</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">105.000-105.299.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3732</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">105.300-105.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3733</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">105.500-105.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3734</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">105.800-105.899.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3735</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">105.900-106.099.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3736</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">106.100-106.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3737</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">106.200-106.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3738</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">106.500-106.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3739</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">106.700-106.899.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3740</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">106.900-107.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3741</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">107.200-107.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3742</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">107.500-107.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3743</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">107.700-107.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3744</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">107.800-107.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3745</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">108.000-108.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3746</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">108.200-108.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3747</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">108.400-108.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3748</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">108.600-108.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3749</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">108.700-108.899.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3750</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">108.900-109.099.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3751</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">109.100-109.299.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3752</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">109.300-109.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3753</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">109.500-109.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3754</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">109.700-109.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3755</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">110.000-110.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3756</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">110.400-110.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3757</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">111.000-111.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3758</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">111.400-111.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3759</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">111.800-111.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3760</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">112.000-112.099.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3761</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">112.100-112.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3762</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">112.200-112.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3763</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">112.400-112.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3764</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">112.500-112.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3765</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">112.600-112.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3766</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">112.800-112.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3767</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">113.000-113.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3768</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">113.200-113.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3769</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">113.700-113.899.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3770</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">113.900-113.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3771</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">114.000-114.099.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3772</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">114.100-114.299.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3773</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">114.300-114.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3774</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">114.600-114.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3775</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">114.700-114.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3776</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">114.800-114.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3777</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">115.000-115.099.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3778</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">115.100-115.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3779</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">115.200-115.299.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3780</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">115.300-115.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3781</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">115.400-115.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3782</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">115.600-115.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3783</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">115.700-115.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3784</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">115.800-115.899.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3785</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">115.900-116.049.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3786</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">116.050-116.149.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3787</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">116.150-116.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3788</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">116.200-116.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3789</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">116.400-116.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3790</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">116.600-116.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3791</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">116.700-116.749.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3792</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">116.750-116.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3793</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">116.800-116.849.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3794</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">116.850-116.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3795</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">117.000-117.099.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3796</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">117.100-117.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3797</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">117.200-117.279.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3798</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">117.280-117.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3799</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">117.400-117.549.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3800</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">117.550-117.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3801</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">117.600-117.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3802</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">117.700-117.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3803</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">117.800-117.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3804</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">118.000-118.099.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3805</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">118.100-118.149.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3806</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">118.150-118.299.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3807</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">118.300-118.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3808</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">118.400-118.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3809</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">118.500-118.549.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3810</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">118.550-118.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3811</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">118.600-118.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3812</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">118.700-118.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3813</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">119.000-119.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3814</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">119.200-119.279.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3815</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">119.280-119.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3816</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">119.500-199.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3817</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">199.600-119.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3818</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">119.700-119.865.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3819</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">119.866-120.039.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3820</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">120.040-120.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3821</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">120.200-120.349.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3822</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">120.350-120.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3823</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">120.500-120.579.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3824</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">120.580-120.649.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3825</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">120.650-120.749.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3826</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">120.750-120.824.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3827</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">120.825-120.899.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3828</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">120.900-121.049.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3829</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">121.050-121.099.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3830</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">121.100-121.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3831</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">121.200-121.349.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3832</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">121.350-121.424.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3833</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">121.425-121.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3834</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">121.600-121.674.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3835</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">121.675-121.714.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3836</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">121.715-121.749.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3837</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">121.750-121.849.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3838</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">121.850-121.939.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3839</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">121.940-121.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3840</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">122.000-122.219.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3841</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">122.220-122.299.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3842</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">122.300-122.419.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3843</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">122.420-122.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3844</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">122.500-122.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3845</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">122.700-122.749.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3846</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">122.750-122.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3847</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">122.800-123.049.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3848</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">123.050-123.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3849</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">123.200-123.299.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3850</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">123.300-123.424.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3851</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">123.425-123.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3852</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">123.500-123.679.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3853</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">123.680-123.724.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3854</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">123.725-123.829.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3855</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">123.830-123.899.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3856</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">123.900-124.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3857</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">124.200-124.429.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3858</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">124.430-124.474.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3859</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">124.475-124.524.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3860</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">124.525-124.574.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3861</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">124.575-124.624.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3862</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">124.625-124.674.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3863</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">124.675-124.874.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3864</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">124.875-124.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3865</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">125.000-125.099.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3866</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">125.100-125.259.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3867</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">125.260-125.329.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3868</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">125.330-125.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3869</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">125.400-125.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3870</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">125.700-125.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3871</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">126.800-125.899.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3872</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">125.900-125.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3873</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">126.000-126.049.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3874</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">126.050-126.099.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3875</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">126.100-126.174.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3876</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">126.175-126.274.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3877</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">125.275-126.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3878</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">126.400-126.499.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3879</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">126.500-126.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3880</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">126.600-126.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3881</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">126.700-126.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3882</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">127.000-127.574.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3883</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">127.575-127.799.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3884</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">127.800-127.874.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3885</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">127.875-128.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3886</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">128.200-128.299.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3887</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">128.300-128.734.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3888</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">128.735-128.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3889</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">129.000-129.059.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3890</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">129.060-129.114.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3891</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">128.115-129.299.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3892</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">129.800-129.949.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3893</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">129.950-131.299.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3894</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">131.300-131.599.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3895</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">131.600-131.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3896</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">132.000-132.199.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3897</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">132.200-132.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3898</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">132.700-133.124.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3899</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">113.125-113.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3900</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">113.400-113.999.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3901</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">134.000-134.349.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3902</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">134.350-134.699.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3903</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">134.700-134.899.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3904</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">134.900-135.229.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3905</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">135.230-135.524.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3906</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">135.525-135.774.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3907</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">135.775-136.299.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3908</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">136.300-136.399.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3909</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">136.400-136.899.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3910</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">136.900-200.025.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Inhoud: Deze dossiers bevatten doorgaans een voorblad met opgave van alle belangrijke gegevens, één exemplaar van de "lijst van vermogens" (formulier 14.086 Z), ontvangstbewijzen van het omgewisselde bedrag (formulier 14.061 AZ voor Belgische frank en/of formulier 14.085 voor Reichsmark), mogelijk een formulier voor de aangifte en neerlegging van Belgische biljetten (formulier 14.061 Z) of een formulier voor de aangifte en neerlegging van Duitse biljetten (formulier 14.064), een dubbel van de brief van het Ministerie van Financiën met de beslissing tot weigering en briefwisseling. Het corresponderende dossier B omvat in dit geval alleen het andere exemplaar van de "lijst van vermogens", eventuele briefwisseling en eventuele latere aanvragen. De betekenis van de op de "lijst van vermogens" genoteerde code "V+cijfer" is voorlopig niet duidelijk. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de door het Ministerie van Financiën geweigerde dossiers B.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00120</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">4. Aangifte en neerlegging van Duitse biljetten in Franse verzamelcentra ("Mulhouse")</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3911</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de door Belgische gerepatrieerden in Franse verzamelcentra neergelegde Duitse biljetten. 1946-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Sommige Belgische gerepatrieerden waren via de Franse verzamelcentra (zoals dat in Mulhouse) naar België teruggekeerd en hadden daar de in hun bezit zijnde Duitse biljetten moeten aangeven en neerleggen. De nodige gegevens werden in Frankrijk opgevraagd om de vereffening te kunnen regelen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3912</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Folio's voor de vereffening van de door Belgische gerepatrieerden in Franse verzamelcentra neergelegde Duitse biljetten. 1947-1958.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Sommige Belgische gerepatrieerden waren via de Franse verzamelcentra (zoals dat in Mulhouse) naar België teruggekeerd en hadden daar de in hun bezit zijnde Duitse biljetten moeten aangeven en neerleggen. De nodige gegevens werden in Frankrijk opgevraagd om de vereffening te kunnen regelen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Inhoud: Deze vermelden het nummer van de repatriëringskaart, de naam en voornaam van de gerepatrieerde, het adres, het in Frankrijk neergelegd bedrag aan RM, het volgnummer van het dossier A of B, de tegenwaarde in Belgische frank, het in België aangegeven en neergelegd bedrag, het aantal personen, het te vereffenen bedrag en de datum van de posassignatie. Het nummer van de folio is in de rechterbovenhoek vermeld.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3913</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de terugstorting van de door Belgische gerepatrieerden in Franse verzamelcentra neergelegde Duitse biljetten. 1945-1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Sommige Belgische gerepatrieerden waren via de Franse verzamelcentra (zoals dat in Mulhouse) naar België teruggekeerd en hadden daar de in hun bezit zijnde Duitse biljetten moeten aangeven en neerleggen. De nodige gegevens werden in Frankrijk opgevraagd om de vereffening te kunnen regelen. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00121</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">5. Sekwestratie van biljetten ("S")</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3914</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de sekwestratie van biljetten van gerepatrieerden. 1945-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Sommige gerepatrieerden werden ervan verdacht misdrijven gepleegd te hebben, wat verklaart waarom hun biljetten gesekwestreerd werden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Inhoud: Dit dossier bevat diverse genummerde lijsten en stukken. Nadere toegang: De individuele gegevens zijn terug te vinden via de hoger vermelde steekkaarten van de dossiers A en B]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00122</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">6. Terugvordering van onterecht toegekende reisgelden en repatriëringstoelagen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3915</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de terugvordering van onterecht toegekende reisgelden. 1946-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Sommige gerepatrieerden hadden onterecht reisgeld of een repatriëringstoelage toegekend gekregen, die dan ook teruggevorderd moesten worden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3916</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de terugvordering van onterecht toegekende repatriëringstoelagen. 1945-1948.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Sommige gerepatrieerden hadden onterecht reisgeld of een repatriëringstoelage toegekend gekregen, die dan ook teruggevorderd moesten worden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00123</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">7. Inzameling van geïndividualiseerde biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3917</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de inzameling van geïndividualiseerde biljetten die door de gerepatrieerden waren neergelegd in het kader van een aanvullende aangifte en neerlegging. 1948.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Sommige gerepatrieerden hadden een aanvullende aangifte en neerlegging verricht van de Belgische bankbiljetten waarvan zij op het tijdstip van hun repatriëring houder waren in België. Deze aangiftes dienden het nummer en de uitgiftedatum van de aangegeven biljetten te vermelden en waren dus geïndividualiseerd. Deze door de agentschappen bewaarde geïndividualiseerde biljetten werden uiteindelijk in 1948 door de dienst Hoofdkas ingezameld.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00124</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">8. Bijkomende ruil van Duitse biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3918</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Recapitulatiestaat van de lijsten die door de Belgische regering zijn overgemaakt aan de Bank deutscher Länder in uitvoering van de door de Raad van de Hoge Geallieerde Commissie in Duitsland uitgevaardigde Wet 73 van 13 maart 1952 betreffende de convertering van de door uit Duitsland gerepatrieerde personen meegenomen biljetten van de Duitse banken. [na 1952].</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden het nummer van elke pagina van de onderstaande lijsten, de voor elke pagina opgetelde bedragen aan neergelegde Reichsmarken en de voor elke pagina opgetelde bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Helemaal achteraan de bundel volgt een totale recapitulatiestaat.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>3919 - 3941</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten die door de Belgische regering zijn overgemaakt aan de Bank deutscher Länder in uitvoering van de door de Raad van de Hoge Geallieerde Commissie in Duitsland uitgevaardigde Wet 73 van 13 maart 1952 betreffende de converte­ring van door uit Duitsland gerepatrieerde personen meegenomen Duitse biljetten. [na 1952].</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3919</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 1.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 000.001-085.274.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3920</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 2.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 085.276-126.703.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3921</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 3.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 126.710-168.056.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3922</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 4.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 168.060-213.809.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3923</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 5.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 213.817-331.496.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3924</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 6.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 331.498-380.346.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3925</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 7.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 380.451-427.011.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3926</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 8.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 427.015-470.545.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3927</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 9.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 470.555-522-646.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3928</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 10.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 522.650-586.342.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3929</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 11.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 586.346-709.482.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3930</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 12.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 709.483-721.823.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3931</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 13.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 721.826-735.471.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3932</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 14.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 735.474-756.650.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3933</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 15.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 756.651-772.109.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3934</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 16.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 772.110-850.160.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3935</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 17.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers A 850.167-B 004.659.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3936</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 18.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers B 004.660-016.164.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3937</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 19.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers B 016.165-026.332.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3938</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 20.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers B 026.333-036.827.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3939</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 21.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers B 036.828-048.331.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3940</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 22.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers B 048.332-060.829.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>3941</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bundel 23.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze vermelden de naam en voornaam van de gerepatrieerde, de woonplaats, de aantallen gerepatrieerde personen, de neergelegde bedragen aan Reichsmarken en de bedragen aan Reichsmarken om te wisselen in Deutsche Marken. Daar deze niet vermelden naar welke dossiers A en B wordt verwezen, is dit voor elke bundel in een afzonderlijke toelichting opgenomen. Toelichting: Verwijst naar de dossiers B 060.830-070.398 én naar diverse overige dossiers A en B.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00125</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">E. Overheveling van de rekeningen "Franse Franks" van gerepatrieerden</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="file">
              <did>
                <unitid>3942</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de overheveling naar België van de op naam van Belgische gerepatrieerden geopende rekeningen "Franse Franks" bij de Banque de France. 1946-1948.</unittitle>
                <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
              </did>
              <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Sommige gerepatrieerden waren via het Centre de Rapatriement de Paris naar België teruggekeerd en hadden op dat moment de in hun bezit zijnde Franse Franks moeten aangeven en neerleggen bij de Banque de France. Deze op rekeningen gestorte bedragen zouden enkele jaren later naar België overgeheveld worden.]]></p>
              </scopecontent>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00126</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">F. Documentatie</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="file">
              <did>
                <unitid>3943</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Carte de Belgique spécialement destinée à l'usage des transports", kaart van België met aanduiding van de transportinfrastructuur. [ca. 1945].</unittitle>
                <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaart</physdesc>
              </did>
              <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                <p><![CDATA[De dienst Repatriëring vormde een onderdeel van de centrale diensten van de Nationale Bank van België in Brussel en was in de periode 1945-1960 belast met de controle en verificatie van de uit circulatie genomen Belgische en Duitse biljetten van gerepatrieerden. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief. Elke gerepatrieerde Belg en iedere via België gerepatrieerde buitenlander diende de in zijn bezit zijnde biljetten deels in te ruilen en deels aan te geven en neer te leggen. Voor de Belgische gerepatrieerden volgde na een eerste ruil van oude in nieuwe bank­biljetten voor een bedrag van 100 Belgische frank per persoon, de ruil, aangifte en de neerlegging van de overige biljetten. Bij dit laatste werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ruil van bedragen lager of gelijk aan 2.000 Belgische frank enerzijds en de ruil, aangifte en neerlegging van bedragen hoger dan 2.0000 Belgische frank, de onregelmatige ruil, aangifte en neerlegging en de aanvullende ruil, aangifte en neerlegging anderzijds: deze laatste werden strenger gecontroleerd en aan het Ministerie van Financiën voorgelegd. Voor de via België gerepatrieerde buitenlanders waren de verrichtingen beperkt tot de ruil van de Belgische biljetten voor een maximum-bedrag van 100 Belgische frank en de aangifte en neerlegging van de overige biljetten. De gegevens van de gerepatrieerden werden op steekkaartensystemen of in naamlijsten genoteerd om de behandeling van de dossiers op te kunnen volgen of te hertraceren. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Kaart van België met in blauw potlood omcirkelde gemeenten waar diensten van de Nationale Bank van België gevestigd zijn en met in rood potlood omcirkelde gemeenten waar verzamelcentra voor gerepatrieerden gevestigd zijn; Uitgever: Meunier & Cie. en Publications Commerciales et Industrielles de Belgique; Schaal: 1: 300.000.]]></p>
              </scopecontent>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
            </c04>
          </c03>
        </c02>
        <c02 level="series">
          <did>
            <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00127</unitid>
            <unittitle encodinganalog="3.1.2">III. Overige betrokken diensten</unittitle>
          </did>
          <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
            <p>
              <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
            </p>
          </processinfo>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00128</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">A. Hoofdzetel Brussel - Secretariaat Gouverneur</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="file">
              <did>
                <unitid>3944</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met betrekking tot de sekwestratie van en geschillen over de bijzondere rekeningen. 1944-1952.</unittitle>
                <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
              </did>
              <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
              </scopecontent>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
            </c04>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>3945 - 3952</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met betrekking tot de overdracht van bijzondere rekeningen door de diensten van de Nationale Bank van België naar de Postcheckdienst. 1947-1954.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3945</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Hoofdzetel Brussel.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3946</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3947</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst-Brugge.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3948</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Charleroi-Dendermonde.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3949</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Eeklo-Ieper.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3950</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Kortrijk-Liège [Luik].</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3951</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Mechelen-Nivelles [Nijvel].</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>3952</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Oudenaarde-Tournai [Doornik].</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00129</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">B. Hoofdzetel Brussel - Dienst Hoofdkas</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00130</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Beheer van bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00131</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Briefwisseling</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3953 - 3960</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met betrekking tot de bijzondere rekeningen. 1948-1949.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3953</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-BO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3954</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BR-C.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3955</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DA-DEV.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3956</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEW-G.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3957</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">H-L.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3958</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-SE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3959</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SI-VANG.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3960</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANH-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3961 - 3974</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met betrekking tot de bijzondere rekeningen. 1950-1953.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3961</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-B.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3962</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">C.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3963</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DA-DER.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3964</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DES-DY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3965</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-G.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3966</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">H-K.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3967</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">L.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3968</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">M.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3969</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">N-P.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3970</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Q-R.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3971</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">S.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3972</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">T-VANDEN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3973</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDER-VANL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3974</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANM-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00132</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Archiefbescheiden met betrekking tot opening</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3975 - 3985</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voorzien van "goed voor vereffening" met het oog op de opening van reguliere bijzondere rekeningen voor bedragen hoger dan 10.000 BEF. 3 nov. 1944 - 16 nov. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3975</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3976</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3977</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">6 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3978</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">7 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3979</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">8 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3980</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">9 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3981</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">10 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3982</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">13 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3983</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">14 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3984</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">15 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3985</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">16 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3986 - 3988</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voorzien van "goed voor vereffening" met het oog op de opening van laattijdige, onregelmatige en aanvullende bijzondere rekeningen voor bedragen lager dan 10.000 BEF. 17 nov. 1944 - 29 dec. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3986</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 21 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3987</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 nov. 1944 - 27 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3988</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">28 nov. 1944 - 29 dec. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3989 - 3993</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voorzien van "goed voor vereffening" met het oog op de opening van laattijdige, onregelmatige en aanvullende bijzondere rekeningen voor bedragen hoger dan 10.000 BEF. 17 nov. 1944 - 21 dec. 1944.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3989</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 nov. 1944 - 18 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3990</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">20 nov. 1944 - 21 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3991</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 nov. 1944 - 23 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3992</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">24 nov. 1944 - 28 nov. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3993</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">29 nov. 1944 - 21 dec. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>3994 - 4005</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Machtigingen voor de opening van laattijdige, onregelmatige en aanvullende bijzondere rekeningen. 24 nov. 1944 - 1948.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3994</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">24 nov. 1944 - 20 dec. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3995</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">22 dec. 1944 - 10 jan. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3996</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">11 jan. 1945 - 30 jan. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3997</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">31 jan. 1945 - 1 mrt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3998</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 mrt. 1945 - 5 apr. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>3999</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">6 apr. 1945 - 14 mei 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4000</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">15 mei 1945 - 31 juli 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4001</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 aug. 1945 - 31 dec. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4002</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1946 - 30 juni 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4003</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 juli 1946 - 31 dec. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4004</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1947.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4005</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1948.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4006</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de verrichting van gedeeltelijke omwisselingen vóór de opening van bijzondere rekeningen. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00133</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Individuele rekeningoverzichten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4007 - 4072</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen en "Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1944-1961.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4007</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">AA-ARMA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4008</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">ARME-BAR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4009</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BAS-BERGH.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4010</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BERGI-BL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4011</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BO-BOUCHET.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4012</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BOUCHEZ-BRUGGEMAN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4013</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BRUGGEMANS-CAMBR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4014</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">CAMBY-CHA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4015</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">CHE-COET.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4016</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">COETS-CORNI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4017</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">CORNU-CY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4018</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DA-DEBLEN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4019</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEBLES-DECLO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4020</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DECLY-DEGIET.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4021</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEGIEY-DEKI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4022</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEKK-DELSAU.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4023</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DELSAV-DENIE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4024</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DENIES-DERN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4025</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DERO-DESW.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4026</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DESY-DEWALL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4027</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEWALQ-DM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4028</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DO-DUPONC.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4029</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DUPONT-E.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4030</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">FA-FRAIN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4031</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">FRAIP-GEER.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4032</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GEES-GODRI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4033</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GODRO-GROSJ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4034</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GROSS-HA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4035</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">HEBB-HEYMA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4036</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">HEYMB-HY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4037</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">I-JENS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4038</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">JER-KOC.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4039</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">KOD-LARB.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4040</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LARC-LEKIM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4041</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LEKIN-LILI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4042</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LILL-MAER.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4043</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MAES-MARX.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4044</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MARXE-MERO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4045</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MERT-MOEC.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4046</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MOEL-NAPO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4047</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">NAPP-OLBREC.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4048</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">OLBREG-PEETERM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4049</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">PEETERS-PIF.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4050</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">PIG-PROU.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4051</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">PROV-REUT.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4052</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">REUV-ROSN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4053</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">ROSS-SCHEYS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4054</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SCHEYV-SEVE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4055</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SEVR-SPA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4056</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SPE-STO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4057</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">STR-THAE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4058</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">THAl-TRAP.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4059</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">TRAT-VANBIESB.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4060</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANBIESE-VANDEM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4061</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDENA-VANDENEYNDE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4062</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDENEYNDEN-VANDERK.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4063</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDERL-VANDERWA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4064</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDERWE-VANGI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4065</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANGL-VANH.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4066</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANI-VANN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4067</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANO-VANU.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4068</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANV-VERD.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4069</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VERE-VERSTREK.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4070</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VERSTREP-VY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4071</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">WA-WILLEM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4072</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">WILLEMA-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00134</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">d. Volmachten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4073 - 4093</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Volmachten voor het beheer van de bijzondere rekeningen. 1944-1946.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4073</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-BE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4074</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BI-BY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4075</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">C.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4076</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DA-DED.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4077</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEF-DEL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4078</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEM-DEV.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4079</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEW-DUY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4080</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-GN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4081</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GO-GY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4082</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">H.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4083</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">I-LA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4084</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LE-LY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4085</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">M.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4086</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">N-P.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4087</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Q-SN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4088</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SO-U.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4089</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VAE-VANDEN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4090</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDEP-VANDERZ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4091</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDES-VAZ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4092</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VEC-VER.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4093</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VI-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00135</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">e. Archiefbescheiden met betrekking tot verzet, erfrechten of bijzondere machten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4094 - 4126</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de met verzet aantekening van bijzondere rekeningen, de toepassing van erfrechten op de bijzondere rekeningen of de uitoefening van bijzondere machten over de bijzondere rekeningen 1944-1961.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4094</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4095</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BA-BI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4096</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BL-BO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4097</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BR-BY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4098</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">CA-CL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4099</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">COB-COZ.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4100</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">CR-DEBO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4101</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEBR-DEH.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4102</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEJ-DEN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4103</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEP-DEVE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4104</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEVI-DR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4105</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DU-FO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4106</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">FR-GH.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4107</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GI-HAE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4108</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">HAI-HOU.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4109</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">HU-JO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4110</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">K-LA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4111</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4112</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LI-LY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4113</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4114</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">ME-MO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4115</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MU-O.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4116</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">PA-POS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4117</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">POT-R.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4118</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SA-SEM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4119</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">SEN-STE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4120</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">STI-T.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4121</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">U-VANDENBR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4122</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDENBU-VANDEV.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4123</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDEW-VANN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4124</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANO-VERB.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4125</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VERC-WAU.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4126</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">WE-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4127</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen omzendbrieven met bericht van de met verzet betekening van de tegoeden en rekeningen van personen en bedrijven én met de vraag dergelijke tegoeden en rekeningen te signaleren en te blokkeren. 1944-1953.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00136</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">f. Archiefbescheiden met betrekking tot de overdracht</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4128</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de overdracht van bijzondere rekeningen van de dienst Hoofdkas naar de agentschappen van de Nationale Bank van België of vice versa. 1944-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4129</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de overdracht van de bijzondere rekeningen van gedetineerden naar de dienst Hoofdkas van de Nationale Bank van België. 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4130</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de naar het Postchequeambt overgedragen bijzondere rekeningen. 1948-1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00137</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">g. Archiefbescheiden met betrekking tot de vereffening</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4131 - 4135</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de vereffening van de bijzondere rekeningen. 1948-1949.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4131</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-C.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4132</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">D-F.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4133</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">G-L.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4134</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-U.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4135</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">V-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00138</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">h. Archiefbescheiden met betrekking tot rekeningen Rechtbank Eerste Aanleg</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4136</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake het beheer van de bijzondere rekeningen van de door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel inbeslaggenomen en neergelegde biljetten. 1944-1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00139</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Inkoop van effecten van de muntsaneringslening</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4137 - 4138</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. 1946-1950.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4137</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1946-1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4138</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00140</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">3. Coördinatie beheer van de wachtrekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4139</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen nota's van de dienst Onttrekking der biljetten betreffende de overdracht van de wachtrekeningen door andere financiële instellingen. 1946-1948.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4140</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Minuten van uitgaande nota's voor de dienst Algemene Boekhouding betreffende de vereffening van de wachtrekeningen bij de Bijbank en de agentschappen van de Nationale Bank van België. 1947-1951.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4141</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Borderellen tot een gezamenlijke cheque bij de Postcheckdienst voor de vereffening van de wachtrekeningen bij de Bijbank en de agentschappen van de Nationale Bank van België via een postassignatie. 1947-1951.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4142</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijsten van de wachtrekeningen bij de Bijbank en de agentschappen van de Nationale Bank van België. 1949-1951.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4143 - 4148</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de vereffening van de wachtrekeningen bij de Bijbank en de agentschappen van de Nationale Bank van België. 1949-1951.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4143</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bijbank Antwerpen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4144</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Aalst tot Charleroi.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4145</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Dendermonde tot Ieper.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4146</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Kortrijk tot Marche-en-Famenne.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4147</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Mechelen tot Philippeville.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4148</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Agentschappen Roeselare tot Wavre [Waver].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00141</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">4. Coördinatie inkoop van effecten van de muntsaneringslening</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4149 - 4155</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Mandaten van het Ministerie van Financiën op de Rijkskas in Brussel ten gunste van de banken voor de inkoop van effecten van de Muntsaneringslening. dec. 1946 - dec. 1948.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4149</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">dec. 1946 - juni 1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4150</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">juli 1947 - sep. 1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4151</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">okt. 1947 - dec. 1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4152</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">jan. 1948 - mrt. 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4153</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">apr. 1948 - juni 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4154</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">juli 1948 - sep. 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4155</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">okt. 1948 - dec. 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4156 - 4157</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Mandaten van het Ministerie van Financiën op de Bijbank te Antwerpen en de agentschappen in de provincies ten gunste van de banken voor de inkoop van effecten van de Muntsaneringslening. 1947-1948.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4156</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4157</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4158 - 4190</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Mandaten van het Ministerie van Financiën op de diensten van de Nationale Bank van België ten gunste van de banken voor de inkoop van effecten van de Muntsaneringslening. 6 jan. 1949 - 1961.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4158</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">6 jan. 1949 - 31 mrt. 1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4159</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 apr. 1949 - 9 juni 1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4160</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 jan. 1950 - 28 feb. 1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4161</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 mrt. 1950 - 31 mrt. 1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4162</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 apr. 1950 - 15 mei 1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4163</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">16 mei 1950 - 30 juni 1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4164</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 juli 1950 - 30 sep. 1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4165</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 okt. 1950 - 31 dec. 1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4166</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 jan. 1951 - 15 mrt. 1951.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4167</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">16 mrt. 1951 - 15 juni 1951.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4168</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">16 juni 1951 - 15 sep. 1951.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4169</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 sep. 1951 - 30 nov. 1951.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4170</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 dec. 1951 - 31 jan. 1952.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4171</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 feb. 1952 - 15 mrt. 1952.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4172</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">17 mrt. 1952 - 30 juni 1952.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4173</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 juli 1952 - 22 sep. 1952.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4174</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">23 sep. 1952 - 31 dec. 1952.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4175</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 jan. 1953 - 30 apr. 1953.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4176</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 mei 1953 - 3 sep. 1953.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4177</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">4 sep. 1953 - 31 dec. 1953.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4178</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 jan. 1954 - 31 mrt. 1954.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4179</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 apr. 1954 - 24 aug. 1954.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4180</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 sep. 1954 - 31 dec. 1954.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4181</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 jan. 1955 - 25 mrt. 1955.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4182</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 apr. 1955 - 27 juli 1955.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4183</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 aug. 1955 - 31 dec. 1955.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4184</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 jan. 1956 - 30 juni 1956.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4185</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1 juli 1956 - 31 dec. 1956.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4186</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1957.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4187</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1958.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4188</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1959.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4189</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1960.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4190</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1961.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00142</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">C. Bijbank Antwerpen</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4191 - 4197</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">Aangifteformulieren voorzien van "goed voor vereffening" met het oog op de opening van reguliere bijzondere rekeningen. 1944.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4191</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-DEGROOF.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4192</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEGROOT-G.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4193</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">H-L.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4194</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-SOM.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4195</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">SON-VAND.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4196</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANE-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4197</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Griffie.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4198 - 4223</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1961.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4198</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4199</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">B.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4200</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">C.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4201</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4202</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4203</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4204</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">E.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4205</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">F.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4206</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">G.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4207</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">H.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4208</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">I-K.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4209</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">L.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4210</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">M.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4211</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">N-O.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4212</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">P-Q.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4213</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">R.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4214</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">S.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4215</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">S.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4216</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">T-U.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4217</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4218</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4219</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4220</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4221</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4222</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">W-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4223</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Rubriekrekeningen.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4224 - 4258</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1944-1961.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4224</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4225</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">B.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4226</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">B.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4227</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">C.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4228</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4229</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4230</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4231</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4232</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">E.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4233</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">F.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4234</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">G.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4235</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">H.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4236</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">I.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4237</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">J.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4238</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">K.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4239</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">L.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4240</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">M.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4241</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">N.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4242</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">O.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4243</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">P.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4244</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Q.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4245</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">R.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4246</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">S.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4247</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">S.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4248</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">T.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4249</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">U.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4250</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4251</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4252</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4253</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4254</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4255</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4256</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4257</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">W.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4258</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">X-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00143</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">D. Agentschap Ath [Aat]</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4259 - 4260</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1949.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4259</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-F.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4260</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">G-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00144</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">E. Agentschap Boom</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4261 - 4265</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen en "Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1944-1949.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4261</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-DEPRE.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4262</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEPRI-L.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4263</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-VANCAMP.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4264</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANCAMPE-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4265</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Werken en verenigingen.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00145</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">F. Agentschap Brugge</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4266 - 4288</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen en "Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1944-1949.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4266</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4267</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">B.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4268</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">C.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4269</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4270</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4271</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4272</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4273</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4274</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-G.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4275</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">H-J.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4276</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">K-L.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4277</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">M.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4278</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">N-Q.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4279</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">R.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4280</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">S.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4281</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">T-U.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4282</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4283</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4284</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4285</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4286</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">W.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4287</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Y-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4288</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Werken en verenigingen.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00146</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">G. Agentschap Charleroi</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00147</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Ruil, aangifte en neerlegging van biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4289</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met overheden, personen, bedrijven, werken en verenigingen en banken betreffende de ruil, aangifte en neerlegging van biljetten. 9 oktober 1944 - 24 februari 1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00148</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00149</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Briefwisseling</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4290 - 4299</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met overheden, personen, bedrijven, werken en verenigingen betreffende het beheer van de bijzondere rekeningen. 15 nov. 1944 - dec. 1946.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4290</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">15 nov. 1944 - 22 mrt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4291</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 mrt. 1945 -14 juli 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4292</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">18 juli 1945 - 25 okt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4293</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">25 okt. 1945 - 31 dec. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4294</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">jan. 1946 - feb. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4295</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">mrt. 1946 - apr. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4296</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">mei 1946 - juli 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4297</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">aug. 1946 - okt. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4298</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">nov. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4299</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">dec. 1946.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4300 - 4322</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met overheden, personen, bedrijven, werken en verenigingen betreffende het beheer van de bijzondere rekeningen. 1947-1955.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4300</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4301</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">B.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4302</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">C.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4303</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4304</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">E.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4305</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">F.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4306</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">G.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4307</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">H.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4308</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">I-J.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4309</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">K-L.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4310</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">M.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4311</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">N.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4312</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">O.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4313</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">P.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4314</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Q.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4315</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">R.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4316</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">S.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4317</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">T.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4318</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">U.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4319</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4320</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">W.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4321</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">X-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4322</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Diverse, ongeordende brieven.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4323</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met banken betreffende het beheer van de bijzondere rekeningen. 1944-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4324</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met de Postcheckdienst en de Spaarkas betreffende het beheer van de bijzondere rekeningen. 1947-1958.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00150</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Individuele rekeningoverzichten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4325 - 4335</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1950.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4325</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-B.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4326</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">C.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4327</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4328</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">E.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4329</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">F-G.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4330</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">H-K.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4331</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">L.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4332</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-O.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4333</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">P-R.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4334</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">S-U.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4335</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">V-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4336 - 4344</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1945-1947.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4336</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-B.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4337</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">C.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4338</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4339</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-F.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4340</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">G-I.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4341</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">J-L.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4342</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-P.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4343</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Q-S.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4344</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">T-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00151</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Volmachten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4345</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Volmachten voor het beheer van de bijzondere rekeningen. 1944-1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00152</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">d. Archiefbescheiden met betrekking tot verzet, erfrechten of sekwestratie</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4346</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de met verzet aantekening of de sekwestratie van bijzondere rekeningen. 1945-1952.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4347 - 4351</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de toepassing van de erfrechten op de bijzondere rekeningen. 1945-1950.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4347</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Rekeningnummers 1-2.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4348</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Rekeningnummers 2.001-3.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4349</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Rekeningnummers 3.001-4.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4350</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Rekeningnummers 4.001-6.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4351</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Rekeningnummers 6.001-8.300.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00153</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">e. Archiefbescheiden met betrekking tot de overdracht</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4352</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Minuten van uitgaande stukken aan de dienst Algemene Inspectie van de Nationale Bank van België met betrekking tot de overdracht van bijzondere rekeningen. 1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00154</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">f. Archiefbescheiden met betrekking tot de vereffening</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4353</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven van personen betreffende de vereffening van de bijzondere rekeningen. 1949-1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4354</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vereffening van de bijzondere rekeningen. 1950-1958.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4355</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de mislukte vereffening van de bijzondere rekeningen via postassignaties. 1947-1951.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00155</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">H. Agentschap Dendermonde</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4356 - 4361</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1947.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4356</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-C.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4357</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4358</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-L.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4359</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-U.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4360</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4361</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Werken en verenigingen.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4362 - 4366</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1946-1948.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4362</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-C.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4363</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4364</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-L.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4365</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-U.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4366</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00156</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">I. Agentschap Gent</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00157</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Algemeen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4367</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven betreffende de muntsanering. 1945-1966.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00158</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Ruil, aangifte en neerlegging van biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4368</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven van de dienst Onttrekking der biljetten met bericht van de door het Comité van hoger beroep geweigerde laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerleggingen of geweigerde aanvragen tot laattijdige neerleggingen in uitvoering van het Ministerieel Besluit van 28 maart 1945. 1945-1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00159</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">3. Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00160</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Briefwisseling</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4369 - 4403</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met de andere diensten van de Nationale Bank van België, banken, overheden, personen, bedrijven, werken en verenigingen betreffende het beheer van de bijzondere rekeningen. 1945-1952.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4369</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-BEIRL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4370</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BEIRN-BOM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4371</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BON-BUY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4372</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">C-DEBAER.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4373</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEBAET-DECLEE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4374</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DECLER-DEGRI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4375</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEGRO-DELA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4376</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DELE-DEMUL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4377</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEMULD-DEROC.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4378</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEROE-DESM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4379</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DESO-DEWEIRD.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4380</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEWEIRT-DHOND.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4381</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DHONT-EEC.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4382</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">EEL-F.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4383</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GA-GOETHA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4384</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GOETHE-HERBOSCH.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4385</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">HERI-I.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4386</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">J-LIN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4387</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LIP-MAR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4388</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MAS-MOENN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4389</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MOENS-OO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4390</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">OR-POP.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4391</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">POU-STEELA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4392</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">STEELS-TE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4393</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">TF-VALCKE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4394</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VALCKEN-VANDA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4395</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDEC-VANDEN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4396</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDEP-VANDERP.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4397</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDERS-VANEEC.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4398</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANEET-VANHOU.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4399</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANHOV-VANOO.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4400</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANOV-VERHA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4401</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VERHE-VEN.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4402</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">W-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4403</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Werken en verenigingen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00161</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Individuele rekeningoverzichten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4404 - 4426</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1949.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4404</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4405</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">B.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4406</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">C.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4407</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DA-DECOR.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4408</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DECOS-DEMEYD.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4409</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEMEYE-DER.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4410</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DES-DEWAEGE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4411</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEWAEGEN-DY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4412</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-G.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4413</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">H-K.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4414</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">L.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4415</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">M.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4416</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">N-P.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4417</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">R.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4418</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">S.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4419</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">T-VANA.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4420</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANB-VANDENM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4421</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VADENN-VANDORE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4422</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDORP-VANM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4423</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANN-VERHEG.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4424</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VERHES-VY.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4425</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">W-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4426</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Collectieve rekeningen.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4427 - 4440</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1946-1948.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4427</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-BUYE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4428</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">BUYS-C.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4429</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DA-DEG.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4430</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEH-DEROB.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4431</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEROC-DEWIS.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4432</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEWIT-GILM.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4433</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">GILS-LAG.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4434</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">LAM-MORE.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4435</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">MORO-R.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4436</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">S-U.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4437</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VAA-VANDEVEI.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4438</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDEVELD-VANL.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4439</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANM-VERH.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4440</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">VERK-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00162</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Archiefbescheiden met betrekking tot de vereffening</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4441</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vrijmaking van de tijdelijk onbeschikbare vermogens van politieke gevangenen. 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4442</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de mislukte vereffening van de bijzondere rekeningen via postassignaties. 1947-1952.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00163</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">J. Agentschap Ieper</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="file">
              <did>
                <unitid>4443</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-L.</unittitle>
                <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
              </did>
              <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
              </scopecontent>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
            </c04>
            <c04 level="file">
              <did>
                <unitid>4444</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-Z.</unittitle>
                <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
              </did>
              <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
              </scopecontent>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
            </c04>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4445 - 4448</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1947.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4445</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-F.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4446</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">G-U.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4447</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4448</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Werken en verenigingen.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4449 - 4452</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1946-1948.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4449</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-B.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4450</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">C-D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4451</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-O.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4452</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">P-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00164</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">K. Agentschap Kortrijk</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00165</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Algemeen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4453 - 4454</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven betreffende de muntsanering. 1944-1955.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4453</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1944-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4454</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1947-1955.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00166</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4455</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Steekkaarten van de bijzondere rekeningen. [1944-1949].</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: een steekkaart vermeldt de familienaam en voornaam van de rekeninghouder, een specimen van de handtekening, het rekeningnummer en rechts bovenaan het nummer van de aangifte.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4456 - 4474</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen en "Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1944-1949.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4456</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-160.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4457</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">161-350.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4458</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">352-510.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4459</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">511-680.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4460</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">681-850.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4461</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">851-1.000.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4462</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.001-1.150.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4463</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.151-1.310.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4464</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.311-1.500.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4465</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.501-1.670.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4466</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.671-1.870.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4467</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.871-2.050.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4468</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.051-2.230.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4469</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.231-2.425.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4470</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.426-2.675.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4471</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.676-2.900.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4472</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.901-3.140.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4473</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">3.141-3.400.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4474</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">3.401-4.370.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4475 - 4476</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons B", formulieren met overzicht van de tijdelijk onbeschikbare, geblokkeerde en vrijgegeven bedragen. 1944-1946.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4475</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-415.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4476</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">416-1.047.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4477</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Volmachten voor het beheer van de bijzondere rekeningen. 1944-1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00167</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">L.Agentschap Leuven</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4478 - 4483</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen en "Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1944-1948.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4478</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-B.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4479</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">C-G.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4480</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">H-MAL.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4481</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">MAN-R.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4482</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">S-VANV.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4483</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANW-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4484 - 4486</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1948.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4484</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-K.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4485</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">L-VANDE.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4486</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDI-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4487 - 4488</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1944-1948.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4487</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-M.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4488</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">N-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00168</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">M. Agentschap Liège [Luik]</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00169</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Ruil, aangifte en neerlegging van biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4489 - 4490</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met andere diensten van de Nationale Bank van België, banken, overheden, personen, bedrijven, werken en verenigingen betreffende de aangifte en neerlegging van biljetten. okt. 1944 - dec. 1946.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4489</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">okt. 1944 - dec. 1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4490</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">jan. 1945 - dec. 1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00170</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00171</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Briefwisseling</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4491 - 4497</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met andere diensten van de Nationale Bank van België, banken, overheden, personen, bedrijven, werken en verenigingen betreffende het beheer van de bijzondere rekeningen. okt. 1944 - 1958.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4491</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">okt. 1944 - dec. 1944.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4492</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">jan. 1945 - mrt. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4493</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">apr. 1945 - juli 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4494</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">aug. 1945 - dec. 1945.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4495</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1946-1947.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4496</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1950-1951.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4497</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1952-1958.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4498 - 4508</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met andere diensten van de Nationale Bank van België, banken, overheden, personen, bedrijven, werken en verenigingen betreffende het beheer van de bijzondere rekeningen. 1945-1948.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4498</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1945, 1-466.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4499</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1945, 467-921.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4500</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1946, 1-400.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4501</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1946, 401-800.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4502</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1946, 801-1.185.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4503</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1947, 1-500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4504</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1947, 501-1.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4505</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1947, 1.000-1.606.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4506</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1948, 1-370.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4507</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1948, 371-650.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4508</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1948, 651-886.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00172</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Individuele rekeningoverzichten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4509 - 4526</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1949.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4509</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4510</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">B.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4511</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">C.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4512</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4513</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4514</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-F.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4515</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">G.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4516</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">H-I.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4517</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">J-K.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4518</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">L.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4519</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">M.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4520</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">N-Q.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4521</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">R.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4522</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">S.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4523</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">T-U.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4524</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4525</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">W-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4526</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Diverse organisaties (overheden, werken, verenigingen, bedrijven...).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4527 - 4540</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1946-1948.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4527</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4528</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">B.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4529</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">C.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4530</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4531</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-F.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4532</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">G-H.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4533</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">I-K.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4534</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">L.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4535</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-O.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4536</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">P-Q.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4537</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">R.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4538</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">S-U.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4539</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">V-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4540</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Diverse organisaties (overheden, werken, verenigingen, bedrijven...).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00173</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Archiefbescheiden met betrekking tot verzet of erfrechten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4541</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven betreffende de verzet aantekening van bijzondere rekeningen. 1944-1960.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4542</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen omzendbrieven met bericht van de met verzet betekening van de tegoeden en rekeningen van personen en bedrijven én met de vraag dergelijke tegoeden en rekeningen te signaleren en te blokkeren. 1953.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4543 - 4547</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven betreffende de toepassing van erfrechten op bijzondere rekeningen. 1945-1947.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4543</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-100.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4544</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">101-200.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4545</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">201-300.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4546</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">301-400.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4547</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">401-500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00174</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">d. Archiefbescheiden met betrekking tot de overdracht</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4548</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven betreffende de overdracht van bijzondere rekeningen naar andere financiële instellingen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00175</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">e. Archiefbescheiden met betrekking tot vrijmaking</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4549</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de vrijmaking van de tijdelijk onbeschikbare vermogens. 1944-1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00176</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">N. Agentschap Marche-en-Famenne</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00177</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Algemeen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4550 - 4553</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven. 1944-1947.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4550</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1944.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze reeks start in januari 1944 en handelt ook over andere onderwerpen dan de muntsanering. Vermoedelijk heeft dit agentschap haar algemene briefwisseling overgedragen.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4551</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze reeks start in januari 1944 en handelt ook over andere onderwerpen dan de muntsanering. Vermoedelijk heeft dit agentschap haar algemene briefwisseling overgedragen.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4552</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze reeks start in januari 1944 en handelt ook over andere onderwerpen dan de muntsanering. Vermoedelijk heeft dit agentschap haar algemene briefwisseling overgedragen.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4553</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze reeks start in januari 1944 en handelt ook over andere onderwerpen dan de muntsanering. Vermoedelijk heeft dit agentschap haar algemene briefwisseling overgedragen.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00178</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4554 - 4558</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen en "Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1944-1950.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4554</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-E.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4555</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">F-K.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4556</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">L-Q.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4557</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">R-Z.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4558</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Werken en verenigingen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4559</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de toepassing van de erfrechten op de bijzondere rekeningen. 1946-1951.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00179</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">O. Agentschap Mechelen</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4560 - 4566</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de tijdelijk onbeschikbare, geblokkeerde en vrijgegeven bedragen. 1944-1948.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4560</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4561</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-H.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4562</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">I-P.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4563</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Q-V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4564</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4565</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4566</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Werken en verenigingen.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4567 - 4576</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de vrijmaking van tijdelijk onbeschikbare bedragen. 1946-1948.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4567</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-COOL.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4568</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">COOR-DEWIN.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4569</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEWIND-HERS.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4570</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">HERT-MASSA.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4571</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">MASSU-ROSE.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4572</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">ROSEL-U.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4573</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">VAE-VANDEW.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4574</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANDEY-VANR.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4575</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANS-VERSCHO.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4576</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">VERSCHU-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00180</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">P. Agentschap Mouscron [Moeskroen]</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4577 - 4580</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1948.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4577</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-C.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4578</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4579</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-N.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4580</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">O-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4581 - 4583</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1945-1948.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4581</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-DO.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4582</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">DR-Q.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4583</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">R-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00181</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">Q. Agentschap Namur [Namen]</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00182</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Algemeen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4584</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen omzendbrieven van de hoofdzetel van de Nationale Bank van België te Brussel met betrekking tot de muntsanering. 1944-1948.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4585</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Register met aantekeningen van in het kader van de muntsanering uitgevoerde verrichtingen. 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4586</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven betreffende de verantwoording van de operaties verricht in het kader van de muntsanering. 1946-1950.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00183</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Ruil, aangifte en neerlegging van biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4587</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de voorafgaande distributie van nieuwe biljetten bij de banken en de postkantoren. 1944.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4588</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de aangifte van biljetten voor bedragen lager of gelijk aan 10.000 Belgische frank, niet gevolgd door neerlegging. 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4589</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de aangifte en neerlegging van biljetten voor bedragen hoger dan 10.000 Belgische frank. 1944.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4590</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerlegging van biljetten. 1944-1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4591</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de door het Comité van hoger beroep aanvaarde of geweigerde laattijdige, onregelmatige of aanvullende neerlegging van biljetten. 1945-1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4592</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de vaststelling van de overschotten en tekorten bij de door banken en postkantoren ingezamelde biljetten. 1944-1948.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4593</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de vondsten en vereffening van beschadigde biljetten. 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4594</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de aanvragen tot laattijdige neerleggingen in uitvoering van het Ministerieel Besluit van 28 maart 1945. 1946-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4595</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de aangifte en neerlegging van biljetten door openbare of gelijkgestelde instellingen. 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4596</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de aangifte en neerlegging van biljetten voor derden door de gemeentelijke ontvanger van de gemeente Namur [Namen]. 1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4597</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de aangifte en neerlegging van biljetten door werken en verenigingen. 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4598</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de aangifte en neerlegging van biljetten door verzetsstrijders. 1944.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4599</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de bijzondere aangiftes en neerleggingen. 1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00184</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">3. Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00185</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Individuele rekeningoverzichten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4600 - 4602</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Steekkaarten van de bijzondere rekeningen. [1944-1947]</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4600</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-F.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt de familienaam en voornaam van de rekeninghouder en het rekeningnummer.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4601</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">G-M.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt de familienaam en voornaam van de rekeninghouder en het rekeningnummer.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4602</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">N-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 kaartenbak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Een steekkaart vermeldt de familienaam en voornaam van de rekeninghouder en het rekeningnummer.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4603 - 4622</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen en "Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1944-1947.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4603</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-300.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4604</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">301-600.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4605</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">601-900.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4606</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">901-1.200.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4607</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.201-1.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4608</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.501-1.800.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4609</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.801-2.100.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4610</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.101-2.400.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4611</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.401-2.700.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4612</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.701-3.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4613</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3.001-3.300.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4614</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3.301-3.600.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4615</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3.601-3.900.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4616</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">3.901-4.200.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4617</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">4.201-4.323.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4618</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">5.001-5.058.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4619</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A 1-824.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4620</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">AM 1-407.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4621</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">I 1-40 en CC 1-3.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4622</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Geblokkeerde rekeningen banken.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00186</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Archiefbescheiden met betrekking tot de erfrechten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4623</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Minuten van de aan de kantoren der registratie en domeinen voorgelegde lijsten met opgave van de aan overleden rekeninghouders toebehorende sommen. 1945-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00187</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Archiefbescheiden met betrekking tot de overdracht</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4624</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de overdracht van bijzondere rekeningen naar andere financiële instellingen. 1945-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4625</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de overdracht van bijzondere rekeningen naar de Postcheckdienst. 1947-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00188</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">d. Archiefbescheiden met betrekking tot de vrijmaking</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4626</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vrijmaking van tijdelijk onbeschikbare vermogens in uitvoering van het Besluit van de Regent van 20 oktober 1945. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4627</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vrijmaking van tijdelijk onbeschikbare vermogens ten voordele van geëvacueerden of gesinistreerden uit de door militaire gevechten getroffen regio's ten oosten van de Maas. 1944-1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00189</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">e. Archiefbescheiden met betrekking tot rekeningen Rechtbank Eerste Aanleg</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4628</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake het beheer van de bijzondere rekeningen van de door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Namur [Namen] inbeslaggenomen en neergelegde biljetten. 1946-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00190</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">4. Inkoop van effecten van de muntsaneringslening</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4629</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de afgifte van globale certificaten van de muntsaneringslening aan andere financiële instellingen. 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4630</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de inkoop van effecten van de muntsaneringslening.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00191</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">5. Betaling van bijzondere en buitengewone belastingen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4631</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de betaling van bijzondere en buitengewone belastingen door middel van effecten van de muntsaneringslening. 1945-1949.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00192</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">6. Ruil van Britse biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4632</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de ruil van Britse biljetten. 1945-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00193</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">R. Agentschap Neufchâteau</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00194</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4633</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de overdracht van bijzondere rekeningen naar andere financiële instellingen. 1945-1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4634</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vrijmaking van tijdelijk onbeschikbare vermogens ten voordele van geëvacueerden of gesinistreerden uit de door militaire gevechten getroffen regio's ten oosten van de Maas. 1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00195</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Inkoop van effecten van de muntsaneringslening</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4635</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossiers inzake de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. 1946-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00196</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">3. Betaling van bijzondere en buitengewone belastingen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4636</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Jaarlijkse verzameltabellen van de giro-orders voor de betaling van buitengewone belastingen en bijhorende omzendbrieven. 1946-1948.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4637 - 4638</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Verzamelborderellen van de giro-orders voor de betaling van buitengewone belastingen en giro-orders voor de betaling van buitengewone belastingen. 1946-1947.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4637</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4638</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4639 - 4640</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Halfmaandelijkse recapitulatiestaten voor de betaling van buitengewone belastingen. 1946-1947.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4639</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4640</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00197</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">S. Agentschap Nivelles [Nijvel]</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00198</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00199</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Individuele rekeningoverzichten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4641 - 4642</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1947.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4641</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-G.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4642</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">H-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4643 - 4644</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1945-1947.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4643</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-J.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4644</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">K-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00200</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Volmachten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4645</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Volmachten voor het beheer van de bijzondere rekeningen. 1944-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00201</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Archiefbescheiden met betrekking tot de overdracht</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4646</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven betreffende de overdracht van bijzondere rekeningen naar andere financiële instellingen. 1945-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00202</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">d. Archiefbescheiden met betrekking tot de erfrechten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4647</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de toepassing van de erfrechten op de bijzondere rekeningen. 1945-1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00203</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">e. Archiefbescheiden met betrekking tot de vereffening</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4648</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vereffening van de bijzondere rekeningen. 1948-1953.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00204</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">f. Archiefbescheiden met betrekking tot rekeningen Rechtbank Eerste Aanleg</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4649</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake het beheer van de bijzondere rekeningen van de door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Nivelles [Nijvel] inbeslaggenomen en neergelegde biljetten. 1945-1948.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00205</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2 Inkoop van effecten van de muntsaneringslening</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4650</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00206</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">T. Agentschap Oostende</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4651 - 4658</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen en "Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1944-1948.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4651</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-C.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4652</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4653</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-L.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4654</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-R.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4655</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">S-U.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4656</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4657</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">W-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4658</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Werken en verenigingen.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00207</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">U. Agentschap Oudenaarde</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00208</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.Algemeen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4659</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met betrekking tot de muntsanering. 1944-1950.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00209</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Ruil, aangifte en neerlegging van biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4660</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerlegging van biljetten. 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4661</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aanvragen tot laattijdige neerleggingen van biljetten in uitvoering van het Ministerieel Besluit van 28 maart 1945. 1945-1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4662</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de machtigingen tot bijzondere ruil, aangifte en neerlegging van biljetten, tot laattijdige, onregelmatige en aanvullende neerlegging van biljetten en tot vereffening van neergelegde beschadigde biljetten. 1945-1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00210</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">3. Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00211</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Individuele rekeningoverzichten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4663</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijst van de bijzondere rekeningen. [ca. 1945].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4664 - 4666</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1948.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4664</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-1.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4665</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.001-2.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4666</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.001-2.405.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4667</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions. 2e classement", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4668 - 4672</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1946-1948.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4668</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1-500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4669</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">501-1.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4670</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.001-1.500.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4671</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.501-2.000.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4672</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.001-2.402.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00212</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Volmachten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4673</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Volmachten voor het beheer van de bijzondere rekeningen. 1944-1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00213</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c.Archiefbescheiden met betrekking tot verzet, sekwestratie of erfrechten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4674</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de aantekening van verzet, de sekwestratie of de toepasssing van erfrechten op de bijzondere rekeningen. 1946-1951.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00214</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">d. Archiefbescheiden met betrekking tot de overdracht</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4675</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de overdracht van bijzondere rekeningen naar andere diensten van de Nationale Bank van België en vice versa. 1945-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4676</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de overdracht van bijzondere rekeningen naar andere financiële instellingen. 1946-1947.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00215</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">e. Archiefbescheiden met betrekking tot de vrijmaking</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4677</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de onmiddellijke vrijmaking van tijdelijk onbeschikbare vermogens en/of geblokkeerde vermogens. 1944-1946.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00216</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">f. Archiefbescheiden met betrekking tot rekeningen Rechtbank Eerste Aanleg</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4678</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake het beheer van de bijzondere rekeningen van de door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde inbeslaggenomen en neergelegde biljetten. 1945-1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00217</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">V. Agentschap Péruwelz</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00218</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Algemeen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4679</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven met betrekking tot de muntsanering. 1944-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00219</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00220</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a. Individuele rekeningoverzichten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4680 - 4681</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1948.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4680</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-E.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4681</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">H-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4682 - 4683</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1946-1947.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4682</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-H.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4683</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">I-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00221</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Archiefbescheiden met betrekking tot de erfrechten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4684</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de toepassing van de erfrechten op de bijzondere rekeningen. 1945-1949.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00222</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c. Archiefbescheiden met betrekking tot de vrijmaking</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4685</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vrijmaking van tijdelijk onbeschikbare vermogens van werknemers, berekend op basis van de in het derde kwartaal van 1944 betaalde gezinsvergoedingen. 1944-1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00223</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">3. Berekening beschikbaar aandeel deposito-rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4686</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Attestations de solde", verklaringen van de stand van de deposito-rekeningen op 9 mei 1940, met het oog op de berekening van het beschikbaar aandeel. 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00224</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">4. Betaling van bijzondere en buitengewone belastingen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4687</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de betaling van bijzondere en buitengewone belastingen door middel van effecten van de muntsaneringslening. 1946-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00225</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">W. Agentschap Philippeville</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4688 - 4690</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1947.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4688</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-I.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4689</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">J-O.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4690</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">P-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="file">
              <did>
                <unitid>4691</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">Diverse organisaties (overheden, werken, verenigingen, bedrijven...).</unittitle>
                <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
              </did>
              <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
              </scopecontent>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00226</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">X. Agentschap Roeselare</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00227</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.Algemeen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4692 - 4695</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van uitgaande brieven met de banken met betrekking tot de muntsanering. 1944-1946.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4692</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de la Société Générale de Belgique.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4693</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Banque de Bruxelles.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4694</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Kredietbank voor Handel en Nijverheid.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4695</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Bank van Roeselare.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00228</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.Ruil, aangifte en neerlegging van biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4696</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de aangifte van biljetten door werken en verenigingen. 1945-1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4697</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aanvragen tot laattijdige neerleggingen in uitvoering van het Ministerieel Besluit van 28 maart 1945. 1945-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4698</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de vaststelling en storting van het overschot aan oude biljetten bij de agentschappen van de Kredietbank voor Handel en Nijverheid in Aarsele en Westrozebeke. 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4699</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de valse biljetten en met verzet betekende biljetten bij het agentschap van de Banque de la Société Générale in Roeselare. 1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4700</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de vereffening van neergelegde beschadigde biljetten. 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4701</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de bijzondere ruil, aangifte en neerlegging. 1946-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4702</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aangifte en neerlegging van biljetten door een gerepatrieerde. 1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00229</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">3. Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4703 - 4707</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1950.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4703</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-C.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4704</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4705</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-P.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4706</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Q-Z.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4707</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Laattijdige en diverse aangiftes en neerleggingen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4708 - 4710</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1946-1948.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4708</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-D.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4709</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-P.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4710</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">S-Z.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4711</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de overdracht van bijzondere rekeningen naar andere financiële instellingen. 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4712</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vereffening van de bijzondere rekeningen. 1948-1961.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00230</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">4.Inkoop van effecten van de muntsaneringslening</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4713</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. 1947-1949.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00231</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">Y. Agentschap Ronse</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00232</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1.Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4714 - 4719</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1948.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4714</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-C.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4715</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4716</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">D-M.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4717</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">N-U.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4718</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">V-Z.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4719</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Laattijdige en diverse aangiftes en neerleggingen.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4720 - 4724</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1946-1947.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4720</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-C.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4721</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4722</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-L.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4723</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-U.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4724</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">V-Z.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4725</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Volmachten voor het beheer van de bijzondere rekeningen en erfenisakten. 1944-1951.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00233</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2.Telling van roerende activa</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4726</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aangifte van sommige roerende activa in uitvoering van de Besluitwet van 31 januari 1945. 1945-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00234</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">Z. Agentschap Sint-Niklaas</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4727 - 4738</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1947.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4727</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-B.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4728</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">C-DEG.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4729</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEH-DEW.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4730</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">DH-H.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4731</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">I-N.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4732</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">O-S.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4733</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">T-VANC.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4734</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">VAND-VANN.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4735</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">VANO-VER.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4736</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V, "2e classement".</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4737</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">W-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4738</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Werken en verenigingen.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4739 - 4746</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1945-1948.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4739</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-C.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4740</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4741</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-L.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4742</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-R.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4743</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">S-U.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4744</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4745</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">W-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4746</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Werken en verenigingen.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00235</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">A. Agentschap Tongeren</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4747 - 4753</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1948.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4747</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-C.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4748</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D-H.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4749</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">I-M.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4750</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">N-S.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4751</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">S-V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4752</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4753</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Diverse werken en verenigingen.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00236</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">B. Agentschap Tournai [Doornik]</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00237</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Algemeen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4754</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Ingekomen brieven en minuten van de uitgaande brieven betreffende de muntsanering. 1944-1950.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00238</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4755 - 4758</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1948.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4755</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-D.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4756</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-O.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4757</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">P-Z.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4758</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Diverse organisaties (overheden, werken, verenigingen, bedrijven...).</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="subseries">
                <did>
                  <unitid>4759 - 4761</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1946-1948.</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4759</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-DEV.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4760</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEW-L.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4761</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-Z.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00239</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">C.Agentschap Turnhout</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00240</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">1. Ruil, aangifte en neerlegging van biljetten</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4762</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijst van de in uitvoering van het Ministerieel Besluit van 28 maart 1945 verrichte aanvragen tot laattijdige neerleggingen.1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4763</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de aanvragen tot laattijdige neerleggingen in uitvoering van het Ministerieel Besluit van 28 maart 1945. 1945-1947.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4764</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de aangifte en neerlegging door werken en verenigingen. 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4765</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de bijzondere ruil, aangifte en neerlegging. 1944-1945.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4766</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Stukken betreffende de aangifte en neerlegging door gerepatrieerden. 1946.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="series">
              <did>
                <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00241</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">2. Beheer van de bijzondere rekeningen</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00242</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">a .Individuele rekeningoverzichten</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4767</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijst van de bijzondere rekeningen. [1944].</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 band</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze lijst vermeldt het rekeningnummer en de familienaam en voornaam van de rekeninghouder.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="subseries">
                  <did>
                    <unitid>4768 - 4778</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen en "Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1944-1949.</unittitle>
                  </did>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4768</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-C.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4769</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4770</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-I.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4771</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">J-L.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4772</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">M-Q.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4773</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">R-U.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4774</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4775</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4776</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">V.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4777</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">W-Z.</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                  <c07 level="file">
                    <did>
                      <unitid>4778</unitid>
                      <unittitle encodinganalog="3.1.2">Diverse organisaties (overheden, werken, verenigingen, bedrijven...).</unittitle>
                      <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                    </did>
                    <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                      <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                    </scopecontent>
                    <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                      <p>
                        <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                      </p>
                    </processinfo>
                  </c07>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00243</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">b. Archiefbescheiden met betrekking tot verzet of sekwestratie</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4779</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijst van de met verzet aangetekende bijzondere rekeningen. 1944-1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4780</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijst van de gesekwestreerde neerleggingen. 1945.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
              <c05 level="series">
                <did>
                  <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00244</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">c.Archiefbescheiden met betrekking tot de vereffening</unittitle>
                </did>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
                <c06 level="file">
                  <did>
                    <unitid>4781</unitid>
                    <unittitle encodinganalog="3.1.2">Dossier inzake de vereffening van de bijzondere rekeningen. 1946-1950.</unittitle>
                    <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                  </did>
                  <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                    <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                  </scopecontent>
                  <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                    <p>
                      <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                    </p>
                  </processinfo>
                </c06>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00245</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">D. Agentschap Verviers</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4782 - 4795</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de bijzondere rekeningen. 1944-1947.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4782</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4783</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">B.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4784</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">C.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4785</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">D.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4786</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">E-F.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4787</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">G.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4788</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">H-I.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4789</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">J-K.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4790</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">L.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4791</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">M.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4792</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">N-P.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4793</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Q-R.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4794</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">S-U.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4795</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">V-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4796 - 4799</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de verrichtingen op de tijdelijk onbeschikbare depositorekeningen. 1945-1947.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4796</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-BO.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4797</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">BR-F.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4798</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">G-MASSA.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4799</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">MASSO-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
          <c03 level="series">
            <did>
              <unitid>BE-A0510_001187_002222_DUT.ead_00246</unitid>
              <unittitle encodinganalog="3.1.2">E. Agentschap Wavre [Waver]</unittitle>
            </did>
            <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
              <p>
                <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
              </p>
            </processinfo>
            <c04 level="file">
              <did>
                <unitid>4800</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">Lijst van de bijzondere rekeningen. 1946-1947.</unittitle>
                <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
              </did>
              <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Deze lijst vermeldt het nummer van de aangifte, de naam, voornaam en woonplaats van de betrokkene, het neergelegd bedrag en de geblokkeerde bedragen]]></p>
              </scopecontent>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
            </c04>
            <c04 level="subseries">
              <did>
                <unitid>4801 - 4809</unitid>
                <unittitle encodinganalog="3.1.2">"Cartons de Positions", formulieren met overzicht van de tijdelijk onbeschikbare, geblokkeerde en vrijgegeven bedragen en "Cartons de Dépôts Temporairement Indisponible", formulieren met overzicht van de vrijmaking van tijdelijk onbeschikbare bedragen. 1944-1948.</unittitle>
              </did>
              <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                <p>
                  <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                </p>
              </processinfo>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4801</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">A-C.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4802</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">DA-DEVEN.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4803</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">DEVES-GOFFIN.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4804</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">GOFFINE-LEU.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4805</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">LEV-O.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4806</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">P-S.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4807</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">T-V.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4808</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">W-Z.</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 pak</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
              <c05 level="file">
                <did>
                  <unitid>4809</unitid>
                  <unittitle encodinganalog="3.1.2">Diverse organisaties (overheden, werken, verenigingen, bedrijven...).</unittitle>
                  <physdesc encodinganalog="3.1.5">1 omslag</physdesc>
                </did>
                <scopecontent encodinganalog="3.3.1">
                  <p><![CDATA[De dienst Hoofdkas in Brussel, de Bijbank in Antwerpen en de agent­schappen in de provincies waren vooral betrokken bij het beheer van de bij hen geopende bijzondere rekeningen. Deze rekeningen waren het voorwerp van erfenissen, geschillen en sekwestratie en konden naar andere financiële instellingen overgedragen worden. Daarnaast zijn er voor sommige agentschappen ook archiefbescheiden terug te vinden met betrekking tot de aangifte of neerlegging van biljetten of de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Tot slot bevat het archief van de dienst Hoofdkas ook stukken met betrekking tot de coördinatie van het beheer van de wachtrekeningen en de inkoop van effecten van de muntsaneringslening. Voor meer informatie, zie de algemene beschrijving van het archief.

Toelichting: Bevat ook briefwisseling en andere formulieren.]]></p>
                </scopecontent>
                <processinfo encodinganalog="3.7.1" type="Sources">
                  <p>
                    <bibref><![CDATA[Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume]]></bibref>
                  </p>
                </processinfo>
              </c05>
            </c04>
          </c03>
        </c02>
      </c01>
    </dsc>
    <controlaccess>
      <subject>overlevenden van de Shoah</subject>
      <subject source="ehri_terms" authfilenumber="930">bankwezen</subject>
      <subject source="ehri_terms" authfilenumber="1226">repatriëring</subject>
    </controlaccess>
  </archdesc>
</ead>